De nieuwe wereldorde: Europa onder druk, maar bepaald niet kansloos

Er zijn redenen genoeg om ons zorgen te maken over de wereld waarin we leven. Donald Trump zoekt toenadering tot Vladimir Poetin en onderhandelt met Xi Jinping, terwijl de Europese Unie worstelt met haar eigen verdeeldheid. Rusland voert oorlog tegen Oekraïne, China vergroot zijn economische en militaire invloed en Amerikaanse technologiebedrijven krijgen door kunstmatige intelligentie steeds meer macht.

Het vooruitzicht dat de Verenigde Staten, Rusland en China onderling afspraken zouden maken over een nieuwe wereldorde is verontrustend voor Europeanen en vooral voor Oekraïners. Zeker wanneer Europa daarbij onvoldoende wordt betrokken.

Toch zijn er ook geruststellende ontwikkelingen. Europa heeft een enorme economische markt, beschikt over sterke democratische instituties en bouwt zijn internationale samenwerkingen verder uit. De wereld ligt nog niet aan de voeten van drie wereldleiders en een handvol technologiemiljardairs, en het is belangrijk dat we dat beseffen en verdedigen. En laten we vooral onder ogen zien dat de internationale machtsverhoudingen ingrijpend veranderen, maar dat Europa meer mogelijkheden heeft dan het zelf soms lijkt te beseffen.

Canada zoekt nadrukkelijker aansluiting bij de Europese Unie, India versterkt zijn samenwerking met Europa en ook Australië, Japan, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland zijn belangrijke partners. Bovendien hebben Trump, Poetin en Xi uiteenlopende belangen, die lang niet altijd verenigbaar zijn. Europa kan zich in deze onzekere wereld ontwikkelen tot een krachtige verdediger van democratie, rechtsstaat en menselijke waardigheid. Daarvoor moet het wel een hardnekkig probleem oplossen: de Europese landen beschikken gezamenlijk over enorme economische macht, maar slagen er onvoldoende in die macht politiek en militair als één geheel te gebruiken.

Drie grootmachten en een veranderende wereldorde

De internationale politiek wordt steeds nadrukkelijker bepaald door de verhouding van de Verenigde Staten, China en Rusland. Alle drie beschikken over kernwapens, omvangrijke militaire mogelijkheden en grote geopolitieke ambities. Daarnaast investeren zij in kunstmatige intelligentie, cybertechnologie, ruimtevaart en geavanceerde wapensystemen. 

Het is op zichzelf niet per sé onverstandig dat deze landen met elkaar spreken. Diplomatiek overleg kan spanningen verminderen en oorlogen voorkomen. Maar er ontstaat een fundamenteel probleem wanneer grote mogendheden afspraken maken over de toekomst van andere landen zonder die landen daarbij te betrekken. 

Dat gevaar is goed zichtbaar in Oekraïne. Rusland heeft het land aangevallen en probeert met militaire middelen zijn invloed uit te breiden. Wanneer Washington en Moskou onderling zouden bepalen welke gebieden Oekraïne moet afstaan of welke veiligheidsgaranties het nog mag krijgen, ontstaat een internationale orde waarin militaire macht zwaarder weegt dan nationale zelfstandigheid.

Een eventuele top tussen Trump, Poetin en Xi zou daarom op twee manieren kunnen uitpakken. Zij kan bijdragen aan nucleaire wapenbeheersing en internationale stabiliteit. Maar wanneer de leiders afspraken maken over invloedssferen, zonder voldoende rekening te houden met Europa en Oekraïne, kan dat de internationale rechtsorde verzwakken.

Voorlopig is zo'n gezamenlijk plan om de wereld onderling te verdelen niet aangetoond. Toch verdient het scenario aandacht, juist omdat de internationale machtsverhoudingen zo snel veranderen. Aan de andere kant moeten we eerst maar even zien wat er in Amerika gaat gebeurt met de midterm verkiezingen, begin november. 

 

Trump en Rusland: een geschiedenis van decennia

De huidige houding van Trump tegenover Rusland wordt interessanter wanneer we naar zijn zakelijke verleden kijken. Zijn belangstelling voor Rusland begon al in de jaren tachtig. In 1987 bezocht hij Moskou, destijds nog onderdeel van de Sovjet-Unie, om mogelijkheden voor vastgoedontwikkeling te onderzoeken. In latere jaren bleef hij belangstelling houden voor Russische investeerders en vastgoedprojecten. Zelfs tijdens zijn presidentscampagne van 2016 werd nog onderhandeld over een mogelijke Trump Tower in Moskou.

Ook zijn casinoactiviteiten verdienen aandacht. Het Trump Taj Mahal Casino in Atlantic City kreeg in 1998 een boete wegens overtredingen van financiële rapportageverplichtingen. In 2015 legde de Amerikaanse financiële toezichthouder FinCEN een boete van tien miljoen dollar op wegens ernstige en herhaalde overtredingen van de antiwitwaswetgeving.

Rond Trumps zakelijke activiteiten zijn bovendien door journalisten contacten met Russische zakenlieden en personen uit de georganiseerde misdaad onderzocht. Dat maakt zijn zakelijke geschiedenis relevant voor de discussie over mogelijke Russische invloed. Maar de casinoboetes bewijzen op zichzelf geen Russische witwasoperatie en evenmin dat Trump door Moskou wordt aangestuurd.

De vraag blijft wel waarom Trump geregeld een andere benadering van Poetin kiest dan veel traditionele Amerikaanse buitenlandpolitici. Zijn zakelijke verleden kan daarbij een rol spelen. Ook persoonlijke diplomatie, economische belangen en zijn opvattingen over internationale machtsverhoudingen kunnen zijn keuzes helpen verklaren. Er bestaat daarnaast een verdergaande hypothese: zou Rusland beschikken over informatie waarmee Trump onder druk kan worden gezet? 

 

Russische chantage: feiten, geruchten en het Epstein-verhaal

Al sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 circuleren verhalen dat Russische inlichtingendiensten compromitterend materiaal over Trump zouden bezitten. Het bekendste voorbeeld is het zogenoemde Steele-dossier. Daarin werd onder meer beweerd dat Russische diensten tijdens Trumps verblijf in Moskou in 2013 belastende beelden hadden verzameld. Die beweringen zijn nooit overtuigend bewezen.

Het onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller stelde wel vast dat Rusland zich met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 bemoeide. Het onderzoek beschreef bovendien talrijke contacten tussen personen rond Trumps campagne en mensen met Russische banden. Het stelde echter geen strafbare samenzwering tussen de Trump-campagne en de Russische regering vast.

Een andere naam die de laatste tijd opnieuw opduikt, is Jeffrey Epstein. Uit documenten die in 2026 openbaar werden, blijkt dat Epstein contacten onderhield met invloedrijke Russen, onder wie personen met banden met de Russische veiligheidswereld. Hij probeerde bovendien een ontmoeting met Poetin te organiseren. Er is geen bewijs dat die ontmoeting daadwerkelijk plaatsvond.

De documenten hebben speculaties gevoed dat Epstein mogelijk informatie verzamelde waarmee machtige personen konden worden gechanteerd. Ook is geopperd dat hij voor Russische inlichtingendiensten zou hebben gewerkt. Voor die laatste beschuldiging bestaat geen overtuigend openbaar bewijs. Evenmin is aangetoond dat Epstein in opdracht van Moskou compromitterend materiaal over Trump verzamelde.

Het is belangrijk dit onderscheid te blijven maken. Gedocumenteerde contacten zijn feiten. Mogelijke chantage is een hypothese. Een onbewezen beschuldiging mag geen vaststaand onderdeel van een geopolitieke analyse worden.

Maar misschien is er een interessantere vraag. Heeft Rusland eigenlijk wel compromitterend materiaal nodig om invloed op een Amerikaanse president uit te oefenen? Persoonlijke relaties, economische belangen, politieke verwachtingen en de mogelijkheid van aantrekkelijke overeenkomsten kunnen immers eveneens invloed hebben op diplomatieke keuzes. Dat brengt ons bij een ontwikkeling die in discussies over de nieuwe wereldorde nog te weinig aandacht krijgt: de macht van de technologiebedrijven.

 

AI-giganten: het 4e machtscentrum?

Naast de Verenigde Staten, Rusland en China is een nieuwe internationale machtsfactor ontstaan: de grote technologieondernemingen. Elon Musk, Peter Thiel, Mark Zuckerberg, Jeff Bezos en andere invloedrijke ondernemers beschikken via hun bedrijven over technologie en infrastructuur, waar hele samenlevingen afhankelijk van zijn geworden. Denk aan satellietcommunicatie, cloudsystemen, drone-aansturing in oorlogssituaties, datacentra, kunstmatige intelligentie, sociale media en geavanceerde gegevensanalyse.

Bedrijven als Microsoft, Google, Amazon, Meta, OpenAI, Anthropic, Palantir en xAI spelen een belangrijke rol. Hun activiteiten verschillen aanzienlijk, evenals hun verhouding tot de Amerikaanse regering. Maar gezamenlijk illustreren zij hoe sterk technologische macht inmiddels geconcentreerd is. Elon Musk is daarbij een bijzonder voorbeeld.

Zijn bedrijf Tesla heeft omvangrijke belangen in China. Een ander bedrijf van Musk, SpaceX, beschikt over ruimtevaarttechnologie en het satellietnetwerk Starlink. Een derde bedrijf (xAI) ontwikkelt kunstmatige intelligentie. Musk heeft bovendien grote politieke zichtbaarheid verworven via zijn betrokkenheid bij Trump en zijn sociale-mediaplatform X. Over contacten tussen Musk en Poetin is journalistiek bericht. De inhoud en betekenis daarvan zijn niet volledig openbaar vastgesteld. Zijn zakelijke banden met China zijn daarentegen goed gedocumenteerd.

Peter Thiel vertegenwoordigt een andere kant van deze ontwikkeling. Zijn onderneming Palantir levert geavanceerde software voor gegevensanalyse aan bedrijven, overheden, veiligheidsdiensten en krijgsmachten. Kunstmatige intelligentie vergroot de mogelijkheden van zulke systemen aanzienlijk. De invloed van deze ondernemingen is mede daardoor ongekend. Zij beschikken over technologie die kan worden gebruikt voor militaire operaties en inlichtingen, bewaking, economische voorspellingen, cyberoperaties en de ondersteuning van politieke besluitvorming.

Daarmee ontstaat een fundamentele democratische vraag: wie heeft uiteindelijk de controle over voorzieningen, waarvan staten voor hun veiligheid en functioneren afhankelijk zijn? Een particuliere ondernemer kan tegenwoordig invloed uitoefenen op militaire communicatie, de verspreiding van informatie en de ontwikkeling van AI-systemen. Dat maakt technologiebedrijven tot belangrijke geopolitieke spelers.

Het is voorstelbaar dat bepaalde Amerikaanse machthebbers en technologieondernemers een wereld aantrekkelijk vinden waarin grote landen en grote bedrijven rechtstreeks afspraken maken, met minder internationale regelgeving en minder beperkingen. Of Trump daadwerkelijk een dergelijke wereldorde nastreeft, is niet aangetoond. Maar het is een relevante hypothese om zijn buitenlandse politiek en zijn verhouding tot de Amerikaanse techsector beter te begrijpen. 

Europese regelgeving

Hier komt de Europese Unie nadrukkelijk in beeld. Europa probeert de macht van technologiebedrijven aan democratische regels te onderwerpen. Met de AI Act, de Digital Services Act en Europese privacywetgeving stelt het eisen aan kunstmatige intelligentie, digitale platforms en het gebruik van persoonsgegevens. Daarmee raakt Europa rechtstreeks aan de belangen van grote Amerikaanse technologieondernemingen. Voor AI-ondernemers is Europese regelgeving een hinderpaal. Zij vinden dat innovatie wordt vertraagd, administratieve lasten toenemen en Amerikaanse bedrijven worden beperkt in hun internationale concurrentiepositie.

Vanuit Europees perspectief is er een andere afweging. Technologische vooruitgang moet samengaan met bescherming van burgers, eerlijke concurrentie, privacy en democratische controle. Die spanning verklaart waarom Europese regelgeving internationaal zo gevoelig ligt. Ook China heeft geregeld bezwaren tegen Europese handelsmaatregelen en technologische beperkingen. Rusland bekritiseert Europese sancties en het Europese buitenlandbeleid. De redenen daarvoor verschillen, maar de Europese Unie vormt voor alle drie een machtscentrum dat beperkingen kan opleggen.

Dat betekent nog niet dat Trump, Poetin en Xi gezamenlijk optrekken tegen Europese wetgeving. Nog niet. Hoe dat er na een top van deze drie landen uitziet (zonder Europese aanwezigheid) weten we echter neit. De belangen van de drie genoemde heren zijn nu nog verschillend. En los daarvan kunnen zij ieder afzonderlijk proberen Europese besluiten te beïnvloeden of de verdeeldheid tussen lidstaten te benutten. En daar ligt een van Europa's kwetsbaarheden.

 

Verdeeldheid in Europa

De Europese Unie is een van de grootste economische markten ter wereld. Binnen de 27 lidstaten wonen ongeveer 450 miljoen mensen. De gezamenlijke economie vertegenwoordigt vele biljoenen euro's en Europa beschikt over sterke industrieën, hoogwaardige wetenschap en aanzienlijke koopkracht.

Dat maakt de Europese markt buitengewoon aantrekkelijk. Amerikaanse technologiebedrijven willen toegang tot Europese consumenten en ondernemingen. Chinese producenten hebben Europa nodig als afzetmarkt voor onder meer elektrische auto's, elektronica en industriële producten. Ook voor Rusland was Europa lange tijd een belangrijke markt voor energie.

Europa heeft daardoor meer onderhandelingsmacht dan vaak wordt aangenomen. Maar die economische kracht staat in schril contrast met de politieke verdeeldheid. De Europese landen hebben uiteenlopende historische ervaringen, nationale belangen en politieke tradities. Sommige landen voelen zich sterk bedreigd door Rusland, terwijl andere regeringen meer nadruk leggen op economische betrekkingen of diplomatieke toenadering. Ook tegenover China en de Verenigde Staten bestaan verschillende opvattingen.

Op belangrijke onderdelen van het buitenlandse beleid is bovendien unanimiteit vereist. Daardoor kan één lidstaat gezamenlijke besluiten vertragen of blokkeren. Het resultaat is merkwaardig. Een markt van 450 miljoen inwoners kan internationaal economische regels stellen, maar heeft regelmatig moeite om met één politieke stem te spreken.

Die zwakte kan door andere grootmachten worden benut. Een verdeeld Europa is eenvoudiger onder druk te zetten dan een Europa dat gezamenlijk onderhandelt. Dat geldt voor handel, energie, defensie en technologische afspraken. Hier ligt een belangrijke opgave voor de komende jaren: Europa moet zijn economische macht beter leren verbinden met politieke eensgezindheid.

 

China heeft voordelen bij de oorlogen van anderen

China bevindt zich in een bijzondere geopolitieke positie. Terwijl Rusland enorme middelen besteedt aan de oorlog in Oekraïne en de Verenigde Staten zich bezighouden met uiteenlopende internationale conflicten, investeert China verder in kunstmatige intelligentie, industrie, infrastructuur, ruimtevaart en militaire technologie.

Voor Beijing kan het gunstig zijn wanneer andere grootmachten verzwakken door langdurige conflicten. China kan zijn relatieve positie daardoor versterken. Maar het land heeft eveneens veel belang bij internationale stabiliteit. De Chinese economie is sterk afhankelijk van export, handelsroutes, buitenlandse markten en de invoer van grondstoffen.

Daarom presenteert China zich internationaal vaak als voorstander van samenwerking en vreedzame ontwikkeling. Tegelijkertijd is zijn regionale optreden regelmatig assertief. Rond Taiwan oefent China militaire druk uit. Met Japan bestaat een territoriaal conflict over de Senkaku-eilanden, die China Diaoyu noemt. Ook in de Zuid-Chinese Zee heeft Beijing conflicten met verschillende buurlanden. De verhouding met Korea is eveneens ingewikkeld. Noord-Korea is voor China een strategische buffer. Zuid-Korea is een belangrijke handelspartner, maar ook een militaire bondgenoot van de Verenigde Staten.

Binnen China zelf bestaat weinig ruimte voor politieke oppositie. De Communistische Partij heeft grote invloed op de rechtspraak, de media en het bedrijfsleven. Ondernemers kunnen ernstig in de problemen komen wanneer zij met de politieke leiding in conflict raken. Bij bepaalde zware economische misdrijven, waaronder ernstige corruptie, kan zelfs de doodstraf worden opgelegd.

Dat laat zien dat economische modernisering niet vanzelf samengaat met politieke vrijheid. China heeft overigens ook kwetsbaarheden. Vergrijzing, schulden, problemen in de vastgoedsector en economische afhankelijkheden beperken de speelruimte van de Chinese regering. Het land kan dus veel winnen bij internationale verschuivingen, maar heeft ook veel te verliezen bij een grote oorlog of ernstige verstoring van de wereldeconomie.

Rusland en China versterken hun samenwerking

De betrekkingen tussen Rusland en China zijn de afgelopen jaren aanzienlijk intensiever geworden. Rusland levert energie en grondstoffen aan China. China is een belangrijke handelspartner voor Rusland geworden, vooral sinds westerse sancties de Russische economie onder druk zetten. Beide landen streven naar een internationale orde waarin de Verenigde Staten minder dominant zijn. Zij benadrukken het belang van meerdere machtscentra en bekritiseren geregeld westerse sancties en politieke inmenging.

Maar hun verhouding is bepaald niet gelijkwaardig. Rusland is door de oorlog in Oekraïne economisch afhankelijker geworden van China. Beijing beschikt daardoor over een sterke onderhandelingspositie. Bovendien heeft China zijn eigen mondiale ambities en wil het technologisch zo zelfstandig mogelijk blijven. Dat maakt de gedachte van een hecht en duurzaam bondgenootschap tussen Rusland, China en de Verenigde Staten minder vanzelfsprekend dan zij op het eerste gezicht lijkt.

De drie landen hebben aanzienlijke onderlinge tegenstellingen. Amerika en China concurreren om technologische en economische invloed. Rusland en China hebben verschillende belangen in Centraal-Azië. En alle drie willen zij hun eigen strategische zelfstandigheid behouden. Juist die tegenstellingen bieden andere landen diplomatieke mogelijkheden. 

 

Oekraïne het eerste slachtoffer van een nieuwe machtspolitiek

Voor Oekraïne zijn deze ontwikkelingen bijzonder bedreigend. Sinds de grootschalige Russische invasie van februari 2022 heeft het land enorme menselijke en materiële verliezen geleden. Miljoenen mensen zijn op de vlucht geslagen en grote delen van de infrastructuur zijn beschadigd of vernietigd. De Oekraïense bevolking verdedigt daarbij een fundamenteel beginsel: een onafhankelijk land moet zijn eigen politieke toekomst kunnen bepalen.

Wanneer grootmachten onderling afspraken maken over de toekomst van Oekraïne zonder dat Oekraïne daar zelf volwaardig over kan beslissen, wordt dat beginsel aangetast. Ook voor Europa zijn de gevolgen groot. Als militaire agressie uiteindelijk wordt beloond met territoriale winst, kan dat de veiligheid van andere Europese landen onder druk zetten.

De NAVO speelt hierin een centrale rol. Het bondgenootschap is gebaseerd op gezamenlijke verdediging. Maar de geloofwaardigheid daarvan hangt af van de overtuiging dat de lidstaten elkaar daadwerkelijk zullen helpen wanneer dat nodig is. Wanneer Europese landen gaan twijfelen aan de Amerikaanse bereidheid om hun veiligheid te beschermen, verzwakt die geloofwaardigheid. Daarvoor hoeft de NAVO formeel niet eens uiteen te vallen.

Toch is er ook een andere ontwikkeling zichtbaar. Europese landen investeren meer in hun eigen defensie, werken nauwer samen bij de productie van wapens en ondersteunen Oekraïne op verschillende manieren. Bovendien heeft Oekraïne zelf een groot vermogen tot technologische aanpassing laten zien, onder meer door de ontwikkeling van drones en elektronische oorlogsvoering. De oorlog heeft Europa daarmee ook gedwongen opnieuw na te denken over zijn eigen veiligheid.

AI en kernwapens: een nieuwe uitdaging

Een van de meest zorgelijke aspecten van de veranderende wereldorde is de combinatie van kunstmatige intelligentie en nucleaire bewapening. AI kan militaire informatie sneller verwerken, dreigingen herkennen, cyberoperaties ondersteunen en commandanten helpen bij het nemen van beslissingen. Dat kan defensieve voordelen opleveren, maar ook nieuwe risico's veroorzaken.

Wanneer landen steeds snellere geautomatiseerde systemen gebruiken om militaire dreigingen te beoordelen, kunnen fouten of verkeerde interpretaties ernstige gevolgen hebben. Zeker bij nucleaire wapens is het essentieel dat menselijke controle behouden blijft. De Verenigde Staten, Rusland en China beschikken over nucleaire arsenalen. Hun onderlinge rivaliteit maakt afspraken over veiligheid, communicatie en wapenbeheersing bijzonder belangrijk.

Daarom hoeft een ontmoeting tussen Trump, Poetin en Xi geen slecht nieuws te zijn. Integendeel, wanneer zij afspraken maken over het beperken van nucleaire risico's en het verantwoord gebruik van militaire AI, kan dat de internationale veiligheid versterken. Het gevaar ontstaat wanneer technologische en militaire macht wordt gebruikt om andere landen politieke keuzes op te leggen. De uitdaging voor Europa is om op deze terreinen voldoende kennis, invloed en zelfstandigheid te ontwikkelen.

 

Europa staat er gelukkig niet alleen voor

Tot zover de zorgen. Maar er bestaat ook een ontwikkeling die veel minder aandacht krijgt: Europa versterkt zijn internationale samenwerkingen. Canada is daarvan een treffend voorbeeld. In juni 2025 sloten Canada en de Europese Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap. Beide partijen willen nauwer samenwerken op het gebied van defensie, cyberveiligheid, technologie en economische veiligheid. In 2026 zijn bovendien voorstellen gedaan om de economische en technologische samenwerking nog verder te verdiepen. Canada en Europa delen belangrijke democratische uitgangspunten en hebben veel belang bij betrouwbare internationale afspraken.

Ook India is een belangrijke partner. Het land maakt deel uit van BRICS, het samenwerkingsverband waarin ook Rusland en China een belangrijke rol spelen. India probeert echter zijn eigen strategische zelfstandigheid te bewaren. Het onderhoudt betrekkingen met Rusland, werkt samen met westerse landen en heeft tegelijkertijd territoriale spanningen met China. Juist daardoor kan India een belangrijke rol spelen in een wereld waarin verschillende machtsblokken met elkaar concurreren.

In januari 2026 sloten India en de Europese Unie een veiligheids- en defensiepartnerschap, onder meer gericht op maritieme veiligheid, cyberveiligheid en nieuwe technologie. Australië heeft in maart 2026 eveneens een veiligheids- en defensiepartnerschap met de Europese Unie gesloten. De samenwerking richt zich onder andere op cyberdreigingen, kritieke grondstoffen, ruimtevaart en defensietechnologie.

Nieuw-Zeeland onderhoudt nauwe economische en politieke betrekkingen met Europa. Japan en Zuid-Korea hebben eveneens veiligheidspartnerschappen met de EU. Het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen blijven belangrijke Europese veiligheidspartners, ook buiten het EU-lidmaatschap.

Er ontstaat daarmee een internationaal netwerk van landen die op verschillende terreinen belang hebben bij samenwerking met Europa. Het is geen formeel bondgenootschap tegen China of Rusland. Daarvoor verschillen de nationale belangen te sterk. Maar het geeft Europa wel economische, diplomatieke en strategische mogelijkheden. En het laat zien dat de internationale verhoudingen veel ingewikkelder zijn dan een eenvoudige tegenstelling tussen drie grootmachten en de rest van de wereld.

 

Europa als bewaker van democratische waarden

Misschien beschikt Europa over nog een andere kracht, die moeilijker in geld of militaire middelen is uit te drukken. De Europese samenwerking is ontstaan vanuit de overtuiging dat landen hun conflicten ook vreedzaam kunnen oplossen. Na twee verwoestende wereldoorlogen groeide het besef dat economische samenwerking, internationale rechtsregels en democratische instituties noodzakelijk waren om nieuwe oorlogen te voorkomen.

Dat Europese project heeft grote successen gekend, maar ook tekortkomingen. Binnen de Unie bestaan politieke spanningen, problemen rond rechtsstatelijkheid en verschillen in de manier waarop lidstaten met democratische beginselen omgaan. Europa moet daarom kritisch naar zichzelf blijven kijken. Toch vertegenwoordigt de Europese Unie een politieke traditie waarin menselijke waardigheid, democratische controle, vrijheid van meningsuiting en onafhankelijke rechtspraak belangrijke uitgangspunten zijn. Die traditie kan juist in een wereld van toenemende machtsconcentratie betekenis krijgen.

De ontwikkeling van AI maakt dat bijzonder actueel. Wanneer technologiebedrijven steeds meer invloed krijgen op informatie, communicatie en politieke besluitvorming, wordt democratische controle belangrijker. Europa probeert met zijn wetgeving voorwaarden te stellen aan die technologische macht. Daarbij moet het voorkomen dat regelgeving innovatie onnodig belemmert. Maar het uitgangspunt dat burgers bescherming verdienen tegen willekeurige machtsuitoefening blijft van grote betekenis.

Europa kan daardoor internationaal een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van normen voor het verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie. Dat vereist wel dat het zelf voldoende investeert in technologische kennis, ondernemerschap en innovatie. Een continent dat alleen regels maakt, maar voor essentiële technologie volledig afhankelijk blijft van anderen, heeft uiteindelijk te weinig zelfstandige invloed.

 

Europese zwakte kan Europese kracht worden 

Er zit een merkwaardige paradox in de huidige situatie. Europa is economisch bijzonder sterk, maar politiek vaak verdeeld. Het beschikt over hoogwaardige technologie, maar is voor belangrijke digitale voorzieningen afhankelijk van Amerikaanse ondernemingen. Het heeft aanzienlijke industriële mogelijkheden, maar heeft jarenlang onvoldoende geïnvesteerd in gezamenlijke defensie.

Die kwetsbaarheden zijn reëel. Maar ze zijn niet onveranderlijk. Europese landen kunnen hun defensie-industrie versterken, gezamenlijk investeren in kunstmatige intelligentie, hun energievoorziening diversifiëren en de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers verminderen. Ook kunnen zij hun besluitvorming verbeteren, zodat afzonderlijke nationale belangen minder gemakkelijk het gezamenlijke optreden blokkeren.

Daarbij hoeft Europa de Verenigde Staten niet als tegenstander te beschouwen. De economische, culturele en politieke banden tussen beide zijden van de Atlantische Oceaan zijn diepgeworteld. Amerika kent bovendien een krachtige democratische traditie, met onafhankelijke instellingen, maatschappelijke organisaties, universiteiten en politieke tegenkrachten. 

Een Amerikaanse president kan met zijn regering de koers van zijn land ingrijpend veranderen, maar hij bepaalt niet in zijn eentje de opvattingen van honderden miljoenen Amerikanen. Een sterker Europa kan daarom ook bijdragen aan een evenwichtiger trans-Atlantische samenwerking. Ik besef dat ik wat positiever voorstel dan het misschien is, maar er zit een waarheid in, en geen onbetekenende. 

De wereld is groter dan Trump, Poetin, Xi en Musk

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste geruststellende gedachte. De toekomst van de wereld wordt niet uitsluitend bepaald door drie politieke leiders en enkele technologiemiljardairs. Zij beschikken over grote macht, maar hun mogelijkheden worden begrensd door economische afhankelijkheden, internationale afspraken, politieke tegenkrachten en de belangen van andere landen.

China heeft internationale handel nodig. Rusland ondervindt de economische en militaire gevolgen van zijn oorlog. De Verenigde Staten hebben sterke banden met Europa en andere democratische landen. Grote technologiebedrijven zijn voor hun inkomsten, infrastructuur en personeel eveneens afhankelijk van internationale samenwerking.

Ook hun onderlinge belangen lopen uiteen. Musk heeft zakelijke belangen in China, maar Amerikaanse en Chinese technologiebedrijven concurreren tegelijkertijd om internationale dominantie. Trump kan toenadering zoeken tot Xi en tegelijk proberen Chinese economische invloed te beperken. Poetin kan samenwerken met China, terwijl Rusland steeds afhankelijker wordt van de Chinese economie. Er bestaat, met andere woorden, geen vanzelfsprekende eenheid tussen deze machtscentra.

Europa heeft ondertussen een enorme markt, sterke wetenschappelijke instellingen, democratische tradities en een groeiend netwerk van internationale partners. Het belangrijkste probleem is dat Europese landen hun gezamenlijke mogelijkheden nog onvoldoende benutten. Daar ligt ook de belangrijkste opdracht. Europa zal moeten investeren in zijn eigen veiligheid, technologische ontwikkeling en politieke samenwerking. Het zal economische kracht moeten verbinden met diplomatieke invloed. En het zal zijn democratische waarden geloofwaardig moeten blijven verdedigen, ook wanneer dat economisch of politiek lastig is.

De wereld verandert. De opkomst van AI, de toenemende rivaliteit tussen grootmachten en de onzekerheid over internationale bondgenootschappen maken die verandering ingewikkeld en soms bedreigend. Maar een nieuwe wereldorde ontstaat niet uitsluitend aan de onderhandelingstafels van Washington, Moskou en Beijing. Zij wordt ook gevormd in Europese parlementen, universiteiten, ondernemingen en samenlevingen. Door landen die samenwerken, burgers die hun democratische rechten gebruiken en politici die bereid zijn verder te kijken dan het volgende nationale belang.

Europa heeft daarbij een belangrijke keuze te maken. Het kan zijn verdeeldheid laten voortbestaan en daardoor aan internationale invloed verliezen. Of het kan zijn economische kracht, democratische waarden en internationale partnerschappen beter bundelen.

Er zijn voldoende redenen om bezorgd te zijn over de toekomst. Maar er zijn ook voldoende mogelijkheden om die toekomst anders vorm te geven. Laten we vooral dát niet vergeten: de wereldorde van morgen ligt nog niet vast. En Europa heeft nog altijd de middelen om er een belangrijke, democratische bijdrage aan te leveren. Dat is een heel klein beetje goed nieuws in pittige tijden...zonder de realiteit daarbij uit het oog te verliezen. Laten we hoop houden. 

 

 

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--