De Vervoerregio Amsterdam heeft een belangrijke stap gezet richting meer uniformiteit in het toegangsbeleid voor binnensteden. De nieuwe Leidraad toegangs- en ontheffingenbeleid biedt gemeenten praktische richtlijnen voor autoluwe gebieden, venstertijden, ontheffingen en handhaving.
Steeds meer steden voeren eigen toegangsregimes in, waardoor voor vervoerders een onoverzichtelijke lappendeken aan regels ontstaat. De leidraad probeert daar orde in te scheppen zonder het noodzakelijke maatwerk uit het oog te verliezen.
Geen doel op zich
Het uitgangspunt is dat toegangsbeleid geen doel op zich mag zijn. De centrale ambitie is het verminderen van voertuigbewegingen en overlast, terwijl de bereikbaarheid van binnensteden behouden blijft. Verschillende gebieden vragen om verschillende oplossingen.
Een historische binnenstad, een winkelgebied of een wijk met kwetsbare kademuren vragen immers ieder om een eigen aanpak. Tegelijkertijd pleit de leidraad voor veel meer regionale harmonisatie, zodat ondernemers niet in iedere gemeente opnieuw met andere regels worden geconfronteerd.
Een sterk punt van de leidraad is de aandacht voor eenvoud. Gemeenten worden opgeroepen om zo min mogelijk verschillende verkeersborden, venstertijden en uitzonderingen toe te passen. Uitzonderingen horen volgens de auteurs zoveel mogelijk thuis in het ontheffingenbeleid en niet op uitgebreide onderborden. Dat maakt bebording overzichtelijker en makkelijker te handhaven. Ook wordt gepleit voor uniforme terminologie, zodat begrippen als autoluw gebied, venstertijdengebied en toegangsbeleid overal dezelfde betekenis krijgen.
Stadslogistiek
Voor stadslogistiek bevat de leidraad diverse interessante aanbevelingen. Zo adviseren de auteurs om venstertijden niet vóór 11.00 uur te laten eindigen. Te korte vensters dwingen vervoerders immers extra voertuigen in te zetten, wat juist tot meer verkeersbewegingen leidt. Aan de andere kant moeten venstertijden ook niet te ruim worden, omdat gemeenten met de ruimste vensters anders de logistieke piek van de regio aantrekken. Harmonisatie tussen gemeenten is daarom belangrijker dan het optimaliseren van individuele tijdvensters. Ook avondvensters worden ontraden; de avond moet volgens de leidraad vooral beschikbaar zijn voor bewoners en bezoekers.
Opvallend is eveneens de aandacht voor de praktijk van elektrificatie. Gemeenten worden gewaarschuwd dat traditionele gewichtsgrenzen van 3.500 kilogram onbedoeld veel elektrische bestelwagens uitsluiten. Door het accupakket wegen deze voertuigen immers vaak tot 4.250 kilogram. Wanneer gemeenten deze voertuigen automatisch onder vrachtwagenverboden laten vallen, werkt het toegangsbeleid juist de verduurzaming tegen. Dat is een belangrijk en actueel inzicht.
Ontheffingen
Het hoofdstuk over ontheffingen is pragmatisch. Langdurige jaarontheffingen zouden alleen beschikbaar moeten zijn voor partijen die aantoonbaar geen alternatief hebben, zoals afvalinzameling of het beheer van de openbare ruimte. Voor incidentele werkzaamheden pleit de leidraad juist voor een laagdrempelig digitaal systeem waarbij bedrijven zelfs op dezelfde dag nog een ontheffing kunnen aanvragen. Daarmee blijft de noodzakelijke flexibiliteit behouden zonder dat structureel uitzonderingen ontstaan. Differentiatie in leges moet bovendien bedrijven stimuleren om alleen een ontheffing aan te vragen wanneer dat echt noodzakelijk is.
Uitvoering en handhaving
De leidraad besteedt daarnaast terecht veel aandacht aan de uitvoering. Strenger toegangsbeleid zonder goede handhaving werkt niet. Camera's, pollers en boa's moeten onderdeel zijn van een integraal systeem, ondersteund door duidelijke communicatie en voldoende voorbereidingstijd voor ondernemers. Nieuwe maatregelen zouden minimaal één tot twee jaar vooraf moeten worden aangekondigd zodat bedrijven hun logistieke processen kunnen aanpassen.
Aanpak stadslogistieke stromen
Toch roept de leidraad ook vragen op. Vrijwel alle aanbevelingen zijn gericht op het reguleren van de toegang, terwijl relatief weinig aandacht wordt besteed aan alternatieven die het aantal ritten daadwerkelijk verminderen.
Stadslogistieke oplossingen zoals stedelijke consolidatie, logistieke hubs, gezamenlijke bevoorrading, data-uitwisseling tussen vervoerders, bouwlogistieke afspraken of samenwerking tussen ontvangers blijven grotendeels buiten beeld. Daarmee richt de leidraad zich vooral op wie wanneer naar binnen mag en veel minder op de achterliggende logistieke organisatie.
Een tweede aandachtspunt is dat de leidraad sterk inzet op harmonisatie, terwijl de bestuurlijke werkelijkheid weerbarstig is. Gemeenten willen maatwerk kunnen leveren voor hun eigen binnenstad en politieke keuzes kunnen maken over leefbaarheid, veiligheid en economie. Uniformiteit is daarom wenselijk, maar zal alleen slagen als gemeenten bereid zijn een deel van hun beleidsvrijheid op te geven.
Gemeenten krijgen concrete handvatten om hun toegangsbeleid eenvoudiger, uniformer en beter uitvoerbaar te maken. Voor logistieke bedrijven betekent het vooral meer voorspelbaarheid en minder administratieve lasten.
Uiteindelijk is een streng toegangsbeleid niet de sleutel tot leefbare binnensteden. De grootste winst ontstaat wanneer toegangsbeleid wordt gecombineerd met slimme logistieke oplossingen, zoals de bundeling van goederenstromen, emissievrije distributie, digitale planning en betere samenwerking tussen gemeenten, vervoerders en ontvangers. Pas dan worden niet alleen de regels eenvoudiger, maar neemt ook het aantal voertuigbewegingen daadwerkelijk af.
Beleid en organisatie zijn grootste obstakels
Het beleid en de organisatie voor de maatrgelen kunnen obstakels zijn. Wie mag straks nog de buurt in? Wat wordt beschouwd als bestemmingsverkeer? Hoe organiseer je de uitvoering en handhaving? Wat is eigenlijk het handelingsperspectief van de gemeente? Lastige vragen.
De inzet van intelligente toegang biedt kansen om op een slimme, doelgroepgerichte manier te sturen op de niveaus en de circulatie van (met name) automobiliteit in de stad. Het maakt maatwerk mogelijk. Echter maakt maatwerk de belangenafweging van de verschillende doelgroepen ook complexer.
Daarnaast vraagt het om een goed ingericht technisch systeem en een ondersteunende organisatie (bijvoorbeeld voor het verlenen van ontheffingen en het corrigeren van onjuiste boetes). Inzet vraagt een gedegen afweging, met oog voor enerzijds het gewenste effect en de bijdrage aan beleidsdoelen, en anderzijds oog voor lokale bereikbaarheid en waterbedeffecten op de omliggende buurten.
Walther Ploos van Amstel.
Lees ook: Intelligent toegangsbeheer: juridisch mag het... maar beleid en organisatie zijn er niet klaar voor
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--