Netcongestie is inmiddels een van de grootste obstakels voor de elektrificatie van bedrijven en logistiek in Nederland. Hoewel investeringen in het net noodzakelijk blijven, bieden recente aanpassingen in wet- en regelgeving meer ruimte om de bestaande capaciteit flexibeler te verdelen. Daarmee kan de impact op het bedrijfsleven worden beperkt. Al verloopt dit proces trager dan gehoopt. Voor logistieke bedrijven betekent dit dat wachten op netuitbreiding zelden de beste strategie is; actief deelnemen aan lokale energiehubs en het inschakelen van een stroomkoppelaar kan het verschil maken tussen stilstand en doorgroei.
Netcongestie
Het derde netcongestierapport van ABN AMRO laat zien dat betrokken partijen elkaar steeds beter weten te vinden, maar ook dat zij elkaar soms in bestuurlijke en organisatorische processen gevangen houden. Netcongestie is sterk locatie-specifiek: wat op het ene bedrijventerrein werkt, hoeft elders geen oplossing te zijn. Juist daar wringt het vaak. Wat ontbreekt is een betaalde kracht die bedrijven bij elkaar brengt, de technische en contractuele puzzel uitzoekt en samenwerking op gang helpt.
Ondernemers die willen uitbreiden of elektrificeren krijgen steeds vaker “nee” te horen van netbeheerders. Nieuwe aansluitingen of verzwaringen zijn eerder uitzondering dan regel geworden. Toch ontstaat hier en daar weer ruimte. De elektrificatie verloopt namelijk trager dan eerder voorspeld, waardoor gereserveerde capaciteit soms vrijkomt. Bovendien leidt betere communicatie tussen afnemers en netbeheerders tot meer vertrouwen en lagere risicomarges op onderstations. Dat kan lokaal enkele procenten extra capaciteit opleveren; klein in absolute zin, maar cruciaal voor individuele bedrijven.
De invoering van de nieuwe Energiewet per 1 januari 2026 biedt een juridisch kader voor meer flexibiliteit. De Autoriteit Consument & Markt heeft via net- en tarievencodes al ruimte gecreëerd voor nieuwe contractvormen, zoals capaciteitsbeperkende contracten. Individueel worden die steeds vaker afgesloten, maar groepscontracten blijven schaars. De reden ligt vooral in organisatiekosten, technische complexiteit en gebrek aan regie.
Stroomkoppelaars
Daar komt het tweede kernpunt van het rapport naar voren: de noodzaak van meer energiehubs én van zogeheten stroomkoppelaars. Energiehubs maken het mogelijk dat bedrijven hun verbruik onderling afstemmen en zo de bestaande netcapaciteit beter benutten. In de praktijk zijn deze samenwerkingsverbanden echter nog beperkt. Volgens ABN AMRO-sectorbankier Peter van Ees op Logistiek ligt dat minder aan techniek dan aan organisatie. “We hebben alle puzzelstukjes, maar leggen ze niet op de juiste plek.” Het zijn juist de stroomkoppelaars (onafhankelijke aanjagers die lokaal het netwerk, de contracten en de belangen verbinden) die daadwerkelijk ruimte op het net weten vrij te spelen.
Netcongestie blijft voorlopig een structureel probleem, maar oplossingen zijn vaker mogelijk dan gedacht. Niet alleen door kabels te verzwaren, maar vooral door lokaal slimmer te organiseren, samenwerking te stimuleren en de juiste mensen te mandateren. Voor logistieke bedrijven betekent dit dat wachten op netuitbreiding zelden de beste strategie is; actief deelnemen aan lokale energiehubs en het inschakelen van een stroomkoppelaar kan het verschil maken tussen stilstand en doorgroei.
Bron: ABN AMRO
Lees ook: Hoezo netcongestie in de logistiek?
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--