Sommige woorden gaan op een gegeven moment wringen. Niet omdat ze nieuw zijn, maar omdat we ze te lang zijn blijven gebruiken. Het begrip HRM is zo’n woord. Het zit me al een tijd dwars — zoals Zwarte Piet ook niet meer lekker zat. Dat ging niet vanzelf weg en leidde tot verhitte discussies. Niet omdat mensen ineens gevoeliger werden, maar omdat het woord niet meer klopte bij wie we wilden zijn.
Human Resource schuurt bij mij om dezelfde reden. Een resource is iets wat je inzet, optimaliseert en vervangt. Olie. Hout. Kapitaal. Data. Dat werkt prima bij grondstoffen, machines en geld. Maar bij mensen? We hebben woorden vaker losgelaten toen ze niet meer pasten. Horigen werden burgers. Zwarte Piet verdween omdat we inzagen wat het woord en het beeld met mensen deden. Misschien is Human Resource de volgende term waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken.
Schuurt dit alleen bij mij?
Deze Nieuwjaarscolumn wil niet overtuigen, maar ontregelen — en precies daarin uitnodigen tot anders kijken. We zeggen het al jaren letterlijk en figuurlijk zonder erbij na te denken: HR, HRM, human resources. Het klinkt professioneel, neutraal en efficiënt. En juist daarin schuilt het probleem. Taal is niet neutraal. Taal verraadt hoe we kijken, hoe we denken en … wie de macht heeft!
Een resource is iets waarover je beschikt. Iets dat je beheert, plant en afschrijft. Dat werkt uitstekend in spreadsheets en beleidsnota’s. Maar zodra we mensen resources noemen, reduceren we human beings tot productiemiddelen — wellicht niet expres, maar wel structureel. Dat is geen semantische discussie. Hier zit een mensbeeld achter.
HRM is dan ook geen onschuldige term. Het veronderstelt een verhouding: iemand managet, iemand wordt gemanaged. Iemand stuurt, iemand wordt ingezet. Daarmee bevestigt HRM een sociale, economische en bestuurlijke machtsrelatie die we in veel organisaties juist zeggen te willen doorbreken. Opvallend genoeg blijft die spanning meestal onbesproken — en wordt ze in de praktijk afgekocht met goede bedoelingen. We investeren massaal in leiderschapscursussen, cultuurprogramma’s en zelfs in werkgeluk — maar houden ondertussen vast aan een begrip dat mensen positioneert als middel in plaats van vertrekpunt.
Dat wringt. Zeker in organisaties waar vakmanschap centraal staat. Want een vakmens is geen resource. Een vakmens heeft een beroep, is geen headcount. Een vakmens neemt verantwoordelijkheid — ook als dat schuurt met regels. Een vakmens is aanspreekbaar, niet aanstuurbaar. HRM draait dat perspectief (waarschijnlijk ongewild) om. Het suggereert dat de organisatie iets buiten de mens is, iets wat beheerd moet worden, met mensen als variabele factor. Daarmee legitimeert het formats, KPI’s, compliance en controle — vaak met de beste bedoelingen, maar met een voorspelbaar effect: minder ruimte voor vakmanschap en menselijke maat.
Net zoals we ooit zonder nadenken spraken over horigen of zwarte piet, spreken we nu zonder nadenken over human resources. En net zoals toen klopt het woord steeds minder bij wat we zeggen belangrijk te vinden. Niet omdat iedereen slecht bezig is, maar omdat taal soms langer blijft hangen dan ons denken! Zo zeggen we dat de mens centraal staat, maar rekenen ondertussen nog steeds in FTE’s, instroom en uitstroom — soms verandert ons denken sneller dan het dagelijks taalgebruik.
Misschien is 2026 het jaar om dat onder ogen te zien. Niet door HRM te vervangen door een nieuw buzzword — dat zou te makkelijk zijn. Maar door het gesprek te voeren over wat we eigenlijk bedoelen als we over mensen en werk praten. Schuren mag daarbij. Want zonder wrijving komt niets los. Maar uitnodigen is net zo nodig. Want zonder uitnodiging beweegt niemand mee. Wie niet schuurt, nodigt niemand uit tot nadenken. Of schuurt het alleen bij mij?
Wat zegt het eigenlijk over onze organisaties dat we het zo collectief vanzelfsprekend vinden mensen ‘resources’ te noemen — maar het ongemakkelijk vinden om die term ter discussie te stellen? Misschien is dát wel een passend begin van het nieuwe jaar: niet nóg een model, maar een ander woord. Of beter nog: een ander kijken. Naar mensen. Naar het werk. En naar organisaties — niet als iets wat boven ons hangt, maar als iets wat door ons heen leeft. Wij zijn immers ‘de organisatie’!
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--