Liquiditeitsbeheer voor CFO’s die rendement zoeken zonder grip te verliezen

Actueel

Een gezonde kaspositie voelt veilig. Tot de rente oploopt, inflatie knaagt aan koopkracht en geld maandenlang werkloos op een rekening blijft staan. Voor een CFO is liquide ruimte geen luxe om trots op te zijn, maar werkkapitaal dat beleid vraagt. Het moet beschikbaar blijven voor salarissen, belasting, leveranciers en onverwachte tegenvallers. Tegelijk mag overtollige cash best iets opleveren. Geld kan lui zijn, maar dat hoeft niet.

De betere vraag is niet hoeveel rendement er maximaal uit de kas te persen valt. De vraag is welk deel van de liquiditeit tijdelijk gemist kan worden zonder de dagelijkse bedrijfsvoering te raken. Vanuit dat punt ontstaat een treasury aanpak die rustiger is dan handelen op gevoel en zakelijker dan alles op de betaalrekening laten staan.

Begin met drie lagen liquiditeit

Een CFO kijkt eerst naar beschikbaarheid. Het geld voor vaste betalingen hoort direct opvraagbaar te blijven. Denk aan lonen, huur, btw, aflossingen en leveranciers. De tweede laag bestaat uit middelen die binnen enkele weken of maanden nodig kunnen zijn. Daar past vaak een kortlopende oplossing bij, zoals een deposito met korte looptijd of een geldmarktfonds met beperkt renterisico. De derde laag is pas interessant wanneer er duidelijk overtollige cash is.

Juist die derde laag kan meer doen. Niet door roekeloos te gokken op koerssprongen, wel door vooraf grenzen te stellen. Welke looptijd is acceptabel? Welk verlies past binnen het beleid? Welke positie moet direct kunnen worden afgebouwd? Door die vragen vast te leggen, voorkom je dat rendement belangrijker wordt dan toegang tot geld. Dat is precies waar treasurybeleid voor bedoeld is.

Rendement zonder de bereikbaarheid te verliezen

Liquiditeit aan het werk zetten vraagt om balans tussen opbrengst, risico en toegang. Een zakelijke reserve is geen potje speelgeld. De CFO wil rente of koersresultaat, maar ook grip houden. Kortlopende staatsobligaties, geldmarktfondsen, termijnrekeningen en breed gespreide instrumenten kunnen daarbij passen. De keuze hangt af van kasplanning, kredietlijnen, convenanten, belastingpositie en risicobereidheid.

Het gaat niet om spannende verhalen bij de lunchtafel. Het gaat om voorspelbaarheid. Een paar procent extra rendement op tijdelijk overtollige middelen kan op jaarbasis serieus verschil maken, zeker bij bedrijven met ruime kasposities. Alleen heeft dat rendement waarde wanneer het past binnen de liquiditeitsprognose. Een mooie opbrengst op geld dat volgende maand nodig is, voelt minder mooi zodra een betaling klemloopt. Boekhoudkundig sarcasme noemt men dat karaktervorming.

Waar online trading in dit plaatje past

Online trading kan voor CFO’s een rol spelen aan de rand van het treasurybeleid, niet in de operationele kern. Het past vooral bij marktoriëntatie, tactische posities en het volgen van rente, valuta, indices of grondstoffen. Een onderneming met internationale inkomsten kijkt bijvoorbeeld naar valutarisico. Een bedrijf met veel energieverbruik volgt grondstoffenprijzen. Dan kan toegang tot markten nuttig zijn, mits het mandaat helder is.

Wie zich oriënteert op trading in Nederland met Plus500, moet daarbij nuchter blijven. CFD’s zijn complexe producten met hefboomwerking. Ze zijn niet geschikt als parkeerplek voor werkkapitaal. De AFM stelt daarom regels aan dit soort producten, onder meer rond maximale hefboom, bescherming tegen restschuld en verplichte risicowaarschuwingen. Dat maakt controle op aanbieder, product en toezicht geen formaliteit, maar een basisregel.

Leg grenzen vast voordat er rendement wordt gezocht

Een CFO benadert rendement vanuit beleid. Dat betekent limieten per instrument, tegenpartij en looptijd. Ook hoort er een duidelijke scheiding te zijn tussen direct beschikbare kasmiddelen en middelen die tijdelijk belegd mogen worden. Zonder die scheiding verandert cashmanagement al snel in improvisatie met een spreadsheet. Dat loopt zelden lekker af, al klinkt het in de bestuurskamer soms verrassend kalm.

Maak ook afspraken over rapportage. Wat is het doelrendement? Wanneer wordt een positie afgebouwd? Wie mag orders plaatsen? Hoe worden kosten, marginvereisten en liquiditeitsrisico gemeten? Zulke afspraken halen emotie uit financiële keuzes. Dat is handig, omdat markten niet bekendstaan om hun rustgevende karakter.

Cash moet werken, maar ook terugkomen

Liquiditeitsbeheer draait niet om het najagen van het hoogste rendement. Het draait om geld beschikbaar houden, risico beperken en tijdelijk overschot verstandig inzetten. Voor CFO’s ligt de winst vaak in discipline: een scherpe kasplanning, een duidelijke verdeling van middelen en een vast kader voor rendement.

Trading kan daarin alleen een rol krijgen wanneer het ondergeschikt blijft aan liquiditeit en risicobeheer. De kas is geen casino met een IBAN. Wie overtollige middelen aan het werk wil zetten, begint daarom niet bij de markt, maar bij de vraag wanneer dat geld weer nodig is. Pas daarna komt rendement in beeld.

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Financieel management