Het debat over Schiphol gaat vaak over geluidsoverlast, stikstof, vakantievluchten en het maximale aantal vliegbewegingen. Begrijpelijke onderwerpen, maar ze overschaduwen een fundamentele vraag: wat betekent luchtvaart eigenlijk voor de Nederlandse logistiek en economie? Juist daar wringt het. In het publieke debat wordt luchtvracht vaak afgedaan als een niche, terwijl het voor veel hoogwaardige economische activiteiten onmisbaar is.
Schiphol is een onderdeel van de economische infrastructuur
Een recent onderzoek van Decisio, uitgevoerd voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, laat zien dat de luchtvaart veel meer is dan alleen een vervoerssector. Schiphol is een onderdeel van de economische infrastructuur van Nederland en ondersteunt de veerkracht van strategische sectoren zoals hightech, farmacie, tuinbouw en logistiek. Tegelijkertijd is het rapport opvallend genuanceerd: het pleit niet voor méér luchtvaart, maar voor een slimmer luchtvaartbeleid waarin kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit.
Voor logistici is vooral luchtvracht van belang. Nederland verdient zijn geld met hoogwaardige, tijdkritische producten. Denk aan ASML-onderdelen, medische isotopen, geneesmiddelen, bloemen, verse groenten, vis en reserveonderdelen voor industriële installaties. Voor dergelijke goederen is luchtvracht geen luxe, maar een noodzakelijke schakel in de supply chain. Hoe hoger de waarde en hoe groter de tijdsdruk, hoe sterker de afhankelijkheid van luchttransport.
Een goed luchtvrachtnetwerk is essentieel. Zonder betrouwbare verbindingen verliezen Nederlandse bedrijven hun internationale concurrentiepositie en verschuiven goederenstromen eenvoudig naar Frankfurt, Parijs of Luik. Logistieke ketens zijn immers internationaal georganiseerd en kiezen uiteindelijk voor de meest betrouwbare verbinding.
Daar zit ook een paradox. Nederland profileert zich graag als logistieke draaischijf van Europa, maar de discussie over Schiphol wordt vaak gevoerd alsof luchtvaart uitsluitend een nationaal vraagstuk is. In werkelijkheid concurreren luchthavens internationaal. Wanneer capaciteit op Schiphol verdwijnt, verdwijnen goederen niet automatisch uit de lucht. Ze vertrekken via buitenlandse hubs, waarna vrachtwagens de laatste honderden kilometers naar Nederland rijden. Dat levert nauwelijks milieuwinst op, maar wel economische schade.
Maatschappelijke waarde
Dat betekent overigens niet dat elke vrachtvlucht behouden moet blijven. Ook binnen de luchtvracht moet kritisch worden gekeken naar de maatschappelijke waarde. Een pallet fast fashion heeft een andere economische betekenis dan een zending medische apparatuur of onderdelen voor een chipmachine. Het rapport stelt daarom terecht dat de beschikbare capaciteit gericht moet worden ingezet voor verbindingen die strategisch belangrijk zijn voor Nederland. Niet het aantal vliegbewegingen moet centraal staan, maar de bijdrage aan het verdienvermogen en de economische veerkracht.
Er is nog een tweede punt dat aandacht verdient. Het rapport spreekt uitgebreid over economische veerkracht, maar blijft grotendeels hangen bij de bereikbaarheid. Voor logistiek gaat veerkracht juist over veel meer: redundantie, alternatieve routes, voorraadstrategieën, multimodaliteit en digitale ketensamenwerking. Luchtvracht is daarin een bouwsteen. De echte vraag is hoe Nederland complete logistieke netwerken robuuster kan maken wanneer geopolitieke spanningen, handelsconflicten of verstoringen in mondiale supply chains toenemen.
Meer kennis is nodig
Daar komt nog een blinde vlek bij. Vrijwel niemand weet hoe bedrijven daadwerkelijk reageren wanneer Schiphol verder krimpt. Verplaatsen zij de productie? Gebruiken zij andere luchthavens? Stappen zij over op zeevracht? Of vertrekken ze uiteindelijk uit Nederland? Het rapport erkent dat hierover nauwelijks kennis bestaat en noemt dit zelfs de grootste lacune voor toekomstig beleid. Al jaren wordt stevig gediscussieerd over de omvang van Schiphol, terwijl de economische gedragsreacties nauwelijks zijn onderzocht.
De logistieke les is helder. Nederland hoeft niet te kiezen tussen economie en leefomgeving. Wel moet scherper worden gekozen waarvoor de schaarse capaciteit wordt ingezet. Een distributieland dat inzet op hightech, farmacie, kennisindustrie en hoogwaardige logistiek kan zich geen luchtvrachtnetwerk veroorloven dat vooral wordt gestuurd door toevallige marktkrachten of willekeurige politieke ketelmuziek.
Walther Ploos van Amstel.
Foto: ZHMURCHAK / Shutterstock.com
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--