Nederland krijgt een nieuwe wet die de positie van mensen die via digitale arbeidsplatformen werken ingrijpend verandert. De Wet Platformwerk (een implementatie van een Europese richtlijn uit 2024) legt nieuwe verplichtingen op aan platforms en geeft werkenden meer rechten. Het wetsvoorstel ligt nu ter internetconsultatie. Wat staat er precies in en wat betekent het in de praktijk?
Platformwerk is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Denk aan maaltijdbezorgers, taxichauffeurs, schoonmakers, bezorgers en klusjesmannen die via een app aan opdrachten komen. Naar schatting verrichten zo'n honderdduizend mensen in Nederland platformwerk.
Een groot deel van hen werkt formeel als zelfstandige, maar de vraag is of die zelfstandigheid in alle gevallen ook echt bestaat. Het platform bepaalt immers vaak de prijs, wijst opdrachten toe via een algoritme en houdt toezicht op de prestaties. Van echte onderhandelingsvrijheid is dan nauwelijks sprake.
Rechtsvermoeden van werknemerschap
Precies daar ligt het probleem dat de wetgever wil aanpakken. Platformbedrijven zoals bezorgdiensten en taxiplatformen maken intensief gebruik van geautomatiseerde systemen. Die systemen nemen taken over die vroeger door leidinggevenden werden uitgevoerd: wie krijgt welke opdracht, wat verdient iemand per rit of klus, en wat gebeurt er als iemand een opdracht weigert? Werkenden hebben daar nauwelijks inzicht in, laat staan invloed op. Dat maakt hun positie kwetsbaar.
De Wet Platformwerk introduceert allereerst een rechtsvermoeden van werknemerschap. Een platformwerker die meent eigenlijk werknemer te zijn, kan dat vermoeden activeren als hij aan minstens twee van de vijf criteria voldoet.
De criteria zijn concreet: bepaalt het platform de hoogte van de vergoeding? Wijst het platform de opdrachten toe? Houdt het platform toezicht op de uitvoering? Wordt de vrijheid om opdrachten te weigeren beperkt, bijvoorbeeld door sancties? En moet de werkende bindende regels naleven over uiterlijk, gedrag of werkwijze? Als op twee of meer van deze vragen bevestigend wordt geantwoord, is de drempel voor het rechtsvermoeden gehaald. Het is dan aan het platform om te bewijzen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Die bewijslast verschuift dus naar de sterkere partij.
Het rechtsvermoeden verandert de kwalificatie van arbeidsrelaties niet. Een rechter toetst nog steeds op basis van de bestaande regels van het Burgerlijk Wetboek. Wat verandert is de bewijspositie van de werkende. Wie nu als zelfstandige werkt, maar feitelijk in een gezagsrelatie staat, moet dat zelf aantonen. Straks ligt die last bij het platform.
Algoritmisch beheer
Minstens zo belangrijk zijn de nieuwe regels rondom het algoritmisch beheer. Platforms zijn voortaan verplicht hun werkenden te informeren over hoe hun algoritmen werken en welke beslissingen zij ondersteunen. Bij ingrijpende wijzigingen in die systemen moeten werkenden en hun vertegenwoordigers tijdig worden geïnformeerd. Platforms moeten bovendien minimaal elke twee jaar evalueren welk effect hun geautomatiseerde systemen hebben op de mensen die voor hen werken.
Een bijzonder harde norm is dat beslissingen over schorsing, accountblokkering of beëindiging van de samenwerking uitsluitend door een mens genomen mogen worden. Een algoritme mag zo'n besluit niet zelfstandig nemen, ook niet als het systeem een signaal heeft afgegeven. Voor werkenden die volledig afhankelijk zijn van hun platformaccount voor hun inkomen, is dit een wezenlijke bescherming. Een plotselinge geautomatiseerde blokkering zonder menselijke tussenkomst behoort straks tot het verleden.
Collectieve organisatiekracht
Platforms worden ook verplicht om veilige communicatiekanalen in te richten waar werkenden onderling kunnen overleggen, zonder dat het platform meeluistert. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk ontbreekt zo'n ruimte vaak. Platformwerkers zien elkaar niet op de werkvloer en zijn daardoor moeilijk te organiseren. De verplichting draagt bij aan de collectieve organisatiekracht.
De wet is een stap in de goede richting. Ze maakt werken via een platform transparanter, eerlijker en minder eenzijdig. Tegelijk blijft er ruimte voor discussie, met name over de definitie van een digitaal arbeidsplatform en de precieze werking van het rechtsvermoeden in de praktijk.
De internetconsultatie biedt platforms, werkenden en andere betrokkenen de kans om daarop te reageren. Die reacties zullen bepalend zijn voor hoe de wet er uiteindelijk definitief uitziet.
Walther Ploos van Amstel.
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--