Het Instituut Clingendael en het Erasmus Commodity & Trade Centre publiceerden deze maand, voor het ministerie van LVVN, een rapport over de vraag of Nederland strategische voedselvoorraden moet aanleggen.
Voor logistiek managers in de foodsector is dit verplichte kost: het rapport zet feitelijk de kwetsbaarheden van onze 'just-in-time'-keten op een rij, en dat raakt direct aan transport, opslag en distributie.
Wat er goed aan is
Het rapport benoemt scherp waar de pijn zit. De haven van Rotterdam is de centrale spil voor bulkstromen als tarwe, soja en plantaardige olie, versterkt door een dicht verweven netwerk van weg, spoor, binnenvaart en zeevaart.
Maar juist die efficiëntie is een zwakte: de auteurs laten met een overzichtelijke voorraadketen zien dat er slechts 2-3 dagen verwerkt voedsel bij producenten ligt, 3-4 dagen bij distributiecentra en 2-3 dagen bij supermarkten; in totaal zo'n 8 dagen (helaas keek het rapport niet naar de foodservice groothandel). Bulkgrondstoffen als soja en tarwe hebben iets meer buffer (2-6 weken), maar ook die voorraad is beperkt zodra de aanvoer per schip stokt.
Sterk is ook dat het rapport niet blijft steken bij voedselproductie, maar expliciet de randvoorwaarden meeneemt die de keten draaiend houden: energie voor koeling en transport, IT voor inklaring en betalingsverkeer, en arbeidsmigranten voor de tuinbouw en vleesverwerking.
Voor wie in de logistiek werkt, is dat herkenbaar: zonder stroom geen koelhuizen, zonder ICT geen planning, zonder personeel geen overslag. Het rapport benoemt bovendien concreet dat veel distributiecentra in laaggelegen, overstromingsgevoelige gebieden liggen. Dat is een risico dat bij locatiekeuzes tot nu toe nauwelijks meespeelde.
De aanbevelingen zijn ook praktisch. Het is geen dogmatisch pleidooi voor grote strategische voorraden, maar een afweging per productgroep. Een beperkte thuisvoorraad (op te schalen naar acht dagen) wordt effectiever geacht dan centrale bulkvoorraden bij een acute verstoring, omdat juist dán distributie de bottleneck is. Voor het vergroten van de voorraad lang houdbare (liefst “ready-to-eat”) producten ligt het voor de hand dat de overheid inzet op het vergroten van de voorraden bij huishoudens zelf.
Voor sojaschroot en aminozuren (als veevoer) wordt eerlijk toegegeven dat een voorraad van enkele maanden een verviervoudiging van de bestaande opslagcapaciteit zou vergen; wat niet realistisch is. Die nuchtere kosten-batenafweging siert die rapport.
Wat er mogelijk ontbreekt
Voor logistiek managers is één omissie opvallend: de auteurs sluiten de organisatie van distributie tijdens een crisis expliciet uit van de scope. Juist dát is waar de sector tegenaan zou lopen. Wie beslist welke supermarkt, welk ziekenhuis of welke regio voorrang krijgt als transportcapaciteit wegvalt? Dit blijft onbeantwoord. Gelukkig zijn de supermarkten, groothandels en logistiek dienstverleners (ook binnen de Topsector Logistiek) er inmiddels mee bezig, samen met de verschillende ministeries!
Verder ontbreken harde cijfers. De genoemde voorraadschattingen (8 dagen verwerkt voedsel, 2-6 weken bulk) zijn gebaseerd op interviews en workshops, niet op verifieerbare ketendata. De auteurs erkennen dit zelf en pleiten voor een centraal (geanonimiseerd) dashboard met inzicht in voorraden, handelsstromen en beschikbare opslag- en transportcapaciteit; een goed idee, maar nog toekomstmuziek.
Ook de energiekwetsbaarheid van de logistieke keten zelf wordt bewust buiten de analyse gehouden. De onderzoekers gaan ervan uit dat landbouw en voeding bij brandstofschaarste voorrang krijgen, zonder dat te onderbouwen. Voor wie dagelijks met wagenparkplanning en energiecontracten werkt, is dat een aanname die verdere verificatie verdient.
Tot slot blijft de aanname dat EU-handelsstromen stabiel blijven bij een handelsverstoring ongetoetst, terwijl juist bij een importstop snelle herrouting van logistieke stromen realistisch is met potentieel nieuwe knelpunten in havens en achterlandverbindingen die dit rapport niet in kaart brengt.
Kortom, het is een gedegen en leesbaar rapport dat de kwetsbaarheden van onze ketenlogistiek helder in kaart brengt, maar dat op het punt waarop logistiek managers de meeste behoefte aan hebben, hoe distributie tijdens een crisis daadwerkelijk georganiseerd wordt, nadrukkelijk de deur openlaat voor vervolgonderzoek.
Lees ook: Zijn supermarkten voorbereid op een acute crisis?
Lees ook: Voedselketen kan niet zonder de kracht van groothandels
Ondersteund door ClaudeAI
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--