PostNL behoudt monopolie op de post

Is PostNL's monopolie: een opgelost probleem of een uitgestelde crisis? De Nederlandse postmarkt levert een merkwaardig schouwspel op. PostNL wil af van zijn wettelijke verplichting om een universele postdienst te verlenen, omdat het verlieslatend dreigt te worden.

Een consortium van Business Post en Spotta biedt aan het over te nemen. De minister wijst dat aanbod af. En vervolgens maakt het consortium geen bezwaar. Iedereen lijkt opgelucht dat er niets verandert. Maar is dat terecht?

Een monopolie dat niemand meer wil

Het meest ongemakkelijke feit in dit dossier is dat PostNL zelf heeft gevraagd om de UPD-aanwijzing in te trekken. Een bedrijf dat zijn kerntaak niet meer rendabel kan uitvoeren en daarom vraagt te worden ontslagen uit die verplichting, wordt door de overheid verplicht te blijven — maar dan wel onder soepelere voorwaarden. Dat is geen marktbeleid. Dat is crisismanagement met uitstelgedrag.

De versoepeling van de bezorgnormen (van D+1 naar D+3 in 2027, met lagere betrouwbaarheidseisen) lost het structurele probleem niet op. Het koopt tijd. Maar voor wie, en waarvoor?

De afwijzing van Business Post en Spotta

Minister Karremans twijfelde destijds aan de haalbaarheid van het alternatieve voorstel. Dat is een legitieme zorg. Het netwerk dekte nog niet alle huishoudens en de financiële onderbouwing was onvolledig. Maar de redenering om daarom helemaal geen selectieprocedure te starten, is zwakker dan ze lijkt.

Een selectieprocedure is juist het instrument om die haalbaarheid te toetsen: transparant, vergelijkend, met harde criteria. Door die procedure niet te starten, ontneemt de overheid zichzelf het inzicht in of alternatieven werkelijk beter of slechter zijn. De conclusie dat Business Post en Spotta het niet kunnen, is getrokken zónder het proces dat die conclusie had moeten onderbouwen.

Dat Business Post en Spotta geen bezwaar hebben ingediend, maakt het er niet beter op. Het suggereert dat de commerciële aantrekkelijkheid van de UPD zonder verdere steun beperkt is. Dat is op zichzelf veelzeggend over de financiële houdbaarheid van de universele postdienst zoals die nu is ingericht.

Wat managers in transport en post hieruit moeten leren

Voor managers in de transport- en postsector zijn er drie lessen. De eerste is dat marktstructuren die politiek worden vastgehouden, vroeg of laat bezwijken onder de economische realiteit. Het briefvolume daalt structureel. De kosten stijgen. Versoepeling van normen is geen strategie; het is vertraging. Wie in deze sector investeert of opereert, moet rekening houden met een markt die over vijf tot tien jaar fundamenteel anders georganiseerd is, ongeacht wat de minister zegt.

De tweede les is dat de combinatie van krimpende volumes, stijgende kosten en politieke onwil om te hervormen een gevaarlijke cocktail vormt. PostNL zit gevangen tussen zijn wettelijke verplichtingen, zijn aandeelhouders en een overheid die van hem verwacht dat hij een verlieslatende dienst rendabel maakt met regelgevingstrucs. Dat is geen houdbare positie. Voor toeleveranciers, partners en klanten van PostNL is het verstandig om scenario's klaar te hebben voor een markt zonder de huidige structuur.

De derde les gaat over innovatie. De echte vraag is niet wie de brieven bezorgt, maar of het briefvolume überhaupt nog een zelfstandige infrastructuur rechtvaardigt. De integratie van post-, pakket- en andere bezorgnetwerken (iets wat de minister zelf als wenselijk benoemt) is al volop gaande bij de voorlopers in de sector. Bedrijven die nu investeren in gecombineerde netwerken, slimme routering en gedeelde infrastructuur positioneren zich voor de markt van morgen. Bedrijven die op politieke duidelijkheid wachten, wachten te lang.

Wat minister Herbert nu te doen staat

De nieuwe minister heeft een dossier geërfd dat haar voorganger heeft vooruitgeschoven. De Kamer heeft zich nog niet uitgesproken over de toekomst van de postmarkt. De wetswijziging loopt. De normen worden versoepeld. En PostNL bezorgt… voorlopig.

Maar de fundamentele vragen blijven onaangeroerd. Wie betaalt op termijn voor de universele postdienst, als PostNL die niet meer rendabel kan uitvoeren? Is subsidie politiek acceptabel? Zijn er werkelijk geen alternatieven, of is die vraag gewoon niet goed genoeg gesteld?

Herbert heeft de kans om het debat te openen dat Karremans heeft vermeden: een eerlijk, openbaar gesprek over wat Nederland in 2030 nog verwacht van een universele postdienst, wie dat betaalt en welke marktstructuur daarbij past. Een rondetafelgesprek in de Kamer (zoals Business Post zelf al voorstelde) is een logische eerste stap.

Het monopolie van PostNL is niet opgelost. Het is opnieuw uitgesteld. Voor managers in de sector betekent dat: niet afwachten, maar anticiperen. De markt gaat veranderen. De vraag is alleen of de sector zelf de regie neemt of wacht tot de politiek een oplossing oplegt die voor niemand optimaal is.

Walther Ploos van Amstel

 

Lees ook: Rechter: Overname Sandd door PostNL was illegaal

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--