AI en werk: het probleem zit niet waar je denkt

Cover stories

De startersfunctie verdwijnt. In de meest AI-gevoelige Nederlandse beroepen daalde het aantal startersvacatures met bijna een kwart, becijferde RaboResearch eerder dit jaar in ESB. Tegelijk worden ervaren krachten in diezelfde beroepen niet geraakt. Dat is geen paradox: het is een aanwijzing waar het echte probleem zit.

Marjolein ten Hoonte, directeur Arbeidsmarkt van Randstad Groep Nederland, formuleerde de diagnose onlangs scherp in een interview met NRC (1 augustus 2026). Ze weigert nadrukkelijk om lijstjes met toekomstvaardigheden te geven, en met reden. Tien jaar geleden luidde het advies overal "leer programmeren", en precies dat beroep krijgt nu de hardste klappen. Haar conclusie: elk lijstje is per definitie onbetrouwbaar, omdat niemand weet wat AI over vijf jaar met een specifiek beroep heeft gedaan.

Wat ze wel doet, is een onderscheid maken dat voor iedereen die met opleidingsbeleid, personeelsontwikkeling of onderwijsvernieuwing te maken heeft, onmiddellijk relevant is. Ze onderscheidt boekenkennis, alles wat in cursussen en handleidingen staat en dus ook in taalmodellen zit, van wat ze fingerspitzengefühl noemt: het oordeel dat alleen door jaren doen ontstaat. Onderzoek van Brynjolfsson en collega's aan Stanford bevestigt dat onderscheid empirisch: jonge werknemers met vooral schoolkennis verliezen terrein in AI-gevoelige beroepen, hun ervaren collega's in hetzelfde beroep niet. „Vroeger gingen we naar school om te leren", zegt Ten Hoonte. „Nu moet je gaan wérken om te leren."

Die conclusie klopt. Maar ze wordt in de wandelgangen te makkelijk doorgetrokken naar een tweede, veel grotere claim: dat AI de arbeidsmarkt als geheel zal ontwrichten. Daar is geen bewijs voor, zo leren alle ingrijpende veranderingen uit het verleden

Eerst de paniek eraf

De angst dat AI de werkgelegenheid als geheel zal ontwrichten, is begrijpelijk maar niet onderbouwd. In de jaren vijftig werd werk bedreigd door mechanisatie. De jaren zestig en zeventig brachten industriële automatisering. In de jaren tachtig verplaatste productie zich naar lagelonenlanden en was er de opkomst van kantoorautomatisering. Aan het begin van deze eeuw vormden internet en de platformeconomie het risico voor verlies van werkgelegenheid.

De werkgelegenheidsgraad in Nederland, het aandeel van de bevolking dat werkt, steeg desondanks van 45,4 procent in 1950 naar 57,4 procent in 2025 (CBS).

Geen van die golven veroorzaakte een structureel neerwaartse trend. Wereldwijd is het patroon niet anders: het aandeel werkenden blijft sinds 1950 tussen de 39 en 44 procent (ILO/Wereldbank).

Technologie verdringt op het niveau van het beroep, voortdurend en soms hardhandig. Op het niveau van de totale werkgelegenheid gebeurt dat niet: productiviteitswinst genereert veranderde vraag, en die vraag genereert werk, met vertraging en met een verschuiving in samenstelling. Die vertraging voelt als crisis. De verschuiving wordt verkeerd gelezen als permanente verdringing, maar paniek is misplaatst.

Het onderwijsstelsel is het probleem

Terug naar Ten Hoontes onderscheid. Als boekenkennis in het taalmodel zit en fingerspitzengefühl alleen door doen ontstaat, dan klopt de volgorde niet meer waarop ons hele onderwijsstelsel is gebouwd: eerst jarenlang kennis vergaren binnen een vastgelegd spoor, dan pas aan het werk. Vmbo, havo en vwo zijn drie varianten van diezelfde volgorde, alleen met een ander tempo en een ander eindpunt, en geen van de drie is ingericht om structureel met bedrijven te interacteren of praktijkleren te bieden.

Het antwoord is geen andere verdeling van hokjes, maar het einde ervan. Weg met vmbo, havo en vwo als gescheiden sporen waarin leerlingen op hun twaalfde worden ingedeeld; in plaats daarvan een stelsel van individueel kwalificerende ontwikkelwegen, waarin elke leerling zijn eigen combinatie van praktijk en theorie samenstelt in plaats van een vooraf vastgelegd pakket te doorlopen.

Concreet. Tot een jaar of vijftien betekent dat projecten, simulaties, snuffelstages en praktisch leren met bedrijven en overheden, ingebed in het reguliere onderwijs in plaats van ernaast. Vanaf vijftien of zestien betekent het grootschalige apprenticeships naar Zwitsers model: daar stroomt ruim twee derde van de schoolverlaters in, met UBS en Novartis als even vanzelfsprekende deelnemers als een garagebedrijf.

Dezelfde logica geldt voor het hbo, waar AI-gevoelige beroepen dezelfde daling in startersfuncties laten zien: ook daar moet praktijkleren meer nadruk krijgen.

Voor het wo geldt een ander accent. Vacatureteksten in AI-gevoelige beroepen vragen zeven keer vaker om leiderschap en strategisch denken: oordeelsvorming onder onzekerheid, toegepast op organisatorische in plaats van wetenschappelijke vraagstukken. Onderzoeksuniversiteiten hoeven geen duaal stelsel te worden. Wat wél nodig is, zijn structurele projecten met bedrijven en instellingen waarin studenten aan echte vraagstukken werken, niet aan gesimuleerde cases.

Wie gaat dit regisseren?

De overheid alleen kan het niet, te traag en te snel afgeleid. De partijen die al op het raakvlak zitten van onderwijs, werkgevers en werkzoekenden, zijn de uitzendbureaus. Ze hebben contacten bij duizenden bedrijven, ze hebben zicht op de vraag naar vaardigheden, dat kan geen curriculum bijhouden. Diezelfde schakelfunctie, traditioneel gericht op het plaatsen van mensen in banen, kan nu worden gericht op het regisseren van de verbinding tussen school en bedrijf: breng het bedrijf de school in, en breng de school in het bedrijf.

Ten Hoonte maakt in het NRC-interview de diagnose, benoemt de verantwoordelijkheid van werkgevers, onderwijsinstellingen en politiek, en stopt dan bewust: „De enige zekerheid die je hebt, is dat wat je nu zegt over wat mensen moeten doen met AI, morgen alweer achterhaald is." Die voorzichtigheid is begrijpelijk. Maar haar eigen analyse wijst een richting die ze niet uitspreekt: de sector die zij vertegenwoordigt, de uitzendbranche, is beter gepositioneerd dan wie ook om de verbinding tussen leren en werken te organiseren. Is dat geen mooie opdracht voor Ten Hoonte en haar collega's?

 

Henry Leerentveld, directeur van Newways.dev en B&O wetenschapper.

 

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Artificial Intelligence