Opleiding: Zweeds niveau 3
Cursusinformatie
Wanneer u de cursus Zweeds niveau 3 hebt afgerond, kent u de basis van het Zweeds grondig en volledig. Na deze cursus kunt u onder andere:
- een eenvoudig interview op een Zweedse nieuwswebsite lezen
- een notitie schrijven, bijvoorbeeld om iets aan een collega door te geven
- uw mening geven in een simpel gesprek of discussie
Voor wie?
Zweeds niveau 3 is geschikt voor cursisten met een basiskennis van het Zweeds. U kunt bijvoorbeeld al korte gesprekken voeren, waarin u een compliment geeft, uw excuses aanbiedt of iemand bedankt. U kunt informatie in korte teksten, diagrammen en tabellen begrijpen en u kunt al korte berichtjes of e-mails lezen en beantwoorden.
Wat gaat u leren?
Tijdens deze cursus leert u beter Zweeds lezen, schrijven, luisteren en spreken. Grammatica en vocabulaire zijn een belangrijk onderdeel van de cursus, en er wordt veel aandacht besteed aan de uitspraak.
Na Zweeds niveau 3 merkt u dat gesprekjes over koetjes en kalfjes u steeds beter afgaan. U kunt vlotter en spontaner reageren op uw gesprekspartner, bijvoorbeeld in een gesprek over het weer, over uw werk of studie en over uw toekomstplannen.
Na deze cursus hebt u geen moeite met het lezen van een kort interview of een advertentie in het Zweeds, bijvoorbeeld een advertentie voor een woning. Een nieuwsbericht begrijpt u misschien nog niet helemaal, maar u kunt wel de kern van het bericht achterhalen.
Zelf schrijft u nu korte beschrijvende teksten, bijvoorbeeld over uw schooltijd of uw toekomstplannen. U kunt zinnen met elkaar verbinden door voegwoorden (onder andere för att, trots att en genom att), bezittelijke voornaamwoorden en verwijswoorden (som en där) te gebruiken.
En grammatica?
Grammatica waar u tijdens deze cursus meer over leert is onder andere:
- bezittelijke voornaamwoorden, waaronder sin (zijn), sitt (haar) en sina (hun)
- bijwoorden die tijd (först (eerst), sedan (daarna) en då (dan)) en werkwoorden beschrijven: jag sover djupt (ik slaap diep)
- alles over werkwoorden: scheidbare werkwoorden (kommer in), koppelwerkwoorden är (zijn) en ser...ut (eruitzien) en werkwoorden van beweging en positie zoals står (staan), ligger (liggen) en går (lopen)