Vergeet even je CV. Wat staat er op jouw Curriculum Future?

Een cv vertelt waar je hebt gewerkt en wat je hebt geleerd, maar wat vertelt het over de waarde die je morgen kunt toevoegen? In een tijd waarin AI taken en loopbanen verandert, wordt die vraag steeds belangrijker. Tijd voor een curriculum future.

Een krantenbericht over de veranderende arbeidsmarkt bevatte onlangs een opmerkelijk advies: stuur bij een sollicitatie niet alleen een curriculum vitae mee, maar ook een curriculum future. Laat daarin zien welke vaardigheden je bezit en wat een organisatie daarmee in de toekomst kan doen.

Het idee bleef bij mij hangen. Niet omdat het traditionele cv plotseling waardeloos is. Ervaring, opleidingen en behaalde resultaten blijven relevant. Maar een cv is vooral een terugblik. Het laat zien welke functies je hebt vervuld, niet vanzelfsprekend hoe je jouw kennis kunt inzetten wanneer het werk verandert.

En juist die verandering is waar het om draait.

Als het werk verandert, verandert ook de waarde van ervaring

Neem een adviseur die jarenlang informatie verzamelde, analyses maakte en rapporten schreef. AI kan inmiddels bij veel van die werkzaamheden ondersteunen en onderdelen versnellen. Dat betekent niet dat de adviseur overbodig wordt. Wel kan de nadruk in het werk verschuiven.

De waarde ligt dan minder vanzelfsprekend in het produceren van een eerste analyse en meer in het stellen van de juiste vraag, het beoordelen van bronnen, het herkennen van ontbrekende context en het vertalen van inzichten naar een besluit dat mensen begrijpen en kunnen uitvoeren.

Een curriculum vitae vermeldt misschien: tien jaar ervaring als adviseur. Een curriculum future laat daarnaast zien: ik kan complexe informatie beoordelen, belangen verbinden en met behulp van AI sneller tot onderbouwde handelingsopties komen.

Dat is geen kwestie van een fraaiere functiebeschrijving. Het vraagt om bewijs: een situatie waarin iemand een fout in een AI-analyse ontdekte, een lastig gesprek begeleidde of een advies wist om te zetten in een werkbare verandering.

De AI-Barbell: waar verschuift de waarde?

Die beweging raakt aan de AI-Barbell, het model waarmee ik introduceer hoe AI werk en waarde kan herverdelen.

Binnen organisaties ontstaat aan de ene kant ruimte voor schaalbare AI-uitvoering: technologie die informatie verwerkt, concepten opstelt, patronen signaleert en steeds vaker onderdelen van een workflow uitvoert. Aan de andere kant staat werk waarin context, relaties, professioneel oordeel en verantwoordelijkheid zwaar wegen.

Daartussen bevindt zich een midden van onder meer routinematige analyse, rapportage, planning en coördinatie. Juist daar kan de waarde van taken onder druk komen te staan.

Dat betekent niet dat alle middenfuncties verdwijnen. Het betekent wel dat een functie kan blijven bestaan terwijl de inhoud, autonomie en ontwikkelwaarde ervan veranderen. Iemand houdt dezelfde functietitel, maar besteedt minder tijd aan zelfstandig onderzoeken en meer aan het beoordelen van door AI gegenereerde voorstellen.

Voor de professional wordt daarmee een andere vraag urgent:

Welke onderdelen van mijn werk worden makkelijker te automatiseren, en welke bijdrage kan ik juist verder ontwikkelen?

Het curriculum future helpt om die vraag concreet te maken.

De vergeten leerroute

Maar er zit ook een ongemakkelijke kant aan dit verhaal.

Veel werkzaamheden die als routine worden gezien, zijn óók leerzaam. Een starter leert door dossiers te lezen, eerste analyses te maken, fouten te ontdekken en feedback te krijgen. Zo groeit geleidelijk het vermogen om uitzonderingen te herkennen en zelfstandig te oordelen.

Als AI steeds meer van dat werk overneemt, kan de organisatie op korte termijn productiever worden. Maar hoe ontwikkelt zij dan de professionals die over enkele jaren de complexe besluiten moeten nemen?

Ik noem het risico dat daarbij ontstaat Human Hollowing: menselijk vakmanschap en oordeelsvermogen kunnen geleidelijk verschralen wanneer mensen te weinig gelegenheid krijgen om zelf te oefenen, te twijfelen en te corrigeren.

Een curriculum future mag daarom geen verlanglijstje worden waarop werkgevers vragen om ervaren, wendbare en AI-vaardige professionals, zonder hun de tijd en ruimte te geven om dat te worden.

Wie om toekomstige vaardigheden vraagt, dient ook te investeren in de weg ernaartoe.

De agenda van de professional

In Sunny Side Up 200 — Wat 200 edities ons leren over mens en werk in het AI-tijdperk staat een hoofdstuk over de agenda van de professional. De kern daarvan is dat toekomstbestendigheid geen eigenschap is die je met één cursus of certificaat verwerft. Zij ontstaat door bewust te experimenteren, te leren en zichtbaar te maken welke waarde je toevoegt.

Een curriculum future kan die agenda praktisch maken. Bijvoorbeeld door zes vragen, die ik beschrijf in Sunny Side Up 200, te beantwoorden:

  1. Wat verandert er in mijn werk? Welke taken kosten mij nu veel tijd en welke daarvan kunnen door AI worden ondersteund of overgenomen?

  2. Waar voeg ik zelf waarde toe? Denk aan domeinkennis, oordeel, vertrouwen, samenwerking of het begeleiden van verandering.

  3. Wat wil ik ontwikkelen? Welke vaardigheden heb ik nodig voor werk dat ik in de toekomst wil en kan doen?

  4. Waar blijkt dat uit? Welke concrete voorbeelden laten zien hoe ik een probleem heb aangepakt, een AI-resultaat heb verbeterd of een afweging heb gemaakt?

  5. Wat heb ik daarvoor nodig? Denk aan oefentijd, begeleiding, feedback en kansen om nieuwe rollen te verkennen.

  6. Welke intelligentievoorwaarden heb ik nodig? Heb ik toegang tot de AI-modellen, data, tokens en ondersteuning die passen bij mijn werk en ontwikkeling?

Zo wordt het curriculum future meer dan een document voor sollicitaties. Het wordt een hulpmiddel voor het gesprek over werk, ontwikkeling en loopbaan.

Een curriculum future vraagt ook om toegang tot intelligentie

Van professionals wordt steeds vaker verwacht dat zij met AI kunnen samenwerken. Maar die verwachting roept een praktische vraag op: krijgen zij ook toegang tot de middelen om dat te leren en te doen?

Een medewerker met toegang tot geschikte AI-modellen, relevante data, voldoende tokens en ruimte om te experimenteren, kan nieuwe werkwijzen ontwikkelen. Een collega die die mogelijkheden niet heeft, krijgt mogelijk wél dezelfde verwachting mee, maar minder gelegenheid om eraan te voldoen.

Daarom gaat een curriculum future niet alleen over vaardigheden en ambitie. Het gaat ook over de intelligentievoorwaarden waaronder iemand kan werken en zich ontwikkelen: toegang tot passende technologie en informatie, voldoende AI-capaciteit, begeleiding en tijd om te oefenen.

Tokens zijn daarbij geen doel op zich. Meer tokens betekenen niet automatisch meer waarde. Het gaat om de vraag of medewerkers de beschikbare intelligentie kunnen inzetten voor beter werk, sterker oordeel en blijvende ontwikkeling.

Voor organisaties wordt dit daarmee ook een verdelingsvraagstuk: wie krijgt toegang tot AI-capaciteit, op basis waarvan, en wie profiteert van de ontwikkeling die daardoor mogelijk wordt?

Ook organisaties hebben een curriculum future nodig

De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de individuele professional. Organisaties bepalen mede welke taken verdwijnen, wie toegang krijgt tot AI, welke ervaring medewerkers kunnen opdoen en wat er met vrijgekomen tijd gebeurt.

Daar raakt het onderwerp aan het Human Capital Allocation Framework (HCAF). Waar de AI-Barbell helpt om verschuivingen in werk te zien, helpt HCAF om keuzes te maken over de verdeling van uitvoering, besluitvorming, controle, leren en verantwoordelijkheid tussen mensen en technologie.

Een organisatie kan bijvoorbeeld besluiten AI de eerste versie van een analyse te laten maken. Maar zij moet dan óók bepalen wie de bronnen controleert, hoe medewerkers zelf analysevaardigheden blijven ontwikkelen en wie een voorstel mag afwijzen.

Dat maakt het curriculum future ook een managementinstrument. Niet om medewerkers af te rekenen op een steeds langer lijstje vaardigheden, maar om samen zichtbaar te maken waar ambities, organisatiebehoeften en ontwikkelkansen elkaar kunnen versterken.

Daarbij hoort ook een eerlijke vraag: wie krijgt toegang tot de opdrachten en middelen waarmee toekomstige vaardigheden daadwerkelijk kunnen worden opgebouwd?

Van terugkijken naar vooruitwerken

Het curriculum future hoeft het cv niet te vervangen. Je verleden verdwijnt niet wanneer de toekomst verandert. Ervaring wordt juist waardevol wanneer je kunt laten zien hoe je die in een nieuwe context toepast.

De uitnodiging is om naast de bekende vragen — waar heb je gewerkt en welke diploma’s heb je behaald? — ook andere vragen te stellen:

Welk probleem wil je helpen oplossen? Wat kun je daarin bijdragen? Wat wil je leren? En welke ruimte en middelen zijn daarvoor nodig?

Voor professionals biedt dat een manier om met meer richting naar hun loopbaan te kijken. Voor werkgevers is het een kans om talent te herkennen dat achter functietitels verborgen blijft.

Misschien is dat de belangrijkste vraag voor de komende jaren:

Als AI een steeds groter deel van ons werk kan uitvoeren, hoe zorgen we er dan voor dat mensen hun talenten blijven ontwikkelen en nieuwe mogelijkheden krijgen?

Willem E.A.J. Scheepers

Lees ook 'Sunny Side Up, 200 Signalen Uit de Toekomst van Werk.' 

© Damies Future Intelligence

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Artificial Intelligence: van Hulpmiddel naar Digitale Arbeidskracht