Mark is projectleider van een implementatietraject dat allang niet meer op schema ligt. Hij weet het. Zijn team weet het. Toch staat het dashboard woensdagochtend, voor de zoveelste keer, op groen.
Hij heeft de tegel zelf zo ingesteld. Niet gelogen, houdt hij zichzelf voor, alleen “de meest kansrijke uitkomst” getoond. Twee weken eerder had een collega in het MT hardop gezegd dat een ander project vertraging opliep. De directeur reageerde scherp: waarom wist hij dat niet eerder, wie had hier zitten slapen. Mark zag hoe zijn collega daarna kleiner werd in zijn stoel. Die ochtend besluit hij: dit vertel ik nog niet.
Dus bouwt hij een verhaal. Een planning die net iets optimistischer is dan de werkelijkheid. Een risico dat hij “beheersbaar” noemt in plaats van acuut. Een toelichting klaar voor het geval iemand doorvraagt.
Vier weken later stort het project alsnog in. Niet omdat het probleem zo groot was. Het was drie weken eerder nog op te lossen geweest. Het werd groot omdat niemand het op tijd hardop zei.
In de crisisvergadering zegt iemand het eindelijk hardop. Wat er dan door de kamer trekt, is niet alleen paniek, maar ook iets van opluchting. Alsof iedereen al die tijd op precies die ene zin had zitten wachten.
Als de crisis er eenmaal is, zit iedereen tot laat te reconstrueren wat er “eigenlijk” aan de hand was. Mark besteedt die weken niet aan het project. Hij besteedt ze aan het uitleggen waarom het dashboard al die tijd groen kon blijven staan.
Een leugen moet onderhouden worden. De waarheid niet.
De verborgen energierekening
We behandelen integriteit meestal als een moreel onderwerp: je hoort eerlijk te zijn omdat eerlijkheid goed is. Maar er is ook een praktischer manier om ernaar te kijken, niet als moraal, maar als efficiëntievraagstuk.
Iedere organisatie verwerkt voortdurend informatie: wat gebeurt er echt, wat zien medewerkers, wat vertellen klanten. Hoe kleiner de afstand tussen werkelijkheid en beeldvorming, hoe eenvoudiger dat systeem kan functioneren.
Mark had die afstand op één woensdag kunnen dichten met één zin: “Dit project gaat de deadline niet halen.” In plaats daarvan ging hij hem vier weken lang onderhouden, met bijgewerkte sheets, met voorbereide antwoorden, met een verhaal dat overeind moest blijven terwijl de werkelijkheid er onder vandaan bleef trekken.
Dat kost geld. Maar vooral aandacht en aandacht is misschien wel de schaarsste energiebron van iedere organisatie.
Waarom Mark zweeg
Wat Mark tegenhield, was niet onwil. Het was wat hij twee weken eerder in dat MT had zien gebeuren. Slecht nieuws brengen voelde niet als informatie delen, maar als jezelf blootstellen.
Dit patroon zie je in veel organisaties. Een leidinggevende die slecht nieuws niet wil horen, krijgt mooier gemaakte rapportages. Een bestuurder die geen fouten wil erkennen, krijgt defensief gedrag om zich heen. Het gaat zelden om oneerlijke mensen. Het gaat om mensen die hebben leren inschatten wat een eerlijk antwoord hun gaat kosten, precies zoals Mark twee weken eerder leerde.
Je zou dat een vorm van organisatorische dissipatie kunnen noemen: net als in de natuur bij iedere omzetting energie weglekt als wrijving, lekt in een organisatie energie weg zodra verhaal en werkelijkheid uit elkaar gaan lopen. Geen bewezen natuurwet , wel een bruikbaar beeld voor wat Mark die vier weken deed.
Eén zin die het systeem herstelt
Ook Mark kende dat gevoel al voordat hij zijn dashboard aanpaste. Ergens tussen het zien van de vertraging en het groen kleuren van de tegel zat een moment van twijfel, een kort besef dat er iets niet klopte tussen wat hij wist en wat hij ging tonen. Dat moment drukte hij weg, en dat wegdrukken kostte hem, iedere week opnieuw, energie die hij nodig had voor het project zelf.
Vandaar dat een eerlijke zin zo veel oplevert. Niet omdat hij comfortabel is, maar omdat hij in één keer complexiteit uit het systeem haalt.
“Dit project gaat de deadline niet halen.”
“Ik weet het niet.”
“Wij hebben hier als directie een verkeerde keuze gemaakt.”
Spannende zinnen. Maar de werkelijkheid hoeft er niet langer om gemanaged te worden. Ze mag weer gewoon informatie zijn.
Wat een manager wél kan doen
Mark had die vier weken niet nodig gehad als er, ergens tussen zijn scherm en dat MT, één opening was geweest om het eerder te zeggen. Dat is precies waar leidinggevenden invloed op hebben, niet alleen op of mensen fouten maken of tegenvallers zien aankomen, maar op wat het kost om dat hardop te zeggen.
Dat begint met de melder belonen in plaats van de mooiste sheet. De collega die twee weken eerder vertraging meldde, verdiende een vraag naar wat hij nodig had, niet een verhoor over waarom hij het niet eerder had gezien.
Het gaat verder met ernaar vragen voordat het moet. Niet “hebben we een probleem?”, maar: “Wat weten we eigenlijk al, maar zeggen we nog niet hardop?” Dan wachten. Niet invullen, niet verdedigen, niet meteen oplossen.
Het werkt alleen als een leider zelf voorgaat. Wie zegt “deze strategie werkt niet meer”, maakt het voor anderen goedkoper om hetzelfde te doen.
Geen van deze drie kost een dashboard, een systeem of een adviesbureau. Ze kosten alleen de bereidheid om, op het moment dat het ertoe doet, niet te reageren zoals die directeur op Marks collega reageerde.
Wat weten wij eigenlijk al, maar zeggen we nog niet hardop?
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--