Gemeenten en Hun Circulaire Ambities: Stop de Pilots en Maak Serieus Ruimte

Veel gemeenten willen in 2050 volledig circulair zijn. Dat klinkt als een belofte. Maar wie eerlijk kijkt naar wat er nu gebeurt, ziet vooral veel goedbedoelde projecten die onder de streep weinig opleveren. Wormenhotels in wijktuinen. Een houtveiling van gevelde stadsbomen. Korting op schoenreparaties met lokale stadspassen. Prachtig en inspirerend, maar niet voldoende.

Gemeenten hebben geen gebrek aan ambitie. Wel aan realisme over wat er echt nodig is. Het volgende college heeft de kans om dat te veranderen, maar dan moet het stoppen met klein denken.

De markt is geen vijand, maar een bondgenoot

De grootste fout die de gemeente kan maken, is geloven dat een circulaire transitie enkel draait om bewustwording en goede bedoelingen. Het draait om businessmodellen, volumes en het verdienen van geld. Bedrijven keren pas hun processen om als het loont. Niet als de wethouder ernaast staat met een oorkonde.

De gemeente moet ook eerlijk zijn over wat ze niet kan bepalen. De juiste coalitie is belangrijker dan een brede coalitie. Welke bedrijven zijn de echte schakels in de keten? Wie heeft schaal, data en uitvoeringskracht? En met welke regiogemeenten moet je afstemmen? Betrek hen vroeg.

Voedselresten uit de lokale horeca, bouwmateriaal uit gesloopte panden, het repareren van elektronica, textiel uit kledingcontainers. Al die stromen hebben potentie, maar alleen als er voldoende volume is, de logistiek erachter klopt en iemand er geld mee verdient.

Dat vraagt niet om subsidies, maar om slimme marktordening: verplichte aanbestedingseisen bij gemeentelijke projecten, erfpachtcontracten met circulaire voorwaarden. Gemeenten geven jaarlijks miljarden uit. Dat is een vliegwiel, geen sluitpost.

De inwoner is geen doelgroep, maar een actor

Circulariteit wordt nu te veel van bovenaf gepushed. Resultaat: de gemiddelde inwoner denkt dat het iets is voor mensen met een compostbak en een linnen tas. Dat moet anders. Mensen hergebruiken al veel via Vinted, Marktplaats, buurtapps en weggeefhoeken. Dat is de circulaire economie in de praktijk. Maar de gemeente laat die energie grotendeels liggen. Een stad die haar bewoners serieus neemt, bouwt infrastructuur die aansluit op bestaand gedrag: slimme inzamelpunten in winkelgebieden, statiegeldsystemen voor meer dan alleen flesjes, en reparatiecafés met een echt verdienmodel.

En dan data. Zonder data is circulair beleid schieten in het donker. Hoeveel bouwmateriaal wordt er gesloopt? Welke textielstromen gaan naar recycling en welke naar verbranding? Een stadsbreed materialenpaspoort voor gebouwen is geen luxe. Het is de basis waarop je schaal organiseert, ketens aanstuurt en investeerders overtuigt.

Ruimte is de bottleneck die niemand wil zien

Circulariteit is niet alleen een idee. Het is een logistieke operatie. Recyclingbedrijven, sorteerhubs, reparatiewerkplaatsen, opslagruimte voor bouwmaterialen. Ze hebben allemaal fysieke ruimte nodig. Zware ruimte. Milieucategorie 4 of hoger. Watergebonden locaties. Precies het type bedrijventerrein dat gemeenten steeds vaker omzetten naar woningbouw.

Onderzoekers waarschuwen dat het aanbod van geschikte bedrijventerreinen rond 2030 in vrijwel alle provincies uitgeput is, terwijl dat precies het moment is waarop de circulaire ruimtevraag piekt. Het uitstekende onderzoek Amsterdam maakt ruimte voor de circulaire economie (van Posad Maxwan & Structural Collective) maakt dit concreet: circulaire activiteiten, van buurtherstelpunten tot regionale hubs, vragen om eigen logistieke infrastructuur.

Het rapport waarschuwt: bescherm industrieterreinen in de regio tegen herbestemming voor woningbouw. Als volgende stap zijn een gefaseerde uitvoeringsagenda met KPI's, een heldere rolverdeling en een economische haalbaarheidsanalyse noodzakelijk.

Drie concrete adviezen voor het volgende college

Een: Bescherm industrieel erfgoed als circulaire infrastructuur. Geen enkel bedrijventerrein in de regio mag worden omgezet in woningen of kantoren zonder een expliciete toets op de circulaire functies. De strategisch gelegen havens, industrieterreinen en logistieke knooppunten: dit zijn de longen van de circulaire stad van 2040. Behandel ze ook zo. Dit is natuurlijk een regionaal onderwerp.

Twee: Maak de gemeente een echte launching customer. Elk project van de gemeente moet aantoonbaar circulair worden aanbesteed. Niet als opt-in, maar als een harde eis in het contract. Zo creëer je vraag, schaal en markt tegelijk. Dat doe je samen met het bedrijfsleven en kennispartners.

Drie: Bouw een gemeentelijk materialendashboard. Maak inzichtelijk welke materiaalstromen de stad in- en uitgaan, per sector en per wijk. Open data, toegankelijk voor bedrijven, onderzoekers en burgers. Wie weet wat er stroomt, kan sturen.

Elke gemeente (en regio) kan een circulaire stad worden. Maar niet met goedbedoelde pilots, maar met groot en meeslepend. Met beleid dat de markt serieus neemt, bewoners als partners ziet, data als fundament gebruikt en ruimte beschermt alsof de toekomst ervan afhangt.

Walther Ploos van Amstel.

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Duurzaam ondernemen