Met die woorden legde Augustinus eeuwen geleden al een ongemakkelijke waarheid bloot: de tijd waarin wij leven is niet iets wat ons overkomt, maar iets wat wij mede vormgeven. Dat geldt vandaag misschien wel sterker dan ooit.
We leven in een periode waarin meerdere crises samenkomen. De wereldwijde energiecrisis confronteert ons met afhankelijkheden die we jarenlang voor lief namen. Geopolitieke spanningen – van Oekraïne tot het Midden-Oosten en de toenemende machtsverschuivingen tussen grootmachten – maken duidelijk dat stabiliteit geen vanzelfsprekendheid meer is. Tegelijkertijd versnelt technologie in een tempo dat onze instituties nauwelijks kunnen bijbenen.
Voor organisaties en hun leiders betekent dit dat de context fundamenteel is veranderd. Zekerheden verdwijnen, afhankelijkheden worden zichtbaar en keuzes krijgen grotere consequenties – economisch, maatschappelijk en moreel.
In zo’n wereld wordt leiderschap vaak gezocht in meer grip. Meer structuur. Meer controle. Maar dat is een reflex die begrijpelijk is, en tegelijkertijd tekortschiet. Want de vraagstukken van vandaag laten zich niet oplossen door ze beter te beheersen. Ze vragen om iets anders: richting, duiding en verantwoordelijkheid.
En dat brengt ons bij de kern van leiderschap in deze tijd.
Leiderschap begint niet bij macht.
Leiderschap begint bij een keuze.
Niet de keuze die je maakt wanneer alles duidelijk is, maar juist de keuze die je maakt wanneer dat niet zo is. Wanneer belangen botsen. Wanneer korte termijn druk haaks staat op lange termijn waarde. Wanneer je weet wat nodig is, maar de consequenties daarvan ongemakkelijk zijn.
De energiecrisis is daarvan een treffend voorbeeld. Veel organisaties staan voor dilemma’s rondom duurzaamheid, kostenbeheersing en leveringszekerheid. De makkelijke route is vaak duidelijk: optimaliseren binnen de bestaande kaders, risico’s spreiden, tijd kopen. Maar de wezenlijke vraag is een andere: welke keuzes maken we die ook op langere termijn houdbaar zijn – voor de organisatie én voor de samenleving?
Dat is geen technische vraag. Het is een morele vraag.
Hetzelfde zien we in de omgang met geopolitieke onzekerheid. Bedrijven heroverwegen hun ketens, overheden zoeken naar nieuwe vormen van strategische autonomie, organisaties worden geconfronteerd met vragen over waar ze wel en niet actief willen zijn. In al deze situaties is informatie zelden het probleem. De informatie is er. De analyses zijn er. De scenario’s zijn er.
Wat ontbreekt, is vaak iets anders: de bereidheid om daadwerkelijk te kiezen.
Daarmee wordt leiderschap in essentie een moreel vraagstuk. Niet in de zin van goed of fout, maar in de zin van verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van je handelen. Voor medewerkers, voor klanten, voor de bredere samenleving.
Dat vraagt om een andere manier van kijken naar leiderschap. Minder als positie, meer als proces. Minder als controle, meer als oriëntatie.
Onderzoek van Zenger en Folkman laat zien dat het verschil tussen gemiddelde en excellente leiders groot is, maar niet zit in het ontbreken van zwaktes. Excellente leiders onderscheiden zich doordat zij een aantal sterke kwaliteiten bewust inzetten op momenten dat het ertoe doet. Zij weten waar ze voor staan, en handelen daar consequent naar.
Maar misschien nog belangrijker: zij doen dat niet alleen. Ze organiseren tegenspraak, zoeken actief feedback en maken hun leiderschap bespreekbaar. Daarmee maken ze leiderschap tot iets relationeels. Iets wat ontstaat in interactie, niet in isolatie.
Juist in tijden van onzekerheid blijkt dat cruciaal. Want vertrouwen – misschien wel het meest schaarse goed in turbulente tijden – ontstaat niet door perfectie. Het ontstaat door consistentie. Door transparantie. Door het vermogen om ook het niet-weten te delen, zonder richting te verliezen.
Dat vraagt moed. Niet de grote, zichtbare moed waar we leiders vaak op beoordelen, maar de kleinere, dagelijkse moed. De moed om een gesprek aan te gaan dat je liever uitstelt. De moed om een besluit te nemen waarvan je weet dat het weerstand oproept. De moed om een patroon te doorbreken dat al jaren werkt – maar niet meer past.
En misschien is dat wel de kern van leiderschap vandaag. Niet het oplossen van complexiteit, maar het bewust handelen binnen complexiteit.
Daarmee verandert ook de manier waarop we naar resultaat kijken. In een instabiele wereld is resultaat niet alleen wat je bereikt, maar ook hoe je dat doet. Het gaat om prestaties, maar net zo goed om betrokkenheid, vertrouwen en betekenis. Organisaties die daarin slagen, blijken veerkrachtiger, innovatiever en beter in staat om zich aan te passen.
Leiderschap krijgt daarmee een andere dimensie. Niet alleen sturen op output, maar bijdragen aan iets dat groter is dan de organisatie zelf. Niet alleen waarde creëren, maar ook waarde toevoegen aan de context waarin je opereert.
Dat vraagt om een andere vraag aan onszelf.
Niet: wat gebeurt er in deze tijd?
Maar: wie zijn wij in deze tijd? Welke keuzes maken wij wanneer de druk toeneemt? Blijven onze waarden overeind wanneer ze echt getest worden? Durven we richting te geven, ook wanneer de uitkomst onzeker is?
Want uiteindelijk is dat waar leiderschap begint. Niet bij systemen, niet bij structuren, maar bij de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen.
De bereidheid om te kiezen. En die keuze is nooit neutraal.
Margareth de Wit
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--