“Mer Paul hubst dich dien hoar geverfd?” (vrij vertaald voor de boeren en buitenlui: “Maar Paul, zit er een kleurspoeling in je haar?”), roept Jolanda ’s ochtends vroeg. Paul start nét zijn werkdag en kijkt schaapachtig de grote kantoortuin in. De groep dames heeft zijn aandacht volledig op Paul’s blonde kuif gericht. “Hoe kom je daar nou bij?” roept hij gekrenkt uit. “Mijn haar mag dan wel dunner worden, het heeft nog altijd zijn natuurlijke kleur en glans”. Anderhalve week lang, wordt bij binnenkomst van Paul door Jolanda de haarvraag gesteld. Na de achtste keer breekt er iets bij Paul; hij bekent met rode koontjes. Paul heeft clandestien het feminien haarspoeldomein betreden, is betrapt en teruggefloten.

Los van die strijd der geslachten, gaat er achter die kleurspoeling een ander fenomeen schuil… de grijs-afwijs. Ook ik kijk elke ochtend weer bezorgd in mijn spiegel en probeer met strakmakende creme’s de verrimpeling voor te zijn. Niet dat het ook maar enig effect sorteert. Het gaat meer om het gevoel dàt je er iets aan probeert te doen. Want achter dat grijze haar en die rimpel gaat stilzwijgend ouderdom en gebrek schuil en kort daarachter ligt de dood.

Nu zou dit een behoorlijk sombere column kunnen worden, want het dood-woord is niet salonfähig.

Lees ook:

Goed contact met een leidinggevende is cruciaal

Daarom maar snel naar het belendende perceel… uw welverdiende pensioen. Ter viering van het feit dat onze generatie tenminste tot zijn 67e zal moeten doorwerken is er na de dag van het ontheemde kind, de dag van de dag en secretaressedag… eindelijk de dag van het pensioen in het leven geroepen. Een moment van bezinning en beschouwing.
Pensioen is iets wat niet echt past in deze vluchtige tijd. In een cultuur van consumeer nu en betaal later heeft sparen voor een pensioen iets oubolligs. Het is bijna anticyclisch. Je staat aan het begin van een onbezorgd leven en van je spaarzaam verdiende centen moet er ook nog een deel af “voor later”. Omdat men je vertelt dat dit wellicht niet toereikend is, start je vervolgens met levensloop en/of lijfrente. Zeg maar… van de angst een deugd maken. Zo weet je zeker dat je er al met 65 uitmag. En mocht je al gezwinder het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen, bedenk dan dat je nabestaanden je eeuwig dankbaar zullen zijn. Maar misschien is dat laatste nu wel de ultieme drijfveer om subiet te gaan genieten!

Carl Jacobi is adviseur, interim-manager en partner in geneeshuis.nl. Hij heeft ruime ervaring met het (her) structureren van facilitaire organisaties. Hij werkt hij met activity based cost- en levensduurkostmodellen. Deze zijn een bijzonder effectief antwoord op de aanstaande “maatstafconcurrentie” veranderingen in de gezondheidszorg. Hij beschikt over benchmarkgegevens betreffende facilitaire kostprijzen en heeft de tools om processen marktconform te maken, dan wel deze uit te besteden.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Het maakt niet uit. Grijs staat toch zeker voor levenservaring en levenswijsheid. Bovendien is de oudere veel rustiger in het benaderen en oplossen van problemen. Het ouder zijn straalt toch wel wat uit, dat gooi je toch niet weg? Nee, wij (ja ik ben dus ook grijs) moeten onze opgedane kennis en ervaring benutten. Daar hebben we allemaal wat aan! NIET wegstoppen dus.

In deze tijd van vergrijzing en verdampen van pensioentegoeden is het goed even stil te staan bij je eigen vergankelijkheid en de relativiteit van de waan van alle dag.
Grijs afwijs is van alle tijden en wie het daar niet mee eens is zit zelf in de ontkenningsfase!

Carl, leuk dat je in de 3e persoon enkelvoud over jezelf schrijft: alsof je reeds uitgetreden bent en ons van “ergens boven??” kondt doet. Maar je hebt gelijk: ontkennen lost niets op.

Zelf heb ik niet zoveel met “de buitenkant”. “Bald is beautifull” is mijn lijfspreuk. Ik wel best gewaardeerd worden, maar dan voor mijn bijdragen aan het geheel en niet om pak, stropdas, titel, auto etc.

Groet,

Jos Steynebrugh
Change Enhancement, Zoetermeer

x
x