Nederland loopt tegen zijn eigen grenzen aan. Niet qua ambitie, maar qua uitvoeringskracht. Dat is de kernboodschap van het nieuwe DILAS-rapport De infrastructuur van alles.
Nederland heeft geen tekort aan ideeën, kapitaal of ambitie, maar wel een groeiend tekort aan fysieke ruimte, energie en infrastructuur om die ambitie om te zetten in daadwerkelijke productie, innovatie en groei. Investeringen lopen vast op ruimtegebrek, netcongestie, vergunningverlening en onzeker beleid; precies de terreinen waar logistiek dagelijks tegenaan loopt. Dat laat het rapport met veel voorbeelden zien.
Logistiek is geen laagwaardige sector
Een van de scherpste punten uit het DILAS-rapport is de ontkrachting van het beeld van logistiek als een generieke, laagproductieve sector. Opslag en dienstverlening voor vervoer realiseren gemiddeld circa € 82,10 aan toegevoegde waarde per gewerkt uur. Dat is zo'n 45% boven het Nederlandse gemiddelde. Zelfs het bredere gemiddelde van vervoer en opslag (circa € 66 per uur) ligt volgens DILAS nog steeds boven het landelijk gemiddelde.
Vervoer en opslag waren in 2024 goed voor 4,8% van de Nederlandse economie en ruim 600.000 werkzame personen. Een functiegebaseerde benadering, die logistieke activiteiten meetelt die administratief bij andere sectoren geboekt staan, komt voor 2022 uit op € 123,1 miljard aan logistieke toegevoegde waarde (ook voor supply chain management). Inclusief de direct leverende dienstensectoren ontstaat 47,3% van de Nederlandse bruto toegevoegde waarde binnen of rond de fysieke goederenketen.
De "bestuurlijke trechter"
Herkenbaar voor elke logistiek manager die weleens een vergunningstraject heeft doorlopen: nationaal beleid erkent het belang van logistieke ruimte, maar op regionaal en gemeentelijk niveau gebeurt vaak het tegenovergestelde. Generieke hectaregrenzen, "nee, tenzij"-regimes en uitsluiting van grootschalige functies zorgen voor wat het rapport de "bestuurlijke trechter" noemt: elke afzonderlijke beleidskeuze is op zichzelf verklaarbaar, maar de optelsom laat te weinig effectieve capaciteit over. Beeldvorming speelt daarbij een rol.
Grote distributiecentra en vrachtverkeer zijn zichtbaar, terwijl de ondernemingen, banen en ketens erachter vaak onbekend blijven.
Schaal is geen probleem, maar een voorwaarde voor productiviteit
Een belangrijk tegengeluid in het rapport: grote gebouwen maken consolidatie, mechanisatie, automatisering en efficiënter voorraadbeheer mogelijk. Een generieke voorkeur voor kleinere gebouwen kan deze productiviteitswinst juist tenietdoen en leiden tot meer locaties, extra ritten en een groter gezamenlijk ruimtebeslag. Dat is het tegenovergestelde van wat beleidsmakers vaak beogen.
Drie concrete beleidsprioriteiten
Het rapport blijft niet bij de diagnose steken. DILAS pleit voor:
- Van schaarste naar capaciteit verdelen: beoordeel ontwikkelingen op functie, locatie en aantoonbare prestaties, niet op sectorlabel of gebouwomvang.
- Eén nationale grond- en investeringsstrategie, waarin bestaande terreinen, nieuwe locaties, energie, bereikbaarheid en arbeid gezamenlijk worden geprogrammeerd, met regie op écht beschikbare, bereikbare en vergunbare locaties, en niet alleen op plannen op papier.
- Herstel het uitvoeringsvermogen, onder meer via een "waardeakkoord": overheden leggen vooraf heldere, meetbare voorwaarden vast, de sector levert aantoonbare prestaties op ruimtelijke kwaliteit, energie, ecologie en mobiliteit.
Illustratief is de "éénprocentgedachte": een procentpunt van het Nederlandse landoppervlak komt overeen met circa 33.600 hectare. Dat is vergelijkbaar met de ruimte voor ongeveer een miljoen woningen. Een beperkte, gerichte transformatie van landbouwgrond kan dus al substantiële capaciteit vrijmaken.
Waarom dit relevant is voor de logistieke sector
Dit rapport is meer dan een pleidooi van een brancheorganisatie. Het biedt een raamwerk om het gesprek met gemeenten en provincies anders te voeren: niet over vierkante meters en gebouwomvang, maar over ketenfunctie, economische waarde en aantoonbare prestaties. Wie nu al werkt aan uitbreidingslocaties, doet er goed aan dit argumentatiekader te kennen.
Het verschuift het debat van "hoeveel ruimte vraagt dit gebouw" naar "welke keten en welke waarde deze ruimte faciliteert". Ongetwijfeld zullen de experts in de media op dit gedegen rapport reageren; positief, maar zeker ook negatief.
Het is een sterk en goed onderbouwd pleidooi, maar wel een pleidooi dat vertrekt vanuit de eigen belangen van de sector. Voor het gesprek met gemeenten en provincies is het een waardevol argumentatiekader, mits je ook de tegenargumenten van de andere kant van de tafel kent bij netcongestie, stikstof, landschap, arbeidsomstandigheden en leefomgeving.
Ondersteund door ClaudeAI
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--