Twee iconen van de Nederlandse maakindustrie. Twee ingrijpende transformaties. En vijftien jaar praktijkervaring die ons leerden waarom verandering niet begint bij strategie, technologie of structuren, maar bij wat mensen beweegt. En vooral: hoe je mensen daadwerkelijk in beweging krijgt.
Wie ik vertelde waar ik werkte, had vrijwel altijd een persoonlijk verhaal. De herinnering aan een bijzondere vlucht. De eerste fiets. Bij deze bedrijven werk je uit passie, trots of verbondenheid. Soms generaties lang. De uitdaging was niet om deze bedrijven opnieuw uit te vinden, maar om hun oorspronkelijke bezieling betekenis te geven in een wereld waarin de oude manier van werken niet meer voldeed.
Het gaat over Fokker en Accell Group, het bedrijf achter oer-Hollandse merken als Batavus, Sparta en KOGA. Ondernemingen waar techniek en verbeelding elkaar ontmoetten. Anthony Fokker bouwde aan zijn droom van vliegen. Marion Kowallik en Andries Gaastra, de oprichters van KOGA, aan hun idee van de beste fiets. Hun ambities kregen vorm in werkplaatsen waar mensen ontwierpen, sleutelden en testten tot een idee werkelijkheid werd. Die pioniersgeest leefde voort in de handen van monteurs en in de nieuwsgierigheid van jonge engineers. Maar hij was naar de achtergrond verdrongen. Bij Fokker sinds het faillissement van 1996. Bij Accell door hippe merken, veranderende consumentenvoorkeuren en de macht van een handvol grote leveranciers. Toch kwam die oude kracht weer tot leven. Het begon met een paar mensen, een gedeelde ambitie en het besef dat het anders kon én moest.
Vijftien jaar lang vormden deze ondernemingen ons levende laboratorium voor menselijke transformatie. We experimenteerden, leerden en ontdekten wat in de praktijk wel en niet werkte, door ons te richten op betekenis, waarden, gedrag en de dynamiek tussen mensen. Wat Danielle Braun en Jitske Kramer de ‘corporate tribe’ noemen: de mens, vooral ook als groepsdier.
De belangrijkste les
De verrassendste inzichten komen vaak van buiten het managementvak. Uit de topsport, film, theater, design en antropologie. Vakgebieden die soms beter begrijpen wat mensen nodig hebben om samen te presteren en in beweging te komen.
De belangrijkste les bleek uiteindelijk veel meer te omvatten dan de twee bedrijven. Fundamentele systeemverandering vraagt om verbinding van twee werkelijkheden. Allereerst moet je de business door en door begrijpen. Waar waarde wordt gecreëerd, waarom klanten voor je kiezen en welke patronen het succes van morgen in de weg staan. Maar je moet ook begrijpen wat mensen beweegt: wat hen drijft, waar ze trots op zijn, wat ze vrezen en waaraan ze hun identiteit en status ontlenen. Pas dan kun je gericht interveniëren in wat mensen verbindt, wat ze geloven en hoe ze samenwerken. Dat dit lukte in twee uitgesproken technische ondernemingen, waar analytisch denken en vakmanschap van oudsher zwaarder wegen dan emoties en groepsdynamiek, maakt de les des te overtuigender.
Casus: als A niet meer werkt, maar B nog onbekend is
Hoe veranderen. Wat werkt wel, wat niet? Ervaringen en 'lessons learned'.
Beide bedrijven stonden voor wat in de veranderkunde een tweede-ordeverandering heet. De bestaande manier van werken (A) voldeed niet meer, maar de nieuwe was onbekend (B). Dan volstaat een plan en een nieuwe organisatiestructuur. Het vraagt dat ingesleten gedragspatronen worden doorbroken, overtuigingen ter discussie gesteld en macht opnieuw verdeeld. Bij Accell werd dat zichtbaar in één ogenschijnlijk eenvoudig begrip: de klant. Lange tijd waren we zelf onze maatstaf. We waren fietsgek en meenden te weten hoe een goede fiets eruit moest zien. Elk nieuw model werd het liefst volledig opnieuw ontworpen, voorzien van de nieuwste technische vondsten. Vaak omdat wij daarvan genoten, niet omdat de consument erom vroeg. De engineers waren de helden van het bedrijf. Zij hadden de kennis, het aanzien en daarmee de macht. Soms zag de verkooporganisatie de nieuwe modellen pas enkele dagen voor de dealerdagen. De verkopers moesten vervolgens maar zien hoe ze die fietsen aan de man brachten, ook als ze wisten dat klanten andere wensen hadden of de prijs te hoog vonden.
We moesten dus meer veranderen dan het ontwikkelproces. We moesten veranderen wiens oordeel daarin telde. De consument die de fiets koopt en de winkelier die hem verkoopt, werden het vertrekpunt. Marketing kreeg de regie over het hele ontwikkelproces, van het eerste idee tot de fiets in de winkel. Daarmee verschoof de beslissingsmacht die tot dan toe bij R&D had gelegen.
De dagelijkse praktijk veranderde: wie beslissingen nam, welke kennis telde en waarop mensen werden afgerekend.
We verkortten de doorlooptijd van het ontwerpproces met 50 procent, verlaagden de kosten door minder maatwerk en zagen het marktaandeel weer groeien.
De les voor leiders is dat een strategische keuze pas gevolgen heeft als zij doorwerkt in de dagelijkse verhoudingen.
Klantgerichtheid bleef niet bij Accell hangen als een voornemen. Ze bepaalde voortaan welke kennis telde en wie het laatste woord had. Maar hoe breng je mensen zover dat ze hun vertrouwde overtuigingen willen onderzoeken? Twee ervaringen bij Fokker waren bepalend voor onze aanpak.
Van burning platform naar burning desire
Onderdeel van de transformatie was een leiderschapsconferentie op Nyenrode. Hoogleraar André Wierdsma introduceerde daar de ‘plek der moeite’: het moment waarop de organisatie vastloopt en je dialoog nodig hebt. Het is de ruimte waarin bestaande overtuigingen ter discussie komen en je elkaar de waarheid moet durven zeggen. Hoeveel moed dat vroeg, zouden we snel ontdekken.
We hadden de conferentie tot op de minuut voorbereid. Pieter van den Hoogenband vertelde een meeslepend verhaal over zijn weg naar olympisch goud. Zijn boodschap kwam aan: topprestaties vragen om een andere manier van denken en werken. De eerste dag verliep uitstekend en het besef van de noodzaak tot verandering groeide. De volgende ochtend kantelde de stemming. Een jonge manager sprak uit wat velen dachten. Hij noemde de cultuur verziekt en hield het leiderschap daarvoor mede verantwoordelijk. Ook de CEO sprak hij rechtstreeks aan. Precies de dialoog waarvoor Wierdsma ruimte had willen maken. Alleen hadden we niet voorzien wat die zou losmaken. Het leiderschapsteam raakte verlamd door de omvang van de problemen. Wat nu? Tijdens een ingelaste koffiepauze besloten we het programma los te laten. We stuurden de leiders in drietallen het landgoed op met één vraag: Waarom kom jij iedere ochtend je bed uit om bij Fokker te werken?
Een uur wandelen en persoonlijke verhalen delen bracht meer teweeg dan anderhalve dag zorgvuldig voorbereide interventies.
De leiders kwamen terug met nieuwe energie en meer onderling vertrouwen. In de uren daarna ontstond een concreet actieplan. De doorbraak kwam toen een deelnemer spontaan onze gezamenlijke ambitie verwoordde: To put the Fokker signature on every advanced aircraft. Die zin gaf onze trots een nieuwe bestemming. We bouwden geen eigen vliegtuigen meer, maar onze expertise droeg bij aan geavanceerde toestellen als de F-35 en de Airbus A380. Daarin zat onze handtekening. Het was geen loze spreuk, maar werd een van de drijvende krachten van de transformatie, die tot de dag van vandaag nog steeds de purpose is. De wandeling had de problemen niet opgelost. Ze had wel het vermogen hersteld om ze samen aan te pakken. De leiders hoefden niet nog scherper te horen wat er mis was. Ze moesten opnieuw voelen waarvoor ze het wilden veranderen. Voor ons werd dat een belangrijk onderscheid. Een burning platform kan de noodzaak van verandering voelbaar maken. Een burning desire geeft richting aan de energie die daarvoor nodig is.
Een verhaal vertelt meer dan 1000 PowerPoints
Om de medewerkers mee te krijgen in de organisatieverandering, was een eenvoudige presentatie niet genoeg. Een overtuigend verhaal was essentieel. Maar onze technische directeuren vertrouwden op gegevens, logica en hun diepgaande inhoudelijke expertise. Voor velen voelde storytelling verdacht ‘soft’ aan. We stonden dus voor een dubbele hindernis: het ontwikkelen van een overtuigend verhaal en een technisch ingestelde leiderschapsgroep ervan overtuigen waarom storytelling er überhaupt toe deed. Om die kloof te overbruggen, probeerden we iets onconventioneels: we namen ze mee naar de filmacademie. Daar leerden ze van regisseurs en scenarioschrijvers over narratieve spanning en het emotionele gewicht van visuele taal. De filmmakers waren gefascineerd door de precisie en vindingrijkheid van vliegtuigtechniek; onze ingenieurs herkenden het vakmanschap en de obsessie voor details die geweldige verhalen vereisen.
Op de laatste dag organiseerden we een experiment. In een kleine filmstudio stond een klassieke fauteuil, zorgvuldig uitgelicht. De directeuren zaten in de zaal. Wat ze niet wisten, was dat we de avond ervoor met de CEO tot laat hadden gewerkt om de strategie terug te brengen tot een visueel verhaal van acht scènes. De CEO begon met een klassieke PowerPointpresentatie, met cijfers, grafieken en doelstellingen. Daarna presenteerde hij dezelfde strategie opnieuw. Dit keer met acht foto’s. Hij vertelde over het verleden van Fokker, de uitdagingen waarvoor we stonden en de ambitie opnieuw tot de wereldtop te behoren. Welke presentatie had het meest overtuigd? De uitslag was unaniem: het verhaal. De inhoud en de spreker waren dezelfde. Toch ervoeren de directeuren de strategie anders. Ze herkenden hun eigen ambitie en trots. Vanaf dat moment begonnen ze zelf anders te communiceren. Feiten en doelstellingen kregen een plaats in een verhaal dat duidelijk maakte wat de strategie voor medewerkers betekende. We leerden dat mensen zich verbinden met een leider of een gemeenschappelijk doel als ze erin geloven, als ze emotioneel geraakt worden én overtuigd zijn dat het doel haalbaar is.
Storytelling is het mechanisme waardoor een strategie een beweging wordt. Als leiders complexe ideeën vertalen naar heldere, menselijke verhalen, worden medewerkers mede-eigenaars van de transformatie.
Van inzicht naar ingreep
Verandering vraagt om een preciezere aanpak dan de algemene oproep om ‘de mens centraal te stellen’. Begin bij het gedrag dat nodig is om het bedrijf succesvol te maken. Onderzoek vervolgens welke overtuigingen en verhoudingen dat gedrag bevorderen of blokkeren. Wie heeft invloed? Welk vakmanschap geniet aanzien? Welke ervaring kan mensen helpen hun vanzelfsprekendheden opnieuw te bekijken? Kies een interventie die daarop aangrijpt. Een ander begrip van de klant vraagt om andere beslissingsrechten. Een leiderschapsteam dat vastloopt kan eerst een gedeelde reden nodig hebben om verder te gaan. Leiders die op feiten vertrouwen, kunnen de werking van een verhaal beter begrijpen door die zelf te ervaren.
Maar een betekenisvolle ervaring alleen is onvoldoende. Ze moet doorwerken in het dagelijkse werk. Bij Accell kreeg marketing daadwerkelijk de regie. Op Nyenrode volgde een actieplan. Na de filmacademie stond de CEO de volgende dag in de fabriek en vertelde het verhaal aan de hand van de acht foto’s. Daar werd de beweging zichtbaar. Tegelijk moet je ruimte laten voor wat je niet kunt voorspellen. Onze best voorbereide conferentie liep vast; de doorbraak ontstond toen we het draaiboek loslieten.
Vijftien jaar praktijkervaring leverden ons geen universeel recept op. Wel een overtuiging die veel verder reikt dan deze twee bedrijven: wie een systeem wil veranderen, moet begrijpen hoe menselijke verhoudingen de prestaties ervan bepalen. Betekenis, status en verbondenheid zijn voelbaar in wie het woord neemt, welk voorstel wordt gekozen en hoe mensen samenwerken.
- De eerste vraag is daarom welk gedrag nodig is om te winnen.
- De volgende is wat mensen beweegt om dat gedrag te laten zien.
Pas wanneer je beide vragen met elkaar verbindt, krijgt de verandering een menselijke motor.
Tot slot, bouw op menselijke kracht, bezieling en passie
Het succes van de interventies was voor een belangrijk deel te danken aan het feit dat beide bedrijven waren gebouwd op dromen en passie; onder de technische precisie leefde nog altijd de oorspronkelijke bezieling. Je zou misschien verwachten dat die rationele omgeving menselijke verandering bemoeilijkt. Wij ervoeren eerder het omgekeerde. Zodra we raakten aan wat mensen dreef, gaf hun technische denkkracht die energie richting en vorm. Het verlangen bracht de beweging op gang. Het vakmanschap maakte haar concreet. Bij Fokker werd het een succes. Bij Accell in eerste instantie ook. Maar helaas stortte de gehele fietsindustrie in een crisis zoals nooit tevoren, en waren wij nog niet sterk genoeg om dat te doorstaan.
Gerelateerde artikelen
Hoe geef je jouw bevlogenheid een boost?
Ronald van der Molen
Waar komt jouw motivatie écht vandaan?
Ferrie Smits
De keiharde impact van Softe Zingeving
Marvin Sutherland
Management modellen in 1 A4tje
Willem Mastenbroek
Recensie “De Corporate Tribe” van Danielle Braun en Jitske Kramer. (Managementboek van het jaar 2016)
Gastcolumnist
Commitment: hoe krijg je het, hoe verlies je het?
Gyuri George Vergouw
Lekker vloeken met Gordon Ramsay
Robert Kroon
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--