Channels

Een training die ik verzorg start nog vóór het traditionele voorstelrondje met een oefening waarbij de deelnemers in steeds wisselende tweetallen aan elkaar vragen: ‘wat is je grootste droom’. Altijd een bijzonder moment. Eerst een soort ‘verwarring’, want, wat is mijn grootste droom (heb ik die eigenlijk wel)? Maar gaandeweg, als de vraag vaker wordt gesteld en iedereen de antwoorden van anderen hoort ontstaat er een positieve energie en wederzijdse inspiratie. Je ziet opgewekte gesprekken en lachende gezichten. De deelnemers komen (weer) in contact met wat voor hen waardevol is. En ze komen direct op een dieper niveau in contact met de anderen. Steevast waarderen ze de oefening dan ook en zijn ze het erover eens dat deze vraag vaker gesteld zou moeten worden. En toch, als ik vraag ‘hoe vaak stel je deze vraag aan een collega of een vriend’ dan is het antwoord steevast ‘eigenlijk nooit’.

Wat maakt dat we deze vraag zo weinig stellen? En waar of wanneer zijn we de kwaliteit om te (durven) dromen kwijtgeraakt? Als kind zijn we ermee opgegroeid. We droomden de hele dag, we leefden in onze fantasiewereld. En toen gingen we naar school, werden steeds serieuzer, kregen steeds meer regels en er werd ons geleerd dat het gaat om het behalen van goede cijfers. Er ontstaat uniformiteit, competitie, afstomping én het materialisme sluipt erin. En dat proces van serieus worden gaat zo ver dat we uiteindelijk ‘in de waan van de dag’ er niet meer toe komen eens rustig achterover te leunen en ongeremd te dromen. En te bedenken of hetgeen dat we doen of willen gaan doen, we ook echt willen en of dat wel bij ons past. Als het ‘tegenzit’ merken we dan te laat dat we wel ‘hoog op de ladder’ staan, maar dat de ladder tegen de verkeerde muur aan staat. Een thema dat mooi wordt bezongen door Stef Bos in zijn lied ‘Is dit nu later’.

Hiermee wil ik niet stellen dat serieus zijn een ongezond element van het leven is. Waar het mij om gaat is het feit dat we soms ‘te’ serieus worden. Ik vind dat we het kind in onszelf de ruimte moeten blijven geven en onszelf moeten toestaan om af en toe te dromen zonder beperkingen. Wist je bijvoorbeeld dat we als kind voor een probleem makkelijk 60 alternatieven bedenken? Als volwassene zijn het er gemiddeld 3 tot 6. En als we voor het eerst naar school gaan stellen we gemiddeld 60 ‘waarom’ vragen op een emotiemanagementdag. Wanneer we met pensioen gaan is dat teruggebracht tot gemiddeld 6 keer per dag. Of wist je dat kinderen gemiddeld 300 keer per dag lachen? Helaas, als volwassene lachen we nog maar 15 keer per dag. Want waar een kind ‘gewoon’ kan lachen, hebben we als volwassene eerst een aanleiding of een reden nodig. En dat is jammer, ondermeer omdat lachen heel gezond is! Enkele redenen: lachen helpt te ontspannen, het verminderd de productie van stress hormonen, het versterkt het immuun systeem, het helpt klachten en pijn te ‘vergeten’, maakt dat pijn minder erg aanvoelt én lachen helpt om de bloeddruk te verlagen. Het mooie daarbij is: er zijn geen negatieve bijwerkingen bekend van het hebben van een flinke lachbui.

Lees ook:

Big Data is noodzakelijk voor een Rapid Response organisatie

Beste lezer, de uitdaging aan jou is om een oefening van 20 minuten te doen die je meer bewust maakt waar het jou om gaat in dit leven. Ook maakt deze oefening duidelijk dat je niet tot morgen moet wachten om gedrag te vertonen dat je werkelijk belangrijk vindt. Deze oefening kun je het beste doen in een rustige omgeving, bijvoorbeeld buiten in het bos.

• Sluit je ogen en richt je gedurende een paar minuten op het hier en nu. Word je bewust van je ademhaling, dat wat je hoort, voelt of ruikt. En als je daarbij merkt dat er een gedachte opkomt, constateer dan dat deze gedachte er is en laat hem vervolgens los.
• Zeg daarna hardop tegen jezelf (of vraag iemand om dat te doen): ‘er is geen garantie dat ik volgende week nog leef, laat staan over een paar jaar’. Laat deze zin een paar minuten tot je doordringen. Herhaal hem eventueel nog eens.
• Neem dan je partner, kinderen of een dierbare vriend(in) in gedachten en zeg tegen jezelf: ‘er is een kans dat mijn partner, kinderen of dierbare vriend(in) volgende week dood is, en de kans is zelfs groter dat hij/zij over een paar jaar dood is’. Concentreer je gedurende enkele minuten op deze waarheid.
• Stel je dan gedurende enkele minuten hetzelfde voor bij een vage collega, een buurman, het meisje bij de kassa of iemand met wie je moeite of zelfs ruzie hebt. Ook deze persoon kan volgende week dood zijn, of over een paar jaar.
• Tot slot vraag ik je om gedurende een aantal minuten te realiseren dat elk moment van de dag ergens op deze wereld iemand dood gaat: nu, straks, morgen, volgende week, volgend jaar, etc. En terwijl jij je je bewust bent van de vergankelijkheid vraag ik je na te denken wat jij wilt nalaten op deze wereld. Waar is het jou om te doen, waar sta je voor, hoe wil je herinnerd worden?
• Spreek hardop uit waar het jou in dit leven om gaat. Bespreek het met je partner, een dierbare vriend of degene die jou begeleidt.

Tot slot: wacht niet tot morgen, volgende week of volgend jaar met invulling te geven aan datgene wat voor jou echt belangrijk is. Het leven is nu, pas je gedrag dan ook NU aan. Of zoals Ghandi zei: ‘be the change you want to see in the World’. En om in de sfeer van de oefening te eindigen: op een grafsteen staat over het algemeen heel groot je geboortedatum en je sterfdatum vermeld. Daar tussen staat een klein streepje. Dat streepje vertegenwoordigt jouw hele leven. Hoe wil jij dat dit streepje wordt ingekleurd?

Geniet van je dromen!

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Marco, werkt inderdaad prima (met vallen en opstaan!). Kunst is om het zo te doen,maar niet geforceerd met “de dood op de hielen”. Mijn vader en moeder hebben ons dit bijgebracht. Ook bv in verband met nooit weggaan met ruzie etc. Het kan immers wel eens de laatste keer zijn dat je elkaar ziet…….

Mvg
Tony de Bree
http://www.dagboekvaneenbankier.nl

x
x