Doet u wel wat u leuk vindt?

De bedrijfssoftware van Exact laat uw financiële administratie, klant- en personeelgegevens, logistieke en bedrijfsprocessen perfect op elkaar aansluiten. Of uw bedrijf nu groot of minder groot is. Dat geeft overzicht en rust. Zo kunt u doen wat u leuk vindt. Ondernemen. En dan doet Exact Software de rest. Dat doen ze trouwens al 25 jaar en voor meer dan 50.000 klanten. Meer weten? Kijk op www.exact.nl

Exact
 
Eventbuzz Premium events
     

Columns over Persoonlijke Effectiviteit

Instrumenten voor Persoonlijke Effectiviteit

Cases over Persoonlijke Effectiviteit

Recensies over Persoonlijke Effectiviteit

Beoordeel dit artikel

Slecht
Geweldig

Stuur naar relatie

Onze auteurs

  • D.-J. Abbringh
  • F.B. Akkerma
  • P.L. Altena
  • J. Ankersmit
  • A. Ardon
  • E Auée
  • R. Baas
  • W. Baets
  • T. Bakker
  • P. Bakker
  • G. Barends
  • M Batelaan
  • A. Bekman
  • M. Benard
  • J. van den Berg
  • J. van den Berg
  • W. van Bergen
  • A. van Bergen
  • R. Bertels
  • J. Bertrams
  • S Bijlstra
  • G.J. Blokdijk
  • M.M.E. de Boer
  • J.P. Boerekamps
  • M. van den Bos
  • R. ten Bos
  • P. Boselie
  • P. Bosscher
  • P. van Brederode
  • P. van den Brink
  • J.W. Brinkman
  • D.J de Bruijn
  • R. de Bruin
  • P. de Bruin
  • B. Bryan
  • J. Bultsma
  • E. van de Bunt
  • S. van de Bunt-Kokhuis
  • Y. Burger
  • J. Burgers
  • C. Busé
  • J. Busscher
  • R. Butter
  • L. de Caluwé
  • L. Cauffman
  • R. Chömpff
  • J. Coleclough
  • RC Corman
  • D. Creelman
  • S. van Dam
  • B. Damen
  • JRM de Bruijn
  • H de Bruijn
  • S de Groot
  • D. Dekker
  • B. Dekkers
  • B Derksen MSc MMC
  • J.J. Dijkstra
  • J. Dikken
  • M. Dingena
  • L Dohmen
  • B. Drenth
  • D Dresens
  • B van Droffelaar
  • J.M. Drontmann
  • H. Ebbers
  • H Ebbers
  • J. Ed Peelen
  • R. van Eijbergen
  • K.G. Eising MMC
  • B. van Emden
  • S. van den Eshof
  • F. van Essen
  • R.W. van Est
  • D. Etman
  • J.G. Fokkink
  • B Fruytier
  • P. Geelen
  • M. Geerdink
  • P. van Geldorp
  • A Geurtsen
  • M. de Geus
  • M.Q. Goede
  • A. Goedhart
  • A. Goossens
  • D.M. van Gorp
  • J. Groenendijk
  • C. Gwenda Schlundt Bodien
  • D. van der Haar
  • C. Harmsen
  • M. t Hart
  • M. Heijnen
  • B. Hendriks
  • F. Hermkens
  • M. Hetebrij
  • K. van den Heuvel
  • T. Hodes
  • L.H. Hoeksema
  • M.H. Hoetmer
  • M. van Holsteijn
  • J. Hommes
  • M. Hoogenboom e.a.
  • M H Hoogendijk
  • M. Hoogwout
  • J. Hoppenbrouwers
  • G. Hosman
  • T. Houben
  • G. van Houtem
  • T. Huibers
  • M. Huijben
  • K. IJkema
  • T. van Iperen
  • A. van Iterson
  • Sybylle Jacobs
  • D. Jacobs
  • E J Jager
  • P.K. Jagersma
  • p Jansen
  • J. Jansen
  • R. Janszen
  • p John van Giels
  • F. de Jonge
  • M. de Jongh
  • C. Juta
  • J. Kampen
  • A.J. Kaptein
  • N Kastelein
  • N. Kastelein
  • R. Kaulingfreks
  • P.M. Kempen
  • G. Kerkhof
  • L. Kerklaan
  • L Kerklaan en Drs Marjan H. Hoogendijk
  • S. de Klerk-Salm
  • P Kloosterboer
  • M. de Kok
  • D.J. Konter
  • M. Kooper
  • J. Koster
  • j Koster en Etienne Jager
  • R. Krol
  • R. Kuyvenhoven
  • F Kwakman
  • F. Kwakman, John Koster RM en drs Jos Burgers RM
  • E. Lambregts
  • B. Lammers
  • B.R.H. Lammers
  • R. Lanen
  • A. Laurent
  • A.L. Lautenbach
  • A. Lawalata
  • B. Le Blanc
  • T. Leenen
  • P.B. Leezenberg
  • H. van der Linden
  • H. van der Loo
  • C. Louis Cauffman
  • J. Mackaay
  • P. van der Maesen de Sombreff
  • P. van der Marck
  • J. Martin
  • W. Mastenbroek
  • W F Mastenbroek Jr.
  • J Mathilde de Boer en Ludwig Hoeksema
  • H. van der Meer
  • M.G.M Meerman
  • B. van Melle
  • E. Metselaar
  • C. Metselaar
  • O.G.M. Moeskops
  • C. de Monchy
  • A.J. Mulder
  • A. Muriël Serrurier Schepper
  • P. Nientied
  • A. van Nistelrooij
  • H.J. Nordbeck
  • H. Oei
  • J.H. Oldenkamp
  • R. Oosterbaan
  • J.A. Oosterhaven
  • A. Oosterhoorn
  • H. Oosterhuis
  • M. Oskam
  • S. Oude Luttikhuis
  • E. Ouwejan
  • B Overduin
  • M.H. Paapst
  • J. Paffen
  • R.J. Pagano
  • E Peelen
  • Koen Perik
  • C. Peter Nientied
  • F. Peters
  • j Peters
  • Jaap Peters
  • L. Peters
  • J Petrarca
  • P. Pieterse
  • W. Ploos van Amstel
  • M. Ploos van Amstel
  • P. Plug
  • I. Pol
  • E. Pol
  • E. van de Pol
  • M. Pullens
  • D. Putman Cramer
  • R Puyt
  • D.P. van Raalte
  • M. de la Rambelje
  • J. van Rantwijk
  • F. van der Reep
  • J. Reijling
  • E. Reijnders
  • E. Reijnders
  • J. Remmerswaal
  • t Rik Corman
  • A. Roest
  • M.M. van Rooij
  • B Rossum
  • G. Rost van Tonningen
  • F. Rozemeijer
  • M. Rubinstein
  • L. Ruby Boesjes
  • L. de Ruijter
  • H. Ruts
  • G. Sanders
  • S. Santema
  • J. Schaveling
  • W. Scheepers
  • R. Scheltens
  • G. Schlundt Bodien
  • S. Scholte
  • B. Schoonderwoerd
  • E. Schoonhoven
  • G. Schuiling
  • A Schutte
  • K Schwarz
  • R. Schweitzer
  • M. Serrurier Schepper
  • A.P. Sierksma
  • M. Simon
  • M. Simon
  • L. van der Sluis
  • N. Smid
  • E. Smit
  • S. Soeters
  • TC Speet
  • F. Spits
  • A. Spruijt
  • A Stecher
  • D. Steeman
  • B. van der Steen
  • B. Steens
  • J. Steginga
  • R. van Stekelenborg
  • J.W. Stel
  • R Sterk
  • P. Stolze
  • A. Stoppelenburg
  • R. van Stratum
  • H. Strikwerda
  • M. Sturm
  • M. Suijkens
  • P. Suijker
  • J. Swaak
  • J. Swieringa
  • S. ten Have
  • G. Teusink
  • M.J. Thissen
  • K.H. Tillema
  • A. Tolman
  • C Tong Chung
  • S. Toonen
  • R. Tuninga
  • P. Uittenbogaard
  • P. Valens
  • P van den Brink
  • H van Dijk
  • D van van Gorp
  • K. van Herwaarden
  • W van Hulst
  • M. van Veen
  • G.J. van t Veen
  • R. van Veenendaal
  • J. te Velde
  • J. van der Velden
  • D.J. Venema
  • H. Veraart
  • M. Verberkmoes
  • G. Vergouw
  • F. Verhaaren
  • C. Verhoeff
  • T. Verhoeven
  • H. Vermaak
  • F. Verschuur
  • R. Versteeg
  • M. Verweijen
  • C. Verwijs
  • A Vink
  • C. Visser
  • R. Visser
  • A. Vos
  • G.-J. van der Vossen
  • W. Vrakking
  • L. de Vries
  • A. de Waal
  • M.J. Wanrooy
  • A. van Weele
  • M Weggeman
  • P. van der Wel
  • P. van der Werff
  • K. Westphal
  • E. Widdows
  • J. van Wielink
  • L. Wijchers
  • B. van Wijngaarden
  • A. van der Woude
  • C. Zomerdijk
  • C. Zomerdijk en Lex van Haarlem
  • C. van der Zwan
  • Emotionele intelligentie

    EQ en sociaal-emotioneel leiderschap


    Werken met emoties
    Naar emotionele geletterdheid
    Macht en overgave

    In de afgelopen maanden verschenen drie publicaties die voortborduren op het onderwerp 'emotionele intelligentie', zij het dat elk daarvan dit op geheel eigen wijze doet. We kozen ervoor om u via een drietal recensies van deze boeken op de hoogte te brengen.
    Het thema 'emotionele intelligentie' is van belang voor het werken en begeleiden van groepen, met name omdat er waarschijnlijk een sterk verband is tussen emotionele intelligentie en procesgerichtheid in groepen. Procesgericht of sociaal-emotioneel gericht leiderschap vereist ons inziens een flinke dosis EQ. Een boeiend thema, al gaat geen van de hieronder te bespreken boeken in op groepsdynamica in enge zin.

    werken met emoties

    Suzanne Piët (1998), Emotiemanagement. Werken met emoties van jezelf en anderen. Amsterdam, Contact, 238 pgs, f 36,90

    In haar boek demonstreert Susanne Piët dat emoties in zeer veel beroepen en in zeer veel levenssituaties een rol spelen en dat emotiemanagement daarom van groot belang is. Als voorbeelden noemt ze de crisismanager, de brandweerman, de verpleegkundige, de reclamemaker, de journalist, de productontwikkelaar en de makelaar. We kunnen daar gerust de voorzitter, de groepsbegeleider, de teambuilder , de docent of opleider en de groepstherapeut aan toevoegen. Emotiemanagement is de kunst om zich niet mee te laten slepen door opkomende emoties, maar er zo mee om te gaan dat ze hanteerbaar blijven en bijdragen aan een goed verloop van de interactie. Emoties kunnen grote schade aanrichten wanneer ze onderschat worden. Daarvan geeft de auteur een aantal aansprekende voorbeelden.

    Iets meer over de inhoud: na twee inleidende hoofdstukken over emotiemanagement ('wat is dat eigenlijk?' en 'gemengde gevoelens: wat hebben we eraan?') komen onderwerpen aan bod als 'emoties en werk', 'tijd', 'emotionele intelligentie', 'emotiemanagement in persoonlijke communicatie', 'emotiemanagement in massacommunicatie', 'persoonlijk emotiemanagement', 'kwaliteit en leven' en 'emotiemanagement in de praktijk: tien beslissende keuzes'.
    Vooral van de laatste twee hoofdstukken heb ik genoten, omdat Piët daar ingaat op fundamentelere en filosofisch getinte thema's als succes en geluk, emoties en succes, persoonlijkheid en succes, en onzekerheid en succes. Tot de tien beslissende keuzen horen afwegingen als 'toenaderen of ontwijken', 'beheersen of machteloos toezien', 'meegesleept worden of regisseren', 'ontkenning of zelfkennis' en 'pijn of plezier'.

    Het is een aangenaam en vlot geschreven boek. De auteur is goed belezen en presenteert veel levendige anekdotes en voorbeelden. Tegelijk heb ik daarmee ook een valkuil aangegeven van deze tekst. Deze blijft vaak teveel op het niveau van rake typeringen en anekdotes. De structuur van een theorie of model ontbreekt. Na lezing blijft er helaas weinig 'hangen'. Ik vond het soms wat 'Readers Digest'-achtig en oppervlakkig.

    In het boek mis ik het een en ander dat voor mij wel bij dit onderwerp hoort. Er vindt heel wat emotiemanagement plaats in groepen, in opvoedingssituaties, in psychotherapie. Hier gaat Piët echter niet op in. Ook geen woord over de methodiek van het hanteren van emoties in het begeleiden van groepen, in pedagogiek c.q andragogiek of volgens diverse psychotherapiestromingen, zoals de psychoanalyse of de non-directieve benadering. Zo bieden de Freudiaanse theorieën over afweermechanismen, over weerstand, over overdracht en tegenoverdracht, over motivatie e.d. fraaie voorbeelden van emotiemanagement, maar ze ontbreken in dit boek.
    De auteur legt evenmin verbinding met theorievorming over planmatige verandering van mensen binnen de sociale wetenschappen. Ze oriënteert zich vooral op delen van de sociale psychologie en op literatuur over processen binnen bedrijven.

    In haar literatuuropgave zijn wel twee verwijzingen te vinden naar Freud en Elias, maar ze sluit niet aan op de kern van hun theorievorming. Als voorbeeld noem ik een passage op blz 209, waarin ze er over spreekt dat we in onze beheersing van emoties soms wonderlijke dingen kunnen doen met onze gedachten. Citaat: Deze talenten tot regie over emoties en gedrag zijn niet iedereen in dezelfde mate gegeven. Theoretici zijn het er nog niet over eens of ze zijn aangeboren, maar het is vrijwel zeker dat ze deze talenten verder kunnen ontwikkelen. De uitkomst van dat leerproces is bepalend voor ons succes in emotiemanagement (einde citaat).

    Ik weet niet welke theoretici de auteur hier op het oog had, maar wel dat er door reuzen als Freud en Elias jarenlang over dit onderwerp gepubliceerd is. In zijn klassieker Het civilisatieproces toont Elias aan hoe in de loop van de afgelopen achthonderd jaar mensen geleerd hebben anders om te gaan met hun emoties, waarbij regulering van buitenaf steeds meer vervangen wordt door een regulering van binnenuit die verankerd is geraakt in onze persoonlijkheidsstructuur.
    In deze theorievorming bouwt Elias voort op het werk van Freud. De talenten tot regie over emoties en gedrag zijn dus in hoge mate ingebed en gevormd door civilisatieprocessen, die trouwens over (sub)culturen een grote variatie kunnen vertonen. Engelsen doen dit weer heel anders dan Italianen, om maar een voorbeeld te noemen.

    Er moet me nog iets van het hart. Ik vind emotiemanagement een vervelend woord, en die bijsmaak ben ik na lezing niet kwijtgeraakt. De ondertitel werken met emoties van jezelf en anderen die ik toch al vaag vind klinken, kreeg bij lezing vaak de bijbetekenis manipuleren van emoties van jezelf en anderen.
    Hoewel ik aanvankelijk een positieve indruk had van dit boek, raakte ik na enige tijd teleurgesteld door gemiste kansen tot verdieping. Toch is mijn oordeel over het geheel niet negatief. Het boek bevat ook gedeelten die ik heel stimulerend en waardevol vindt. Gemengde gevoelens dus. Ik laat het eindoordeel aan u over.

    naar emotionele geletterdheid

    Claude Steiner, Paul Perry (1998), Emotioneel vaardig worden. Een persoonlijke cursus om emotioneel intelligent te worden. Amsterdam, De Arbeiderspers, 251 pgs, f 39,90

    Van een ander kaliber is het boek van Steiner en Perry, dat in het Amerikaans verscheen onder de moeilijk vertaalbare titel Achieving emotional literacy , het bereiken van emotionele geletterdheid, oftewel het leren beheersen van de taal van emoties.

    Van de twee auteurs is de eerste een oude bekende. Eind jaren zestig was Claude Steiner een van de woordvoerders van het Radicale Therapeuten Manifest, waarin hij een maatschappijkritische functie van de psychiatrie bepleitte. Deze boodschap vond een vruchtbare bodem in het universitaire milieu in Californië (met name in Berkeley). Hij inspireerde tot een stroming in de vrouwenbeweging die in Nederland bekendheid kreeg als de FORT-beweging (feministische oefengroepen in radicale therapie) en MRT-groepen (de mannelijke tegenhanger hiervan).

    Wellicht herinnert u zich nog het boek Vrouwenpraatgroepen van Hogie Wyckoff, waarin principes van de TA (transactionele analyse) gebruikt worden om scherper zicht te krijgen op zorgpatronen van vrouwen. Deze Hogie Wyckoff duikt onverwacht op in dit boek. Zij blijkt een van de twee personen die (aldus de auteur) het leven van Claude Steiner fundamenteel veranderd hebben. De andere persoon is Eric Berne geweest. Het was vooral Hogie Wyckoff van wie Claude Steiner de essentie van emotionaliteit geleerd heeft in een jarenlange relatie die ze samen hadden. Hij schrijft daar open en eerlijk over in dit boek.
    Over de tweede auteur wordt weinig meer vermeld dan dat hij als ghost writer aan de basis heeft gestaan van de eerste versie van dit boek. Dank zij hem is er een toegankelijke en leesbare tekst tot stand gekomen met een heldere vorm en structuur.

    Waar gaat het boek over? De oorspronkelijke ondertitel geeft aan dat het gaat om een persoonlijk programma voor het vergroten van de eigen emotionele intelligentie. Uitgaande van de Transactionele Analyse (TA) bieden de auteurs een basis voor een emotionele vaardigheidstraining in drie stadia: 1. uw hart openstellen, 2. het emotionele landschap verkennen, en 3. verantwoordelijkheid nemen. Elk stadium bestaat uit vier stappen, waardoor een route van twaalf basisvaardigheden ontstaat, die elk helder en uitgebreid beschreven worden.
    In het eerste stadium gaat het om de vaardigheden van strooks geven, om strooks vragen, strooks accepteren en afwijzen, en uzelf strooks geven. In het tweede stadium om de vaardigheden van actie/gevoel-statements, actie/gevoel-statements accepteren, onze intuïtieve gevoelens uiten en een intuïtie erkennen.

    Het boek bereikt de grootste diepgang bij het bespreken van de vaardigheden van stadium drie: verantwoordelijkheid nemen. De betreffende vier vaardigheden zijn: verontschuldiging voor onze fouten, verontschuldiging accepteren of afwijzen, om vergeving vragen en vergeving schenken of weigeren. Met name in dit laatste deel wordt openlijk gesproken over het niveau van ethiek in relaties.

    De drie stadia zijn ook te typeren met de trefwoorden openheid, eerlijkheid en vertrouwen (of betrouwbaarheid) in relaties. Wie deze waarden hoog heeft, zal in dit boek een bruikbare schets vinden van de ontwikkelingsweg die daarvoor komt kijken en zal goede bagage meekrijgen voor die tocht. Hiermee heb ik tevens het belangrijkste verschil aangegeven met het boek Emotiemanagement van Susanne Piët, dat ik hierboven recenseerde. Bij Piët is nergens sprake van een ontwikkelingsweg.

    Soms ademt de tekst iets oubolligs. Bijvoorbeeld op het moment dat de auteurs hun bezwaren uiten tegen het zogeheten Gestalt-gebed van Perls. Dat is toch wel heel erg achterhaald. Ook is de tekst soms nogal simpeltjes geformuleerd en doordrenkt van een Amerikaans optimistisch vooruitgangsgeloof. Er valt nauwelijks meer iets terug te vinden van de bezieling van de vroegere voorvechter voor een Radicale Psychiatrie. Maar ik vind dat geen bezwaar. Ik bewonder de keuze van de auteurs om in het kader van emotionele vaardigheid expliciet en onbevooroordeeld aandacht te besteden aan morele codes en ethiek.

    Het boek eindigt met een stevige toegift in de vorm van een reeks aantekeningen voor filosofen. In de traditie van Eric Berne biedt Claude Steiner aan het slot een schets van de historische en filosofische achtergronden van zijn ideeën. Daarin komen grote denkers aan bod als Confucius, Nietzsche, Horkheimer, Adorno, Foucault, Augustinus, Kant, Derrida, Rousseau, Marcuse en Freud over onderwerpen als liefde als een fundamenteel goed, liegen en eerlijkheid, de waarheid, geweld en de duistere kant en geweld en mishandeling.
    Voor wie geïnteresseerd is in het onderwerp emotionele intelligentie biedt dit boek met zijn nadruk op emotionele vaardigheid een waardevolle aanvulling. Dat de auteurs vertrekken vanuit het erfgoed van de TA geeft aan het boek een goede ruggengraat.

    macht en overgave

    Judith Viorst (1998), Greep op het leven. Ons levenslange gevecht tegen macht en overgave. Amsterdam, Anthos, 399 pgs, f 39,90

    Tien jaar geleden verscheen in Nederland de vertaling van het eerste boek van Judith Viorst onder de titel Noodzakelijk verlies. Onlangs is haar tweede boek Imperfect control in het Nederlands vertaald. Wederom een gedegen studie. Dit keer over onze worsteling met macht en onmacht in veel aspecten van het dagelijks leven.
    Achtereenvolgens gaat ze in op vragen rond vrijheid en onvrijheid, op het gevoel van controle in de opvoeding, op het baas over onszelf worden in de puberteit, op de macht van seks, op machtsverhoudingen binnen een relaties, op ouderschap, op macht en onmacht in werksituaties (onder de titel: de baas zijn en onder een baas staan), op slachtoffers en overlevenden, op allerlei vormen van overgave en uiteindelijk op macht en onmacht ten aanzien van ziekte en dood. Een uitgebreid notenoverzicht van bijna honderd paginas vormt het slot van het boek.

    In haar rijk van voorbeelden voorziene tekst behandelt Judith Viorst op genuanceerde wijze de dilemmas en paradoxen die het thema oproept, zoals het dilemma tussen controle en overgave. Het duidelijkst speelt dit dilemma op het terrein van intimiteit en seksualiteit, zoals in het aarzelen tussen zich laten gaan en zelfbeheersing, of tussen overgave en autonomie.
    Net als Claude Steiner (zie de boekbespreking hierboven) komt ook bij haar het thema verantwoordelijkheid ter sprake. Daarbij gaat het niet eenvoudigweg om een keuze tussen verantwoordelijkheid weigeren of op zich nemen. Het kan immers heel terecht zijn om zichzelf erkende gebieden van onvermogen toe te staan (pag. 251) en in bepaalde beperkte gevallen de controle over te geven.
    In praktisch elk hoofdstuk komt naar voren dat onze pogingen tot controle steeds onvolmaakt zullen zijn (zie de Amerikaanse titel), en ook dat het voor velen van ons niet meevalt om dit onder ogen te moeten zien. Ieder zal moeten aanvaarden dat hij slechts onvolmaakte controle heeft.
    Het kernbegrip controle heeft meerdere gezichten. Enerzijds heeft controle een negatieve bijbetekenis als vorm van onvrijheid, anderzijds een positieve bijbetekenis als in staat zijn tot iets. Iets controleren betekent dan iets beheersen. In die zin verwijst controle naar vaardigheden, zoals o.a. emotiemanagement (een term die de auteur trouwens niet gebruikt).

    Dat Judith Viorst als referentiekader de psychoanalyse gebruikt vind ik een goede keuze. Daardoor is ze in staat om het complexe onderwerp recht te doen. Met name in de hoofdstukken over macht en onmacht in relaties en in werksituaties beschrijft ze overtuigend hoe het hierbij vaak gaat om herhalingen van vroegere patronen, om oude gevoelens van machteloosheid en soms ook onderdrukte woede en pijn. Hiermee verheldert ze hoe op beslissende momenten overdracht een rol speelt. Ze geeft ook aan hoe mannen en vrouwen van elkaar verschillen en ze maakt ook aannemelijk hoe dergelijke patronen tot stand gekomen zijn.
    In de laatste twee hoofdstukken komt ook ethiek aan bod door aandacht voor wat moreel aanvaardbaar geacht wordt. Er is ook zoiets als morele controle. Dit bespreekt ze aan de hand van de bekende studie van Milgram naar de gevolgen van te vergaande gehoorzaamheid en van zich verschuilen achter autoriteit.

    Groepsprocessen komen in dit boek weinig aan bod. Voor een groepsdynamische studie van het begrip controle moeten we nog steeds bij Schutz terecht. Viorst gaat wel expliciet in op wat er speelt op het betrekkingsniveau in opvoeding, in intieme partnerrelaties, in arbeidssituaties en in slachtofferpatronen. Daarom vind ik haar behandeling van het thema van belang voor beter inzicht in wat er speelt in groepen.
    Van de drie hier gerecenseerde boeken toont Judith Viorst de meeste nuancering, rijkdom en diepgang. Warm aanbevolen.

    Bron: Nieuwsbrief Werken, Leren en Leven met Groepen (losbladige uitgave), Jrg 3, Nr. 4, december 1998, Houten, Uitg. Bohn Stafleu Van Loghum (met toestemming overgenomen).




    Stuur naar relatie

    Beoordeel dit artikel

    Slecht
    Geweldig

    Reacties op bovenstaande bijdrage

    Totaal aantal reacties: 1

      Uw reactie op deze bijdrage

      Alle reacties die zich houden aan onze Code of conduct
      worden opgenomen.

      • Word lid |
      • Adverteren |
      • RSS

      Login

       
       
       
       

      Colofon

      ManagementSite: Platform om kennis en ervaring te delen. Wil grenzen verkennen en blokkades doorbreken. Kritisch, wars van hypes, altijd op zoek naar wat wél werkt.


      • Adverteren
      • Redactieleden