Het middelbaar beroepsonderwijs is al bijna helemaal over op competentiegericht onderwijs. Bijna niemand is tevreden.
“Ik wil meer kennis”. Ze wil gewoon leren. Uit boeken. Met examens die toetsen wat ze heeft geleerd. Met docenten die haar kunnen bijscholen. Nu heeft de school van Esra Abdioglu (22), het regionaal opleidingscentrum (ROC) Zadkine in Rotterdam, het competentiegericht onderwijs ingevoerd. Ze is derdejaarsleerling directiesecretaresse. “Als je mij vraagt wat ik leer, is dat niet veel. Niets eigenlijk”.

Het competentiegericht onderwijs (cgo) is een onderwijsvernieuwing die al jaren onder vuur ligt. Begin dit jaar kondigde staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) aan dat de verplichte invoering ervan in het middelbaar beroepsonderwijs zou worden uitgesteld, tot 2011. Dat was al het tweede uitstel. Nu heeft de Tweede Kamer het onderwerp controversieel verklaard. Weer uitstel. Afstel is overigens niet zo reëel – 90 procent van de mbo-opleidingen heeft het cgo al ingevoerd.

Alom is het besef dat de onderwijsvernieuwing stokt. Van Bijsterveldt roept per 1 april een klachtenlijn in het leven, de MBO Ombudslijn. Mbo-bestuurders en bedrijfsleven hebben besloten de inhoud van het onderwijs weer zelf te bepalen. Tot nog toe bepaalden kenniscentra wat de leerlingen moesten kennen en kunnen.
Waarom roept het competentiegericht onderwijs zulke hevige reacties op?
Esra legt uit waarom de vernieuwing volgens haar niet deugt. Haar leraren zijn niet goed voorbereid en ze leert de verkeerde dingen. Dingen die je als directiesecretaresse hoort te kennen – een agenda beheren, telefoon opnemen – leren we hier niet. Notuleren leren we onvoldoende om het goed te beheersen, merkte ik op mijn stage.
Wel krijgt Esra een vak als burgerschap. Nutteloos, vindt ze. Over politiek en meningsvorming en zo. Het is veel te makkelijk. Ik haal alleen maar negens.

Wat wil ze dan? Ik wil dingen uit mijn hoofd leren. Ik heb liever dat ik iets uit boeken leer, met eisen die vastliggen. Ik wil meer kennis. Een schriftelijk examen met theorie. Extra instructie.

Het competentiegericht onderwijs moet een combinatie bieden van kennis, vaardigheden en beroepshouding. Deze elementen worden samen competenties genoemd. Een directiesecretaresse wordt getoetst op grammatica (kennis), notuleren (vaardigheid) en integriteit (beroepshouding). De lijst met te toetsen onderwerpen per opleiding, het kwalificatiedossier, is zo dik dat docenten klagen dat ze de competenties meer aan het afvinken zijn dan dat ze hun leerlingen echt iets bijbrengen. Ook zeggen docenten dat ze te snel nieuwe versies van die kwalificatiedossiers krijgen.
Zoals Marianne Kos, die onder meer burgerschapsvakken doceert aan het ROC Midden Nederland: Een bijna onmogelijke opgave.

Inhoudelijk is ze blij met het cgo, maar sinds de introductie in 2007 heeft ze ieder jaar te maken met een nieuw kwalificatiedossier. Dat betekent dat we al driemaal een nieuw curriculum hebben moeten schrijven, zegt Kos. Eigenlijk werk ik 24 uur, maar ik kan slechts 4 uur per week lesgeven, omdat ik voortdurend bezig ben met het schrijven van dossiers. Ze wijst erop dat alle opleidingen samenwerken met bedrijven waar de mboers stage lopen. Die moeten op hun beurt ook op de hoogte worden gebracht van de veranderde eisen. Kos zou haar directeur willen voorstellen komend jaar burgerlijk ongehoorzaam te zijn. Nu eens een keer níét meegaan met een verandering. Niet meegaan zou wel betekenen dat de financiering wordt stopgezet.

Esra heeft geprobeerd haar beklag te doen bij het ministerie van Onderwijs, tot dusver zonder resultaat. Ze is somber over haar verdere opleiding. Eerst droomde ik ervan om naar het hbo te gaan. Op mijn eerdere opleiding, tot secretaresse op niveau 2, ging het heel goed. Maar door dit gedoe met het cgo zie ik het niet meer zitten. Voor mij hoeft het niet meer.

Het MBO heeft het hard te verduren. Zie ook de columns van Heertje. Telkens komt hetzelfde patroon naar voren: Te grootschalig, te veel managers en staf, te weinig aandacht voor de leerling, te veel bureaucratie, te veel uitval en dan natuurlijk nog het gedoe met competentiegericht onderwijs. Verweer vanuit de ROC’s is er ook; zie bijvoorbeeld ‘Marcouch had op een aantal punten best gelijk’ in de Volkskrant, 26-03-2010

Zembla verschaft een inkijkje.

De remedie: Ontvlechten van de fusies, terug naar kleinschalige organisaties waar de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken bij de docenten en locale directie ligt. Daar zijn nog genoeg voorbeelden van. Een alternatief voor het ontvlechten is het zogenoemde ‘Klein binnen groot’ model. Dat vraagt wel een bepaalde manier van besturen vanuit de top. De bestuurlijke wijsheid hiertoe is echter dun gezaaid.

De rubriek ACTUEEL informeert u over recent verschenen berichten in andere media. Bij elke bijdrage vermelden wij de oorspronkelijke bron.
Bronnen: Marieke van Twillert, Derk Walters, NRC 19-03-2010, en Zembla, 21-03-2010.