De term brainstormen is onverbrekelijk verbonden met het fenomeen creativiteit maar heeft van oorsprong net zoveel met creatief denken te maken als een loterij met liefdadigheid. Er is hooguit sprake van een indirect verband, een afgeleide van het hoofddoel winst maken.

De techniek van het brainstormen werd in de jaren ”30 bedacht door de Amerikaanse reclamepionier Osborn die een heel ander doel voor ogen had dan het bevorderen van de creativiteit door een groepje mensen kritiekloos ideeën te laten ventileren en associaties te verzinnen (hoe meer hoe beter), om pas achteraf in de brij te speuren naar iets geniaals. Zijn oogmerk was efficiënter te komen tot nieuwe ideevorming en daarvoor is brainstormen naar mijn mening nog altijd heel geschikt. Om de creativiteit te verbeteren is brainstormen niet uitgevonden en in zijn klassieke vorm eigenlijk ook niet geschikt.

Dat heeft alles te maken met de manier waarop wij onze hersenhelften plegen te gebruiken. De rechter hersenhelft is verantwoordelijk voor ideeën die nog niet eerder bedacht of bekend zijn en die we daarom creatief noemen (eureka!). De linker hersenhelft levert stof tot reflecteren en verstandelijk redeneren. De linkse hersencellen kunnen niet omgaan met iets dat ze nog niet kennen. Dat wil niet zeggen dat ze niet inventief kunnen zijn. Verreweg de meeste oplossingen voor de problemen waar organisaties voor kunnen komen te staan worden opgelost door bestaande kennis op een andere manier dan voorheen te combineren of toe te passen. Maar voor een innovatieve gedachte is de linker hersenhelft afhankelijk van impulsen uit de rechterhelft

Voor de dominantie van ‘links denken’ is een verklaring. Het doel van organisaties is continuïteit en winstmaximalisatie. Dat wordt bereikt door met zo weinig mogelijk menselijke energie en out-of-pocket kosten zo veel mogelijk te presteren en te ‘verkopen’. Efficiency- en prestatieverbetering bestaan in talloos vele creatieve varianten, maar de kern van het proces is altijd verandering met behoud van het bestaande systeem. ‘Denken met rechts’ heeft daarentegen als doel het bestaande systeem te vervangen door een beter.

Steeds meer managers beginnen te beseffen dat efficiencyverbetering met behoud van hun bestaande managementsystematiek haar grenzen heeft bereikt. De rek is er uit. De kritische grens voor alle gangbare oplossingen is wel zo’n beetje bereikt. Bovendien dienen zich problemen aan die van een hogere orde zijn. Vaak zijn dat problemen die uit vroegere oplossingen zijn ontstaan. De kredietcrisis die de financiële wereld schijnbaar uit het niets in de loop van 2008 in zijn greep heeft gekregen is daar een treffend voorbeeld van. The sky leek de limit maar toen bleken riskante hypotheken in Amerika een reëel risico te zijn en ontstond er een sneeuwbaleffect waarbij vergeleken het record domino (4,3 miljoen) peanuts is. Regeringen interveniëren door miljarden in de plotseling uit het lood geslagen banken en verzekeraars te pompen. Veel experts voorspellen echter dat zulke instrumenten niet meer zullen blijken te werken (Z24.nl en andere business sites). Soortgelijke geluiden klinken al een tijdje in de managementliteratuur door (Danah Zohar, Daniel Pink). Er zijn oplossingen nodig die nog niet bestaan, oplossingen die zonder de rechter hersenhelft niet denkbaar zijn. Anders gezegd: de oplossing moet komen van rechts.

In complexe situaties heb ik als brainstormcoach goede resultaten bereikt door voor het begin van brainstormsessies de balans tussen linker en rechter hersenhelft bij de deelnemers weer in evenwicht te brengen (een soort neuroaerobics). Daardoor neemt het eigen vermogen tot originele gedachtevorming toe en ook de motivatie om de ideeën van anderen aan te horen en samen uit te broeden. Ik ben benieuwd naar de mening en ervaringen van anderen die zich voor dit managementthema interesseren.

Deze column werd ingezonden door Johannes Veerenhuis-Lens. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›