Minister Donner heeft zijn moment in komkommertijd voortreffelijk gekozen. Alhoewel het kabinet pas na het zomerreces uitgebreid gaat reageren op voorstellen van de commissie Bakker over de verhoging van de arbeidsparticipatie, neemt Donner een voorschot op die discussies. Geen concreet voorstel, maar een idee, een opvatting. Niet doorwerken tot 65 of 67 jaar…kom maar op, zegt Donner…naar de 70! In 2040. Je kunt veel van hem zeggen maar Donner heeft een visie.

Donner neemt senioren serieus

Door dit ene idee te lanceren, prikkelt Donner tot stellingname. Hij opent vanuit het politieke midden de discussie-in-de-breedte over langer doorwerken.De senior, de 55-plusser gaat steeds meer serieus genomen worden in de media en de politiek, als fundamentele categorie in de beroepsbevolking met een hoge toegevoegde waarde. Senioren worden dominant en zullen dat tot diep in deze eeuw blijven. Als werknemers. En als klanten, als burgers, als consumenten, als stemmers.

Nu neemt de categorie senioren zichzelf in de praktijk gelukkig al langer serieus. Door graag bereid te zijn om langer door te werken. En door feitelijk ook betaald werk te accepteren zodra het kan. Naast de levensverwachting neemt ook de arbeidsparticipatie gestaag toe. CBS liet het zien. Tussen 2003 en 2006 steeg het aantal 55-plussers met betaald werk van 43 naar 46 %. De participatie van vrouwen stijgt zelfs sneller dan van mannen.  De bereidheid om langer door te werken neemt ook flink toe. 34 % wil doorwerken tot 65 jaar. Twee jaar geleden was dat 21 %.Maar…niet teveel uren, niet te hard of te snel en wel betaald. De senior wordt waardevol.

Wie de senior heeft, heeft de toekomst

In eerdere columns ( “Vergrijzing ? Aardverschuiving in de agenda van HR ! “) pleitte ik er voor om met een nieuwe blik naar de kansen van en met senioren te kijken. Meer energie, tijd en geld investeren in de loopbaanontwikkeling en de permanente educatie van de generatie 3.0 ( 50 – 65 jarigen ) zou wel eens lucratiever kunnen uitpakken dan de huidige investeringen in de traineeships voor de schoolverlaters, de generatie 1.0 , de 20 – 35 – jarigen. Ooit eens een return-on-investment-rekensom gemaakt of gezien van traineeships?

En? Goede investeringen in de traineeships voor de ‘doei’-generatie vol met ‘job-hoppers’en ‘carriere-nomaden ‘?  Laat de schoolverlaters van generatie 1.0 eerst hun eigen evenwicht vinden en besteedt een deel van de budgetten voor traineeships aan gemotiveerde senioren, de loyale en betrouwbare blijvers,
de ‘willers ‘.

Ruimte voor generatie 3.0

In de ontwikkeling naar langer doorwerken zijn er naar mijn idee 2 punten waarop we nieuwe ontwikkelingen gaan zien.

Het eerste punt zijn organisaties die leeftijdsbeleid en structurele investeringen in opleiding en ontwikkeling van de generatie 3.0 ( 50 – 65 – jarigen ) neer gaan zetten als strategische HR-uitdaging met unieke businessopportunities. Het zijn immers niet alleen de werknemers waarvan nu al 1 op 3 ouder is dan 50 jaar maar ook  klanten. Eerste voorbeelden ? Call-centra met 50-plussers voor 50-plussers. Seniore accountmanagers voor seniore klanten.Spijkerbroekenwinkel met afdeling voor senioren. Technische bedrijven die hun gepensioneerden parttime inhuren.

Investeren in 50-plussers als werknemers en als klanten wordt een blijvend issue.

Dat hangt samen met het tweede punt: verandering in de beeldvorming die zich aan het voltrekken is bij senioren zélf. Senioren willen géén senior genoemd worden en 55-plussers willen niet worden aangesproken als 55-plussers. Daar kunnen marketeers hun tanden op stuk bijten. Grijsaards vinden zichzelf niet grijs. Dat zelfbeeld was: “Ha bejaarde, ha ouwe lul, ga eens uit de weg “. Badinerend en beschamend. Dat beeld is geworden : “Ik heb het drukker dan ooit, met mijn hobbies, bijbanen en mijn kleinkinderopvang “. Nog steeds een beetje krampachtig en defensief.

En dat beeld gaat worden : “Kom maar op…naar de 70 ! “ . Als de opkomende generatie 3.0 die zijn eigen ( werk – ) agenda maakt en die meer wil dan alleen maar weg met de caravan of een stedentrip. Donner heeft dat als minister met de visionaire taak om af en toe over de grenzen van de kabinetsperiode heen te kijken, goed aangevoeld.

 Cees Reincke

c.reincke@hotmail.com                                                          Rotterdam, 30 juli 2008

Deze column werd ingezonden door Cees Reincke. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›