De discussie rond het verhogen van de AOW-leeftijd wakkert veel andere discussies aan. Het aan het werk krijgen van 60-plussers, het omgaan met ‘zware beroepen’, de behoefte van 55plussers zelf om langer door te werken, het al of niet productiever c.q. duurder zijn van oudere medewerkers. Naar mijn mening leiden deze discussies de aandacht af van waar het werkelijk om draait: zorgen voor plezier in het werk en productieve bijdrage van alle medewerkers in de tweede helft van hun loopbaan.

Jan Tromp is 57 jaar. Hij werkt als buitenmedewerker in een onderzoekscentrum. Zijn baan is de afgelopen jaren steeds meer uitgekleed: zijn belangrijkste taken zijn steeds verder weggevallen en vervangen door beheers- en onderhoudsklusjes die óók moeten gebeuren, maar eigenlijk niets meer te maken hebben met zijn oorspronkelijke werk. Op een goede dag komt hij – gestuurd door zijn leidinggevende – op gesprek bij ons bureau. Hij is boos, teleurgesteld, gedemotiveerd en ziet als een berg op tegen het naderende ontslag. Komt hij nog aan het werk, en wat kan hij eigenlijk nog méér?

Het arbeidszaam leven wordt weer langzaam maar zeker opgerekt. Een moment van herbezinning op het werk is daarom nodig, voor alle mensen. Niet op het moment dat zij de zestig naderen, en merken dat zij minder welkom zijn in hun organisatie. Niet op het moment dat hun baan op de tocht blijkt te staan. Ook niet op het moment dat het lichaam het begeeft – vanwege burn-out of fysieke overbelasting.…