Hoeveel verandering kan een mens aan? Die vraag kwam bij mij op bij het overpeinzen van de angstinboezemende boektitel Change or die (auteur: Deutschman). Al eeuwen moeten wij allen veranderen om aan de eisen van morgen te kunnen voldoen. We noemen dat vooruitgang maar het verandertempo accelereert zorgwekkend. In ontwikkelingskringen wordt aan veranderen graag de connotatie geknoopt dat het meer leuk dan eng is, al kost het regelmatig iemand zijn baan. Maar nu worden we dus met uitsterven bedreigd als we niet meedoen. Vanwaar die bedreigende taal? Vanwaar al die verandertrainingen? Is onze onwil zó groot en moet die weerstand met alle macht worden gebroken? Een vraagstuk om bij stil te staan. Klaarblijkelijk is in onze menselijke genen een weerstand ingebouwd die onze visionaire, veranderingsgezinde leiders niet past. Zien zij iets dat wij, simpele volgelingen, niet zien? Deutschman haalde er Freud bij die betoogde dat onze kromme geest neigt om waarheden te verdoezelen. Zo komen we er natuurlijk nooit; we zullen mee, dus veranderen.

Het is maar weinigen gegeven om de einddoelen van veranderingen ter discussie te stellen. Dat is spijtig, want de meeste doelen zijn best discutabel en leiders neigen aan de noodzakelijke offers voorbij te gaan. Als weerstand tegen verandering nou eens geen collectieve weeffout van de natuur is, maar een gezond afweermechanisme? Als leiders onvoldoende afweging van doel en middelen maken, moeten volgelingen zulke leiders dan niet afremmen? Mijn eigen bedrijf levert indrukwekkende media om mensen in organisaties effectief en plezierig te leren veranderen, maar enkele instructieve films om overmatige verandering tégen te gaan zouden in onze collectie niet misstaan. Hier schrijft niet een oudere die de vooruitgang niet kan bijbenen, ik vraag slechts aandacht voor een verwaarloosd aspect: Zijn al die nieuwe doelen echt essentieel? Wordt voldoende tijd ingeruimd om die doelen te bereiken? Mag zoveel organisatieverandering van de betrokkenen worden afgedwongen? Zijn die veranderingen juist ingeschat en worden deze adequaat begeleid? Hoe veel schade lijden medewerkers die onvoldoende kunnen meeveranderen? Als antwoorden op deze vragen uitblijven wordt het tijd om zulke veranderingen af te remmen of te herbezien en de organisatieblinde visionaire leiders zelf te doen veranderen, namelijk tot het maken van haalbaarder plannen. Veranderen voor anderen, dus. De uitdrukking ‘Structure follows strategy’ suggereerde nimmer dat organisaties als kuddes makke schapen strategische koerswijzigingen volgen. Het geeft slechts de prioriteit aan in veranderingstrajecten die ondernemingen doorlopen. En als ‘structure’ niet zo gewillig verandert, moet daar bij de keuze van ‘strategy’ toch rekening mee worden houden. Voor menige organisatie levert een op-één-na-beste, namelijk haalbare, strategie uiteindelijk meer op. Managers en medewerkers beseffen best de noodzaak tot veranderen. Maar veranderen zonder de menselijke maat in acht te nemen vraagt toch om verandering van sommige anderen.

Deze column werd ingezonden door Eddy Scheffer. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›