Was will das Weib? Triest voor Sigmund Freud, maar hij heeft nooit het antwoord gevonden op dezee vraag. Dertig jaar vorsen ten spijt; aan het einde van zijn leven had hij geen enkel noemenswaardig zicht op de drijfveren van de vrouw. Je kunt het hen natuurlijk gewoon vragen. Psychoanalytisch is dit weinig baanbrekend. Maar goed, het zou een leuke optie zijn geweest. Voor zover we weten, vroeg hij het één keer. Aan prinses Marie Bonaparte. Een bevredigend antwoord hij heeft er desondanks bij leven en welzijn niet op gekregen. Het is dan ook een grote vraag.

In 2008 heeft Sigmund vanuit Gene Zijde kunnen zien dat een aantal hoger opgeleide, succesvolle vrouwen een poging waagde om het antwoord te formuleren. De vraag wordt nu niet gesteld áán een prinses, maar beantwoord in het bijzijn ván een prinses. Onder wakend oog van Máxima Zorreguieta, presenteerden de dames onder de geuzennaam TopBrainstorm een overeenkomst waarin overheid en bedrijfsleven beloven meer vrouwen boven in de boom te krijgen.

Als bekende bovenbazin mengt ook Neelie Kroes zich in het feest- en strijdgewoel. Zij vraagt zich af hoe het toch kan dat ‘zelfs in India, het land waar meer dan de helft van de meisjes en vrouwen niet kan lezen en schrijven, het aandeel vrouwen in senior managementposities groter is dan in Nederland’. Een jaar later lijkt haar vraag niet naar tevredenheid beantwoord. “Wat zou er gebeurd zijn als de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers & Sisters geheten had?”, vraagt mevrouw Kroes zich wederom in een interview nieuwsgierig af. Inmiddels retorisch, want een sluitend antwoord komt er nooit.

Een duidelijk waarneembaar verschil zou in ieder geval terug te vinden zijn op de portretten die Lehman’s boardroom sieren. Althans, ik stel mij zo voor dat die de wanden opsmukken in de bestuurskamer van de broertjes Lehman. In ieder geval zullen er minder hoekige kaaklijnen te zien zijn. Ook zullen minder donkere borstels boven diepliggende ogen het beeld sieren. En ik vermoed dat ook hier en daar de haargrenzen op de portretten wat minder zullen terugdeinzen. Wat testosteron allemaal niet met een mens doet. Maar gelukkig er is niet alleen sprake van fysieke narigheid. Heel vaak vinden vrouwen die onbehouwen trekken namelijk best aantrekkelijk en hoewel je van te veel testosteron op het sociale vlak wat ongelikt wordt, levert het daarentegen veel voordeel in de wedren op menig werk- en beursvloer. Het verschaft de eigenaar van het chemisch goedje een behoorlijke dosis zelfvertrouwen en voldoende volhardendheid om eindstrepen te halen. Sterker: bazen en ondernemers hebben meer testosteron aan boord dan hun sexegenoten wier naam prijkt op een loonlijst. Mannenleiders hebben meer testosteron dan mannenvolgers. En, het moet niet gekker worden, uit onderzoek blijkt dat het effect ook omgekeerd werkt: meer succes betekent ook weer meer testosteron.

Voor een ander onderzoek leverden MBA-studenten aan de Universiteit van Chicago hun speeksel. Daaruit bleek dat mannen met een hoger testosterongehalte makkelijker kiezen voor een Blitzcarrière in de financiële wereld. Grappig is dat dit ook geldt voor de dames in de speekseltoetsgroep en dat mannen en vrouwen met het zelfde testosterongehalte vergelijkbare risico’s nemen. Je zou kunnen stellen dat de brokkenmakers aan de top lopende testosteronvaten zijn. Bovenbazinnen nemen door hun hogere testosterongehalte weliswaar meer risico’s dan hun zusters op de werkvloer, maar altijd nog stukken minder dan de bovenbazen van vergelijkbaar echelon. In die zin is het dan ook een deel van het antwoord op de vraag van Neelie: minder spaanders bij het hakken.

Dat testosteron invloed heeft op risico, heeft alles te maken met schaarste. Als je ergens weinig van hebt, ben je er over het algemeen wat zuiniger op. Als vrouwen met hun vruchtbare leven aanvangen, hebben ze zo’n 500 eitjes aan boord. Vergelijk dit met bijvoorbeeld de paashaas die weet dat hij 40 maal tijdens het Paasfeest op pad moet en derhalve met enige terughoudendheid de eieren moet verdelen. Mannen kennen daarentegen nagenoeg geen beperking op hun voorraad. Dagelijks wordt tot ver na de VUT leeftijd voorzien in nieuw strooigoed. Waarom zuinig doen als je de voorraad toch nooit op krijgt? Ruim zestig jaar carnaval en voldoende confetti om het feest met flink wat luister bij te zetten.

Een leuk vicieus verband dat testosteron heeft, is de verbinding met het aanwakkeren van de concurrentiestrijd. Als de concurrent weer eens wordt verslagen, neemt het testosteron gehalte toe. Wat vervolgens weer noopt tot het verslaan van meer concurrenten. Tot meneer overloopt van de geprikkelde zinnen en de verbinding met de realiteit totaal is kwijtgeraakt. Bij vrouwen werkt dit proces ook zo, maar omdat ze bij de start als paashaas op achterstand staan in verhouding tot de praalwagen, is het risico nog wel te overzien. Zuinig zijn op de eitjes levert bedrijfmatig aantoonbaar meer op dan je confetti laten vertrappen in met verschaalde bier gevulde goten. Uit menig onderzoek blijkt dat, zelfs tijdens de onverkwikkelijke crisis, bedrijven waar meer vrouwen op het glazen plafond vertoeven, de resultaten beter zijn.

Of het voorgaande een sluitend antwoord is op de grote vraag van Sigmund Freud valt te betwijfelen, maar één ding is zeker: wanneer Pasen en Carnaval op één dag vallen, ziet de wereld er beter uit.

Deze column werd ingezonden door Wilco van Gelderen. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›