De sturing van ICT-projecten is vanuit het klassieke gedachtegoed zeer eenzijdig gericht op techniek, budget en tijd. Overschrijding van tijdlijn en/of budget wordt in de media opgevolgd met schreeuwende koppen zoals ‘Veel ICT-projecten mislukken’ zonder al teveel nuancering. Deze door de tijd ingehaalde klassieke benadering vraagt om een flinke bijstelling. Het tot stand komen van de doorlooptijd (planning) en beoordelen van het projectresultaat zijn namelijk erg discutabel.

Doorlooptijd
Vaak bepaalt het hogere management de doorlooptijd van een ICT-project door het vaststellen van een opleverdatum voor de te bouwen ICT-oplossing. De opleverdatum minus de actuele datum is dan de maximale doorlooptijdtijd van het project. De nieuwe ICT-oplossing zorgt echter vaak voor veranderingen in de werkinhoud en samenwerking tussen mensen in en buiten de eigen organisatie. Werkinhoud en samenwerking veranderen als gevolg van bijvoorbeeld het invoeren van een (nieuw) ERP-systeem. ERP staat voor Enterprise Resource Planning en zorgt voor integratie van processen over afdelingen heen. Het in laten slijten van deze veranderingen – ook wel ‘inslijtpijn’ genoemd – kost leertijd. Deze leertijd kan zelfs meer tijd kosten dan de tijd die nodig is voor het ontwikkelen en bouwen van de ICT-oplossing. Omdat de eenzijdige op techniek gebaseerde doorlooptijd hier geen rekening mee houdt, staat het ICT-project al meteen vanaf het begin onder grote druk. Een vergelijking met ons eigen leertraject in het onderwijs is hier te maken. Iemand in één jaar van bijvoorbeeld 2 naar 5 Atheneum laten doorstromen is erg ambitieus maar weinig realistisch. De slaagkans hiervan is bijzonder klein. Waarom negeert het hogere management (nog steeds) dat technologieveranderingen leiden tot veranderingen in de werkinhoud van en samenwerking tussen mensen? Waarom krijgen deze eenzijdige, op het bouwen van de techniek gebaseerde planningen, een soort ‘heilige’ status binnen een ICT-project?

Resultaat
Als het resultaat van een ICT-project zorgt voor flinke verbetering in de bedrijfsvoering of bijdraagt aan het vergroten van de omzet en/of marges, is het dan terecht om te spreken van een mislukt project bij het (beperkt) overschrijden van de planning en/of het budget? Deze klassieke benadering over het al dan niet slagen van projecten leidt tot teveel hokjesgeest en stemmingmakerij, waardoor projecten een doel op zich lijken in plaats van een middel om bij te dragen aan het organisatiedoel. De projectmanager wil van zijn project af, want tijd en budget zijn immers op. Gevolg is dat projecten vaak half afgemaakt worden opgeleverd of snel worden afgeraffeld. Gebruikers en beheerders hebben dan te maken met een haperende ICT-oplossing en een flinke nazorginspanning om dit weer gerepareerd te krijgen. In plaats van planning en budget vormen andere criteria een veel betere basis voor het beoordelen van het projectresultaat en het beoordelen van de prestatie van de projectmanager. Deze criteria zijn bijvoorbeeld:
- Is het projectresultaat een verbetering?
- Past het projectresultaat bij het organisatiedoel?
- Sluit het projectresultaat aan bij de verwachting?
- Is de nazorginspanning van het projectresultaat beperkt geweest?

Een andere beoordeling van het projectresultaat zorgt voor een betere borging en absorptie van het resultaat van een ICT-project. Nazorginspanningen zijn dan kleiner en de investering van het ICT-project kan dan sneller worden terugverdiend.

Deze column werd ingezonden door Leon Dohmen. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›