Geert Mak jaagt in ons land een discussie aan die de moeite waard is. De besturing van organisaties, zo stelt Mak, heeft inmiddels veel weg van de nadagen van de VOC. Steeds meer macht bij beunhazen die over de échte gang van zaken in hun organisaties nog maar weinig weten. Ze stellen daarvoor onderbetaalde anderen aan. Zelf gunnen zij zich exorbitant hoge salarissen. En dat terwijl de medewerkers zich nauwelijks meer betrokken voelen bij hun werk. Hun bazen, de beunhazen, zien toch niet wat ze doen, simpelweg omdat ze het verschil niet kennen tussen goed en slecht geleverde arbeid. De verloedering van organisaties ligt zo om de hoek en is in een aantal gevallen een feit geworden. Met enkele knallende schandalen als gevolg. Denk aan Ahold maar ook mislukte fusies in het onderwijs of rampzalige toestanden in verpleeghuizen. Steeds weer blijkt dat de koppeling tussen de bestuurlijke en uitvoerende laag fors te kort schiet.

De vraag is nu hoe het tij gekeerd kan worden, voordat het springtij is geworden. Welke innovaties in de besturing zijn nodig? Het antwoord is simpel: geef aan de uitvoerenden verantwoordelijkheid én de bijpassende middelen om hun werk goed te kunnen doen. Kap in het management dat de uitvoerenden niet werkelijk ondersteunt. Stel liever zelfsturende uitvoerende teams in, met mensen die lol hebben in hun werk. Succesvolle leiders zie je dat doen. Netwerken van zelfstandige kleinere units die hun taak serieus nemen en hun vak verstaan werken dan samen aan gemeenschappelijke projecten. Het ambachtelijke bedrijf doet dat al steeds meer door met ‘zelfstandige ondernemers zonder personeel’ samen te werken aan een klus. Ook in de professionele wereld zijn we daar al aan gewend geraakt. Netwerken van freelancers onderling gekoppeld door de ICT mogelijkheden van vandaag. Heel vaak afkomstig uit grote logge bureaucratieën zoals de ‘big four accountantsmaatschappijen’ . En zeer tevreden nu zelf hun beleid te kunnen kiezen en de uitvoering te verzorgen..

Deze receptuur werd al jaren goed begrepen in het moderne midden- en kleinbedrijf. Daar zitten de ‘silent champions’ met passie voor hun klanten. Het is dan ook niet verrassend dat dáár ook de meeste innovaties vandaan komen. Ze snappen dat echte innovaties voor 90 % via hun klanten binnenkomen. Ze nemen klantwensen en -verwachtingen serieus. Er bestaat een wij-cultuur in plaats van een wij/zij cultuur van managers en uitvoerenden. Kijk bijvoorbeeld naar een middelgrote tuinarchitektuuronderneminng met 50 personeelsleden. De directeur doet de creatieve ontwerpkant en de verkoop . Hij heeft dagelijks contact met een viertal uitvoerende teams. Elk team staat onder leiding van een meewerkend voorman. Die realiseren en improviseren rondom het overeengekomen ontwerp. De onderneming gonst van de positieve energie en is in een voortdurende grensverleggende stroom van innovatieve ideen actief. Een typische wij-samen cultuur.

Bestuurlijk innoveren is vooral dit type kleinschaligheid, ook binnen grotere verbanden, terugbrengen. De netwerktheorie biedt daar voldoende perspectief voor. Het betekent verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden weer naar de uitvoerende processen brengen. De basisscholen zijn een dramatisch voorbeeld hoe dit nu juist in een tiental jaren de nek is omgedraaid . Bovenschoolse directeuren , zich zelf soms ook al Raad van Bestuur noemend , sturen in veel gevallen al meer dan 10 basisscholen aan. Daar is men afhankelijk geworden van een management en bestuur op grote afstand, Tien jaar geleden had men nog directe zeggenschap onder toezicht van een lokaal bestuur van ouders. Waar is die invloedrijke schoolleider gebleven die in een ‘wijcultuur’ haar school als een mini-onderneming dreef in goed contact met de klanten/ouders van de kinderen.

In sommige gevallen afhankelijke van de sector betekent dit dus zelfs weer defusioneren zoals bijvoorbeeld ook in het middelbaar onderwijs nodig is. We zien identieke negatieve bewegingen in sommige gemeentelijke fusies, eufemistisch herindelingen genoemd. Burgers op afstand gezet worden steeds meer gestuurd door de ambtelijke bureaucratie ipv door hun zelf nog gekende en gekozen raad . Vergelijk dat eens met de bottom-up democratie in een super ontwikkeld land als zwitserland , waar men grossiert in juist heel kleine gemeentes met nauwelijks ambtenaren, effectief gestuurd door de bewoners zelf.
Als we die bestuurlijke innovatie uitdaging niet serieus oppakken raken we steeds verder verstrikt in coordinatie en managementvraagstukken op steeds grotere afstand van de uitvoeringsprocessen. We zijn dan weer terug bij wat Geert Mak beweert.

Willem Vrakking ,
Vennoot Holland Consulting Group , hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam

Deze column werd ingezonden door Willem Vrakking. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›