Een op hol geslagen financiële wereld; ruim baan voor graaierij en grootheidswaanzin. Als je niet meegraait ben je een ‘loser’. Zware economische klappen ….

In Nederland worden deze gebeurtenissen verbazingwekkend goed gedocumenteerd. Er is een fraaie reeks boeken verschenen waarin  indringend wordt beschreven hoe bestuurders de zakken vullen. Een paar titels: De vastgoed fraude: Miljoenenzwendel aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven. Bankroet: Hoe bankiers ons in de crisis stortten. Het drama Ahold. De uitverkoop van Nederland. Bonus: Waarom bankiers de grootste winnaars zijn van deze crisis. Opkomst en ondergang van DSB De Prooi. De Geldpers (over de plundering van het krantenconcern PCM).

Daarnaast worden we nog dagelijks in de media geinformeerd over andere schandalen: Easy Life, de wereld van de tussenpersonen, instellingen als Philadelphia, Mea Vita. Het houdt niet op.

Wat is het effect? Krijgen we een ander type bestuurders. Treedt dit type topmensen terug. Zijn er serieuze tekenen van bezinning bij bestuurders en raden van toezicht en commissarissen. Ik merk er weinig van; ik signaleer meer een houding van. ‘Laat maar uitwaaien, Het wordt allemaal vreselijk overdreven. We moeten hier even doorheen’. En vervolgens? ‘Business as usual!’.

En hier zijn we bij de kern van alle ellende: Het gebrek aan zelfkritiek en zelfreflectie. Dit is voor mij de essentie in al deze boeken. Men raakt gevangen in het spel om poen en prestige. Er is geen bezinning op wat er aan de hand is. Er is geen benul van de vicieuze cirkels die men op gang brengt. En dat geldt volgens mij nog steeds: Er wordt niks van geleerd. De mechanismen, die graaierij en wanbestuur versterken, blijven intact, zoals:
- Het spel om de macht dat de meest brutalen voordeel verschaft.
- De groeiende afstand naar de volgende echelons waar wantrouwen en cynisme alle kans krijgen met als uitkomst  afnemende geloofwaardigheid van de top.
- Het zwakke functioneren van raden van toezicht en commissarissen die graag meespelen of gewoonweg niet weten wat er speelt. Ook vandaaruit tekortschietend tegenspel.
- De groepsdruk die tegenspraak in de topteams lamlegt met bestuurders die elkaar versterken in graaierei en grootheidswaanzin.

Men heeft deze mechanismen kennelijk niet door. Elke affaire in de aangehaalde boeken getuigt daarvan.  Integendeel onbekommerd draagt men er zelf aan bij. Bestuurlijke wijsheid ontbreekt. Heeft men geen weet van de arrogantie van de macht, de gevaren van ‘groupthink’ en ga zo maar door? Ik kan dat nauwelijks geloven; men wil het niet weten; men heeft er geen boodschap aan. Eigendunk en inhaligheid hebben bestuurlijk inzicht verdrongen; men verkeert in dromenland:
- ‘De arrogantie van de macht? Hier? Ik? Waar heb je het in hemelsnaam over!’
- ‘Omringd door ja-knikkers? Ben je gek, dit zijn prima mensen!’
- ‘Inhalig, produkten met een idiote marge? Kom nou; dat valt erg mee; we zitten  op de norm. Trouwens we moeten wel want de concurrent doet het ook!’

- ‘Te ver verwijderd van medewerker en klant? Welnee joh, de bedrijfsvoering is in goede handen. We kunnen ons hier niet met alles bemoeien; we hebben het druk zat.’

Is alle gevoel voor maat verdwenen? Is alle ratio ingekrompen tot de  roofridder-logica van: ‘Meer, meer, meer’ en ‘Wie niet voor mij is, is tegen’? In de vastgoed wereld kan ik mij dat nog enigszins voorstellen. Het wilde gespeculeer, de primitieve inhaligheid, de protserige snoeverij, het proleterig rondkarren in SUV’s en Maserati’s met een houding van ‘Wie doet mij wat!’ Er zullen altijd niches in de maatschappij zijn waar dit soort gedrag het goed doet. Zo goed zelfs dat de vermenging van onder- en bovenwereld veel kansen krijgt. Maar dat in andere economische gremia het maatcostuum en de krijtstreep symbolen zijn geworden van inhaligheid en bestuurlijk onbenul is andere koek.

Met dergelijk kortzichtig leiderschap redden we het niet meer. We weten donders goed wat er moet gebeuren om organisaties beter te doen functioneren. Deze kennis wordt veel te weinig aangewend. Geen wonder als het topteam met andere “zaken” bezig is. Gelukkig zijn er genoeg bestuurders die hun bedrijf of instelling wel op een goede manier managen. Deze tegenkrachten zijn ‘alive and kicking’ maar of ze het zullen winnen is de vraag. Niets gaat vanzelf. We hebben te maken met een fase in ons beschavingsproces waarvan de afloop onzeker is.

Elders heb ik de ontwikkeling van management vaardigheden beschreven als een historisch proces van bestuurlijke en organisatorische evolutie en civilisatie. We hebben een lange weg afgelegd. Ondanks alle recente uitingen van hebzucht, machtsdenken, onverschilligheid, arrogantie en holle retoriek, is de drijfkracht van poen en prestige in ons deel van de wereld vergeleken met vroegere tijden stevig getemperd. Ruwe uitbuiting desnoods met geweld, corruptie, kinderarbeid, monopolistische wurging van klant en leverancier zijn bij ons teruggedrongen. Dit proces van economische civilisatie is al eeuwen aan de gang. Maar het is nooit rechtlijnig en eenduidig. De krachten naar bedenkelijke vormen van economische exploitatie, wanbeheer en zakkenvullerij blijven altijd onder ons.

Deze column werd ingezonden door Willem Mastenbroek. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›