Hartelijk dank voor de reacties tot zover. Ik leid eruit af dat het vraagstuk dat aangesneden is hout snijdt voor...
Het Grote Verhaal - Double Healix over Leiderschap
In een serie van tien presentaties zal leiderschapstrainer en duurzaamheidadviseur Manfred van Doorn een samenhangend overzicht geven van de verschillende domeinen van het menselijk bewustzijn....
Vraagstuk
In dit artikel wil ik aandacht besteden aan een mijns inziens verwaarloosde kant van het onderwijsproces en wel de aandacht voor een levendige en voortdurende dialoog tussen docent en studenten. Ik zie vanuit mijn rol als lector aan een Hogeschool een verband tussen dit gebrek aan dialoog en de actuele problemen in onderwijsinstituten, zoals het behoud van motivatie en vitaliteit bij leerkrachten en studenten als ook de geringe aandacht voor persoonlijkheidsvorming van studenten in verhouding tot de overweldigende aandacht voor kennis gerichte leerstof programma’s. Deze vraagstukken kunnen in verband gezien worden met de door de Minister van Onderwijs Plasterk gevraagde aandacht voor professionele ruimte in Hogescholen.
Een zingevingvraagstuk.
Historie
George Steiner beschrijft in zijn boek Het oog van de meester (De Bezige Bij, 2004), dat het enige echte leerproces zich nog altijd afspeelt tussen meesters en leerlingen. De leerling moet een weg zoeken om aan de meester voorbij te komen. De meester leidt de leerling naar de bronnen.
Het klassikale onderwijs waar ik (geboren in 1947) vanaf de lagere school tot en met een groot deel van mijn sociologiestudie deel van uitmaakte, was een voortdurende uiteenzetting tussen leraar en leerling. Nog kunnen wij smakelijke anekdotes vertellen over de middelbare HBS leerkrachten die zich soms in onze ogen bijzonder vreemd in de klas gedroegen of hoogleraren die ons inschakelden om zelf helderheid te verkrijgen over een bepaald thema. Terugblikkend kun je zien dat het leren erg bepaald werd door hoe studenten en docenten zich tot elkaar verhielden en met elkaar omgingen.
Deze frontale manier van onderwijzen werd na de democratiseringsgolf van de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren als onjuist en achterhaald gezien. Kinderen en studenten moesten leren zelfstandig te werken en dit aan de hand van door de docent gegeven opdrachten. Docenten gingen in de weer met hun eigen leerstof, hun vakontwikkeling, ATV dagen en wat niet meer. Beiden, student en docent, eigenden zich een andere manier van werken toe. De docent werkte leerprogramma’s voor studenten uit, intelligente opdrachten met resultaat criteria en kwaliteit toetsen. De student bekwaamde zich in intelligent citeren uit internet en bibliotheekboek en het gestructureerd presenteren in woord en schrift. Studenten en docenten, overigens als zo velen die aan het werk zijn vandaag, landden in eigen processen waarin geïndividualiseerd en som&hellip
- Log in om het gehele artikel en de reacties te lezen
- Nog geen account? Wordt gratis lid.
