Er wordt gepleit voor een quotering: meer vrouwen aan de top – zie de Volkskrant, NRC, noem maar op. Ook is er tegengeluid middels het boek van Marike Stellinga. De biologische factor wordt meen ik wel eens genoemd, bij Stellinga, maar in vrijwel alle betogen is een biologisch verschil tussen man en vrouw TABOE. Alles is cultuur bij de voorstanders van meer vrouwen aan de top. Er mag wel gezegd worden dat vrouwen beter zijn in managen, in leidinggeven, multitasken, people’s management, ze schijnen ook ethischer te zijn (met vrouwen aan de top geen kredietcrisis, een aloude variant op vrouwen aan de macht: geen oorlog). Die verschillen mogen wel genoemd worden en worden ook als vaststaand beschouwd.

Culturele verschillen bestaan dan ineens niet meer, nee, de vrouw kan alles beter. Heel raar vind ik dat altijd: het debat begint met ‘mannen en vrouwen zijn gelijk, het doet er niet toe of je man of vrouw bent, dus er moeten meer vrouwen naar de top’. Snel daarna wordt het ALTIJD: vrouwen zijn beter in alles.

Wanneer er een paar dingen worden gevonden waarin vrouwen minder goed zijn – netwerken, ambitie om de top te bereiken- dan geldt dát immer als de schuld van de maatschappij, oftewel mannen.

Een natuurverschijnsel kennelijk. Ook ontbreekt elk bewijs dat vrouwen ‘van nature’ (dat woord wordt weggelaten in de betogen) betere managers zijn. Het wordt gewoon gesteld.

In de eenzijdige verslaggeving (trouwens ook niet in de argumenten van de tegenstanders van quota) over vrouwen aan de top is nooit ruimte voor het volgende:

Mensenmannetjes willen naar de top – vele mannen bereiken hem niet trouwens, dat wordt vaak vergeten! – omdat dat beloond wordt.
Hij mag met meer en/of betere vrouwtjes neuken – die zijn ook toeschietelijker naarmate zijn status hoger is. Vrouwen rekenen hem erop af, ze neuken niet of nauwelijks met een man die laag op de sociale ladder staat.

Mensenvrouwtjes hoeven niet zo nodig naar de top, omdat ze qua mannen nog altijd verder omhoog kijken, ook als ze rijk zijn of een goede baan hebben, zo zien we steeds. Zij wil een winner, geen loser. Voor haar is er dus geen beloning op relatiegebied, dus is ze minder gemotiveerd.

Een man gaat niet afzien van zijn jacht op status en carrière, als hij wordt afgestraft. Het is ook tegen zijn natuur, zijn testosteron – dat hem doet streven. Het testosteron dat vrouwen in mindere mate bezitten (vrouwen die nu aan de top staan hebben het vaak in hogere mate dan bijvoorbeeld de gemiddelde huisvrouw die die ambitie niet heeft – en waarom zou ze?).

Dit verklaart mijns inziens ook waarom sommige topvrouwen (of het treedje eronder) klagen dat het zo moeilijk is de top te bereiken… of dat ze ‘het gevoel hebben dat ze twee keer zo hard moeten werken dan mannen’

Ja hallo! Het is voor mannen ook moeilijk! De meesten zitten niet in oldboys-netwerken. Die moeten er ook wat voor doen! Vrouwen hebben nu eenmaal ook andere hormonen, die dat ambitieniveau tegengaan.

Wie per se meer vrouwen aan de top wenst, en dat ten koste van alles wil bereiken – die trend heerst nu meen ik – kan ik het volgende aanraden: een verplichte wekelijkse testosteroninjectie voor iedere Nederlandse vrouw. Het helpt, mensen worden er competitiever van, dat weten we van de experimenten met atletes uit de DDR.

Het is ook het enige dat echt zal werken.

Als we dan ook nog mannen verplicht met oestrogeen gaan injecteren en een baarmoeder implementeren, dan kunnen we het paradijs bereiken: volledige gelijkheid.

Ik ben heel serieus. Het is de enige manier.

Brave new world, we are coming.

Deze column werd ingezonden door Renzo Verwer. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›