Als verstandige mensen hebben we geleerd goed na te denken bij het nemen van een besluit. Bij een verandering van functie, de aanschaf van een nieuwe auto of de keuze van een school voor je kinderen, zijn we gewend de voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. De algemene opvatting is dat een bewuste weloverwogen beslissing tot het beste resultaat zal leiden. Maar is dat werkelijk zo?

Wanneer een auto met grote snelheid op je afkomt, denk je niet na, maar spring je in een reflex opzij. In minder urgente situaties zijn we denkende wezens. De gangbare opvatting is dat het bewustzijn ons verstandig en rationeel maakt, dat het de baas is in ons brein en dat het ons gedrag stuurt. Volgens Ap Dijksterhuis, hoogleraar psychologie aan de radboud Universiteit Nijmegen, plaatsen we het bewustzijn daarmee op een te hoog voetstuk. In zijn opvatting hobbelt het bewustzijn hopeloos achter de feiten aan en creëert het de illusie dat we ons gedrag en onze beslissingen bewust sturen. Op het moment zelf heb je geen besef van wat je doet. Achteraf komen we met een ‘goed bedacht’ verhaal of verklaring dat je gedrag rechtvaardigt of jezelf een goed gevoel geeft. Soms tegen beter weten in. In zijn boek Het slimme onbewuste (2007) laat Dijksterhuis zien dat niet het bewustzijn maar het onbewuste allesbepalend is voor ons gedrag, ons denken en onze gevoelens.

Leonardo da Vinci, een van de meest geniale personen die de wereld ooit gekend heeft, wist al dat je op je onbewuste moet vertrouwen bij het nemen van een moeilijke beslissing of het oplossen van een lastig probleem. ‘Het is een goed idee om zo nu en dan een probleem los te laten en je te ontspannen. Wanneer je er daarna weer opnieuw over nadenkt, is je oordeel beter, want continue nadenken over een probleem tast de kracht van je oordeel aan’, zei Da Vinci. Hij constateerde dat louter bewust nadenken niet goed is. Het is belangrijk om van tijd tot tijd je onbewuste in te schakelen. Door ergens ‘een nachtje over te slapen’ en het onbewuste zijn werk te laten doen, is het makkelijker een juiste keuze te maken.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof er geen onbewuste manier van denken bestaat. We kunnen ons nu eenmaal niet bewust zijn van onbewuste processen, daarom heten ze immers zo. Maar het is wat kort door de bocht om dan maar te doen alsof ze niet bestaan. Met het onbewuste worden processen bedoeld die plaatsvinden in je hersenen, maar waar je niets vanaf weet. Stel je hierbij een ijsberg voor. Het deel van de ijsberg dat je ziet, is je bewustzijn. Het bewustzijn vertegenwoordigt slechts eenzesde van je feitelijke mentale vermogen. Het deel onder water (de andere vijfzesde) is je onbewuste. Als we slechts oog hebben voor het zichtbare deel, gebruiken we slechts een fractie van ons werkelijke potentieel.

Betekent het voorgaande dat we maar niet meer bewust moeten nadenken? Ik denk niet dat we dat zouden kunnen. Het is moeilijk voor te stellen geen bewustzijn te hebben. We identificeren ons daarmee, het maakt ons tot wie we zijn. Als we ons daarbij realiseren dat we van het grootste deel van ons potentieel, het onbewuste, weinig of geen gebruik maken, is het een uitnodiging om daar je voordeel mee te doen. Bijvoorbeeld door af en toe de tijd nemen om je af te vragen wat je aan het doen bent, zonder te oordelen! Door te vertrouwen op je intuïtie of door ‘in te voelen’ of iets wel of niet klopt, en niet uit te gaan van het vertrouwde rationele denken. Stephen Covey, managementgoeroe, noemt dit ‘luisteren naar je innerlijke stem’.

Zeker in organisaties is de ratio nog de heersende moraal. Een uitspraak als ‘dat voelt goed’ is geen argument en wordt direct terzijde geschoven. Men verwacht argumenten die kunnen worden bediscussieerd en gewogen om vervolgens een verstandig besluit te kunnen nemen, denken we ….. Gevoelens en emoties zijn hierbij van ondergeschikt belang. Een gevoel is niet discutabel en niet te ontkennen. Juist bij belangrijke en complexe zaken spelen gevoelens en emoties een belangrijke rol. We ervaren het als knap lastig om die onder woorden te brengen, op het gevaar af dat ze ook nog eens niet serieus worden genomen.

Terug naar de beginvraag of een weloverwogen beslissing ook tot betere resultaten leidt. Bij eenvoudige vraagstukken waar weinig informatie voor nodig is, kunnen we volstaan met het topje van de ijsberg en verdient bewust nadenken de voorkeur. Als de hoeveelheid informatie toeneemt, neemt de kwaliteit van bewust nadenken echter snel af. De juiste beslissing heeft tijd nodig om te ‘rijpen’ in het onbewuste, als een appel aan een boom. Op het moment dat je niet meer bewust met het vraagstuk bezig bent, valt de juiste keuze of oplossing je spontaan in. Midden in de nacht ben je ineens klaar wakker en weet je ‘het’ of je staat onder de douche en ziet plots ‘het licht’. Geweldig toch!

Deze column werd ingezonden door Thomas Langemeijer. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›