We zitten in een slecht nieuws-hausse nu alle ontwikkelingen van de laatste maanden in de bedrijfscijfers en statistieken neerslaan en verwachtingen ook officieel naar beneden worden geschroefd. Kranten en televisie dissen crisisverhalen op als koningsdrama’s en griekse tragedies. Deprimerende infographics tonen allerlei dalende lijnen in full color. Vrienden en kennissen vertellen over onverkochte huizen, lege restaurants en dreigende ontslagen. Tijd om door de bomen het bos weer eens in ogenschouw te nemen en strategische lijnen te trekken, hoe voorlopig ook. Belangrijk is om de twee crises waar we mee te maken hebben te onderscheiden en ons niet te veel naar beneden te laten trekken door Amerika.

De oorzaak van de ellende

De ellende is allemaal begonnen in de Verenigde Staten. Daar hebben de burger, bedrijven en de overheid boven hun stand geleefd. Alleen door de bereidheid van de rest van de wereld om leningen en kapitaal te verstrekken aan de Amerikaanse economie heeft deze jaar op jaar groei laten zien. Deze economische groei heeft slechts bij een zeer kleine groep burgers tot vermogensgroei geleid. Bij de rest zijn de schulden opgelopen, slechts gedekt door kunstmatig opgeblazen huizenprijzen. Het begrotingstekort van de overheid is opgelopen door belastingverlagingen en oorlogen, en tegenover een groeiende staatsschuld staan dus geen zinvolle investeringen in infrastructuur, kennis en fondsen voor de vergrijzing.

Bedrijven in industriële sectoren als de auto-industrie hebben hun omzet op peil proberen te houden door 90% van hun klanten krediet te verlenen en daarbovenop nog eens duizenden dollars korting. Ondertussen hebben ze te weinig gedaan om hun groeiende technologische achterstand in te halen. Hun concurrentiepositie is door goudgerande CAO’s, afgesloten met de machtige vakbond UAW, volledig uitgehold. Het machtige GM, decennialang één van de grootste industriële bedrijven ter wereld boekte in 2007 een verlies van maar liefst $39 mrd. en in 2008 van opnieuw $31 mrd. Een industrieel tijdperk komt ten einde.

Bedrijven over de hele linie hebben hun balansen zwaar belast met schulden om overnames te doen of aandelen terug te kopen. Het hebben van een stevig eigen vermogen was ‘uit’. Meer dan de helft van alle schuld die de laatste paar jaar door bedrijven is aangegaan valt daarom in de ‘junk bond’ categorie (Bron: Economist 26 februari 2009).

Jaar op jaar zijn de ‘triple’ deficits: het tekort op de betalingsbalans, het begrotingstekort en het spaartekort gegroeid en zijn de bestedingen naar een kunstmatig hoog niveau opgeschroefd, dankzij het onbegrensde vertrouwen van kapitaalverschaffers en crediteuren in de rest van de wereld. Uiteindelijk is het kaartenhuis ineengestort en brak wereldwijd een Bankencrisis los rond de slechte hypotheken. De wortel zat dus in de VS, en banken in de hele wereld werden erdoor omgetrokken.

Het gevolg: twee crises

Zoals elke consultant probeer ik een ingewikkelde situatie graag tot een twee-bij-twee-matrix terug te brengen. Er zijn twee crises: Een Bankencrisis en een Recessie. De VS en de rest van de wereld worden niet in gelijke mate getroffen.

Bankencrisis Recessie
VS Krijg ik mijn geld terug? Kan ik mijn schulden afbetalen?
Rest van
de wereld
Krijg ik mijn geld terug? Wanneer ga ik weer geld uitgeven?

De VS: een dreigende neerwaartse spiraal en jarenlange krimp

De VS wordt zelf volop getroffen door de twee crises.

Enerzijds is daar de Bankencrisis. In essentie weten de banken en hun aandeelhouders en crediteuren niet of ze hun geld ooit terugkrijgen. De Banken moeten daarom grotere buffervermogens opbouwen, grote afschrijvingen doen, herstructureren en telkens oppoppende onzekerheid over giftige leningen bestrijden. Het gevolg is dat ze veel minder uitlenen en tegen hogere prijzen, terwijl de spaarders minder bereid zijn om geld ter beschikking te stellen en als ze dat doen, doen ze dat tegen hogere rentes. Daarom hangen de banken aan het infuus van de centrale bank. Dit zal nog enige jaren duren en daar moet de VS dus mee leven. We kunnen alleen maar hopen dat het vertrouwen in het systeem langzaam terugkomt, zodat de situatie niet erger wordt.

Anderzijds de Recessie. In essentie weten consumenten, bedrijven en zelfs de overheid niet of ze hun schulden ooit kunnen afbetalen. De VS staat diep in het krijt bij zijn interne crediteuren en bij de rest van de wereld.

In de laatste vijf jaar is een flink deel van de bestedingen in de VS op de pof geweest en dat belemmert nu een economisch herstel. Het besteedbaar inkomen is jarenlang kunstmatig verhoogd doordat gezinnen elk jaar nieuwe leningen aangingen, in de vorm van extra hypotheken, consumptieve kredieten en extra credit cards. Niets was voor de gemiddelde consument makkelijker dan een veertiende of vijftiende credit card aan te vragen en zo weer enkele duizenden dollars extra bestedingsruimte te krijgen. Dat betekent nu een dubbele terugval in vrij besteedbaar inkomen: bestedingen vallen weg omdat de kredietverlening stagneert en een deel van het beschikbare inkomen dat er overblijft moet worden gebruikt om leningen af te betalen. Het spaarsaldo groeit daarom inmiddels voor het eerst in jaren, hetgeen ten koste zal gaan van de consumptie.

Het gevolg is een aanzienlijke krimp van de economie en een ijskoude sanering van bedrijfstakken die gewend waren het meest te profiteren van de kredietverlening, zoals de autoindustrie, de woningbouw, de duurzame consumptiegoederen, etcetera. Een totale krimp van 10-20% is niet ondenkbaar gezien de schuldenpositie van gezinnen, bedrijven en de overheid.

De regering Obama kan weinig anders doen dan deze krimp proberen af te remmen en een neerwaarste spiraal van lagere consumptie, groeiende werkeloosheid en faillerende bedrijven proberen te voorkomen. Na de bestedingsstimulans volgen onherroepelijk bezuinigingen.

Europa en de rest van de wereld: zware gevolgschade met kans op sneller herstel

In Europa en de rest van de wereld is de problematiek heel anders. De Bankencrisis treft niet alle banken in gelijke mate. Sommige moeten flink afschrijven op leningen, andere hebben vooral last van het gebrek aan vertrouwen in de sector als geheel.

Het faillissement van een kleine bank als Icesave uit het ministaatje IJsland heeft het beeld geschapen dat alle banken op omvallen staan. Het debacle van Fortis dat een te grote overname deed op het slechtst mogelijke moment is eveneens in al zijn tragiek breed uitgemeten. Maar in essentie hebben banken in Europa vooral last van de Amerikaanse leningen waarin ze indirect hebben geparticipeerd. De overheden hebben uiterst adequaat voorkomen dat meer banken werkelijk zouden omvallen en een run op de banken in het algemeen zou losbarsten. Zolang de kredietwaardigheid van de overheden in de Eurozone niet ter discussie staat is de bankencrisis in Europa beheersbaar.

Ook Europese banken zullen grotere buffervermogens moeten opbouwen, grote afschrijvingen doen, herstructureren en telkens oppoppende onzekerheid over giftige leningen moeten bestrijden. De kredietverlening aan het bedrjfsleven zal naar verwachting nog geruime tijd krapper en duurder zijn dan gemiddeld, hetgeen dempend zal werken op de groei van de investeringen.

De grote economieën in de rest van de wereld, met name de Eurozone en ook veel, zij het niet alle, opkomende economieën stonden er tot aan het begin van de crisis structureel veel sterker voor dan de VS. In plaats van een tekort op de betalingsbalans hadden ze meestal een overschot. De meeste overheden hadden tot de crisis uitbrak het huishoudboekje redelijk op orde. En de bevolking spaart en heeft een positief vermogen. In opkomende economieën was totdat de crisis uitbrak sprake van een sterke en gezonde economische ontwikkeling met hoge groeicijfers. Leningen werden gebruikt voor investeringen, in mindere mate voor consumptie. Voor de rest van de wereld geldt dus in het algemeen niet dat men op de pof geleefd heeft. Er zijn geen overmatige schulden die moeten worden afbetaald. Wel is het zo dat lokale wildgroei, te denken is aan de appartementenmarkt in Spanje in deze tijd aan het licht komt en gesaneerd wordt. Daar is niets mis mee (hoe sneu ook voor al die kennissen met een huis daar).

Er is wel een dramatische vraaguitval opgetreden als gevolg van de Bankencrisis die een credit crunch heeft losgemaakt. De credit crunch zorgt ervoor dat overstanden en nieuwe kredieten bij banken onbespreekbaar zijn, waardoor alle bedrijven scherp hun liquiditeitspositie moeten gaan bewaken.

Zoals de meest recente raming van het CPB voor Nederland van 17 februari jl. aantoont lijden vooral de export en de investeringen en deze kelderen met meer dan 10%, terwijl de consumptie (70% van het bruto binnenlands product) nog geen procent per jaar krimpt bij een stijgende koopkracht. De overheidsuitgaven stijgen. Een ‘V-vormige’ recessie wordt voorzien: een scherpe daling, vrij vlot gevolgd door een herstel. De raming van het CPB wordt bekritiseerd, maar volgt op zich de logica van de twee crises. De Bankencrisis raakt vooral investeringen en export. De Recessie zou gezien de structurele omstandigheden van korte duur moeten zijn.

Waar de vraag in de VS is: Kan ik mijn schulden afbetalen?, is die in de rest van de wereld: wanneer ga ik weer geld uitgeven. Dat scheelt een slok op een borrel!

Ook in de rest van de wereld dreigt echter een neerwaartse spiraal als gevolg van onzekerheid. Deze komt voort uit slecht nieuws, onzekerheid over de waarde van het eigen vermogen (huizenbezit, beurskrach) en voor een deel uit individuele inkomensonzekerheid als gevolg van dreigend baanverlies of minder inkomen uit onderneming.

Als gevolg daarvan zitten we reeds in een recessie. Zoals altijd kunnen de zwakkere bedrijven moeilijk overleven en brengt een recessie ook bij gezonde bedrijven achterstallig onderhoud aan het licht. Omdat de economische structurele positie in de rest van de wereld beter is en er veel minder schulden zijn af te betalen zal de consument veel eerder op het gaspedaal gaan dan in de VS. Hoe snel, dat hangt af van bijvoorbeeld overheidsmaatregelen en het succesvol beheersen van de Bankencrisis.

Samengevat

De Bankencrisis heeft in de VS een lange en diepe recessie ontketend. De Eurozone en de rest van de wereld hebben last van de Bankencrisis, maar kan zodra deze stabiliseert zijn groeipad weer hernemen. Een V-vormige recessie, dus diep maar kort van duur, is te verwachten met als overblijfsel een lange periode van hogere kapitaalskosten en daardoor getemperde groei.

Zeven strategische adviezen

Wat betekent dit alles voor de ondernemingsstrategie?

  1. De kans dat de dip scherp, maar beperkt van duur is, is reëel. Op korte termijn is het dus zaak te overleven en op cash flow te sturen.
  2. De Verenigde Staten zullen een langdurige recessie doormaken. Ga na wat dat betekent voor je activiteiten, je afzetkansen en je eventuele partnerships.
  3. De economieën in de rest van de wereld hebben voorlopig te maken met dure en lastig te krijgen leningen. Ga na wat dit betekent voor je eigen financieringspositie. Ga vervolgens na wat dit betekent voor je klanten, je concurrenten en je leveranciers en bepaal hoe je daar op kunt anticiperen.
  4. De economieën in de rest van de wereld ondergaan nu vraaguitval, vooral door het stilvallen van de wereldhandel en uitstel van investeringen door bedrijven. Als reactie proberen alle bedrijven hun werkkapitaal terug te brengen door voorraden af te bouwen, onderhanden werk sneller uit te factureren en vorderingen zeker te stellen. Dit versterkt op korte termijn de vraaguitval, maar dit effect zal binnen enkele maanden voorbij zijn. Vervolgens zal de consument die op zijn geld zit, vooral waar het duurzame consumptiegoederen betreft, verleid moeten worden om weer te gaan besteden. Dat zal in de ene sector andere maatregelen vereisen dan in de andere. Creatief gebruik van alle marketinginstrumenten is daarvoor vereist. De fors gedaalde basisrente kan voor consumentenfinanciering daarbij een hulpmiddel zijn.
  5. Cash is King. Partijen met veel cash kunnen strategische zetten doen tegen aantrekkelijke prijzen. De onzekerheid is velen van hen nu nog iets te groot, maar zodra de eerste tekenen van een economische lente zich aandienen zullen deze toeslaan. Heb je cash: bepaal dan nu vast je wensenlijstje: welke concurrenten wil je overnemen? Welke leveranciers kun je door financiering aan je binden? Hoe kun je met zo min mogelijk risico klanten die daaraan behoefte hebben financieren om je product weer te gaan afnemen?
  6. Achterstallig onderhoud moet nu worden aangepakt. In veel sectoren is, door de gunstige economische omstandigheden van de laatste jaren, het management in staat geweest structurele problemen te verbloemen. Verouderde producten, matig functionerende call centers, maatschappelijk niet verantwoorde werkwijzen, achterblijvende productiviteit, marginale activiteiten: het is tijd om de bezem er door te halen. Bepaal wat de kernactiviteiten zijn en wat je koste wat het kost wilt handhaven en verbeteren en wat er gesaneerd of afgestoten moet worden. Strategische keuzes worden in dit tijdsgewricht snel aanvaard. De veranderingsbereidheid van mensen is in deze tijd veel hoger en dat maakt het eenvoudiger om maatregelen door te voeren.
  7. Schaarste is de beste voedingsbodem voor innovatie. Er zijn in elke sector fundamentele ontwikkelingen die er aan zaten te komen die door de crisis zullen worden versneld. Bijvoorbeeld groene technologie, de energietransitie, de digitalisering van de media, veranderende klantvoorkeuren, nieuwe industriestructuren. Het is nu juist tijd volop te innoveren, zij het met beperkt budget. Dit is de tijd om vooronderstellingen uit het verleden te verwerpen en nieuwe formules uit te proberen. Maak gebruik van de vindingrijkheid die mensen in crisistijd altijd aan de dag leggen. Straks trekt de vraag weer aan en dan moet je er klaar voor zijn.

Maikel Batelaan is strategie-adviseur en managing partner Business Transformatie Groep mbatelaan@btgbv.com. Meer artikelen over strategie en bestuur van Maikel Batelaan. Zie ook onze kennisbank.