ING ontvangt een bedrag aan steun van 10 miljard en krijgt daarbovenop een garantieregeling voor wrakke beleggingen ter waarde van 22 miljard. Dit heet ‘de tweede ronde’. Blijft het daarbij? Komt er nog een derde ronde? Niemand die het weet.

Er komt een dag dat we Rijkman Groenink dankbaar zijn dat hij de ABNAmro net op tijd heeft verkocht. Anders had de Nederlandse belastingbetaler ook nog op kunnen draaien voor de foute beleggingen in de verkochte delen van ABNAmro. De Royal Bank of Scotland en Fortis zijn inmiddels na het innemen van deze gifpil zo goed als weggevaagd.

De troep bij de banken is nog niet voorbij. De ellende bij tal van andere organisaties wordt ook zichtbaar.

 

Hoe is het zover gekomen?

Het gedrag van bestuurders, raden van commissarissen en raden van toezicht komt steeds meer in beeld. Het betreft al lang niet meer alleen de bankiers. Het Ahold schandaal, de fusie van Corus, de overname van Fokker waren voorbodes. Creatief boekhouden, aandeelhouderswaarde, fusies en schaalvergroting  bleken voortekenen van toenemend onheil. Kortom, sommige bestuurders hebben zich laten vangen in het spel om poen en prestige. Niet alleen in het bedrijfsleven, ook non-profit organisaties gingen meedoen. Recente voorbeelden zijn het wanbeleid van de immer uitdijende Stichting Philadelphia Zorg, het drama bij de IJsselmeerziekenhuizen en de ellende bij Meavita.

Het is niet alleen het spel om poen en prestige dat de ellende veroorzaakt. Een tweede drijfkracht wordt gevormd door gangbare bestuurlijke concepten en praktijken. Ik noem dat de bestuurlijke reflex. Het betreft het blinde geloof in schaalvoordelen en de vanzelfsprekende neiging tot betere (lees: ‘meer’) controles, systemen en regels. Deze twee drijfkrachten vormen een gevaarlijke mix die in wisselende dosering onze organisaties teistert. Dit gaat volgens een heilloos patroon. Een patroon dat leidt tot organisatierot.

Organisatierot

Als bestuurder ben je strategisch bezig en aktief in het netwerk van ‘Stakeholders’ met oog voor nieuwe kansen en expansie. Dit neemt veel aandacht weg van de operationele processen. Je wilt wel weten hoe de boel ervoor staat en greep op de zaak houden. Er komen dus systemen, kengetallen, kaderafspraken, procedures en protocollen. Uitdijende staforganen helpen krachtig mee. De mensen op de werkvloer, de verpleegkundigen, leerkrachten, operators, baliepersoneel en hun directe chefs, zien dit met lede ogen gebeuren. Ze vernemen dat de directeur tot Voorzitter van de Raad van Bestuur transformeert. Het hoofdkantoor raakt bekend als het “Bullshitcastle”, de 15e verdieping, het politbureau of een andere veelzeggende term.De weerstanden van de professionals vallen wel op maar worden  gezien als onvermijdelijke randverschijnselen en achterhoede gevechten. Ondertussen is aan ronkende teksten geen gebrek: “Bazen moet inspireren. Teamwerk en open communicatie staan hoog in het vaandel. Klant en medewerker komen op de eerste plaats!”. De meesten hebben al lang door dat men daarboven met andere zaken bezig is. Geen wonder want van enige echte aandacht en betrokkenheid van de top merken ze niets.De vrijblijvendheid neemt toe. Het duurt steeds langer voordat de problemen opgelost worden. Ik noem dit “Organisatierot”. Voorbeelden: klachten van klanten, verspilling van materialen, hoge afkeur van eindproducten, leveranciers die zich niet aan afspraken houden, voortwoekerende fricties tussen units, overbodige regels en bureaucratische rompslomp. Iedereen ziet de rot maar de rot vreet door. De medewerkers worden cynisch, de klanten ontevreden. De organisatie begint te verloederen en wordt steeds moeilijker bestuurbaar.

Bestuurlijke drukte

Als je als bestuurder niet bedacht bent op deze ontwikkeling dan word je steeds vaker pijnlijk verrast. Maar ja, de aandacht wordt al snel weer opgeëist door de besluitvorming aan de top, strategiediscussies, het netwerken in commissies en externe contacten. Gewichtig en belangrijk! Beleidsombuigingen, allianties, een ander hoofdkantoor, ….. de besprekingen en vergaderingen rijgen zich aaneen.

Hoe groter de organisatie hoe gemakkelijker deze dynamiek op gang komt zowel in het bedrijfsleven als in de non-profit. Maar ook kleine organisaties kan het overkomen. De top is druk bezig maar wat er leeft op de werkvloer en bij de klant raakt uit beeld. Niemand die het zo plant of bedoelt maar het gebeurt. Bestuurders die hier midden in zitten hoor ik dan wel eens zeggen:  “Hindert niet want de bedrijfsvoering is in goede handen.” Niet dus! Het nationaal onderzoek verandermanagement wijst uit dat de belangrijkste faalfactor bij het managen van verandering en vernieuwing de houding van de top is. Te weinig, aandacht, betrokkenheid en communicatie! De vrijblijvendheid en de weerstanden dieper in de organisatie scoren ook hoog; tja, haal je de koekoek.

Dit weten we al sinds jaar en dag; ouwe koek!  Ook de effecten van schaalvergroting, fusies, meer controles, systemen en regelgeving zijn bekend: De fabel van synergie, de extra kosten van coördinatie, de demotiverende werking van systeemdruk en regeldwang. Zelfs een oppervlakkige lezer van vakbladen en managementliteratuur kan dit niet ontgaan. Ook op Internet komen drukbezochte weblogs als JongeBazen en ManagementPro regelmatig met berichten over deze zaken. ManagementSite heeft er het dossier Organisatierot aan gewijd. Een kleine bloemlezing:

Een verpleegkundige: “Ik word stapelgek van de al die registraties”.  Een manager van een MBO instelling: “We moeten werken met Quality scorecards met maar liefst 104 indicatoren. Wat daar een tijd in gaat zitten!” Een bedrijfsleider van een grote onderneming: “Je wordt hier gek gemaakt met het ene project na het andere. Waar het toe leidt mag Joost weten!”. Een professional uit de zorg: “Met alle fusies zitten we nu in de situatie dat de persoonlijke aandacht en verantwoordelijkheid voor de cliënt verloren gaat”.

Is de dynamiek naar organisatierot onafwendbaar? Welnee! Zie bijvoorbeeld de interviews in het dossier  Sturen op Verantwoordelijkheid. Maar men moet wel willen! Als de bestuurlijke reflex aangejaagd wordt door het spel om poen en prestige ontstaat al snel een giftige mix. De ‘rot’ krijgt veel meer kansen. De wil om er wat aan te doen verdwijnt in het absorberende spel om poen en prestige.

Bestuurlijke Wijsheid

Door de huidige vraaguitval en door de houding van de banken bij het verlenen van kredieten kunnen zelfs de beste organisaties het moeilijk krijgen. Maar organisaties waar de ‘rot’ domineert lopen de grootste risico’s. Tegelijk liggen hier grote kansen; als men tenminste de ‘rot’ weet te elimineren en het vertrouwen van medewerkers en klanten weet te herwinnen. Aan ‘mooi weer’ bestuurders hebben we dan niet veel.

Gaat er wat veranderen? Twee zaken vallen in het oog:

  • Het spel om de poen staat onder druk; men komt niet meer zo gemakkelijk weg met bonussen, opties, riante salarissen en pakketten met aandelen.
  • Tot in 2008 was het devies: “Leve de vrije markt, exit overheid!” nu is het “Overheid grijp in!”

Krijgen we nu ook meer bestuurlijke wijsheid? Is het afgelopen met de reflexen van meer controles en regelgeving, de fusiedrift en de voortgaande schaalvergroting? Komt er een herstel van de aandacht voor de klant en voor de professional op de werkvloer? Worden transparantie en eenvoud de nieuwe centrale waarden. Dat is nog maar de vraag! Twee randvoorwaarden:

  • Beschikt men over een beter besturingsmodel? Is er visie op beter organiseren en managen bij de bestuurders? Welnu, die kennis en ervaringen zijn er. Er zijn genoeg bestuurders op alle niveaus die een ander spel cultiveren. De nodige voorbeelden zijn beschikbaar. Dat is mooi meegenomen maar niet voldoende.
  • Veel belangrijker is de wil van verantwoordelijke managers om de bakens te verzetten en het beter managen en organiseren tot en met de klant veel meer aandacht te geven.

De arrogantie van de macht

Ondanks alle recente uitingen van hebzucht, machtsdenken, onverschilligheid, arrogantie en holle retoriek, is de drijfkracht van poen en prestige in ons deel van de wereld vergeleken met vroegere tijden stevig getemperd. Ruwe uitbuiting in droefgeestige fabriekshallen, corruptie, kinderarbeid tot in de mijnen toe, monopolistische wurging van klant en leverancier zijn bij ons teruggedrongen. Dit proces van economische civilisatie is al eeuwen aan de gang. Maar het is nooit rechtlijnig en eenduidig. De krachten naar bedenkelijke vormen van economische exploitatie, wanbeheer en zakkenvullerij blijven altijd onder ons.

De onderlinge concurrentie versterkt deze neiging. De onderlinge druk kan leiden tot het nemen van steeds grotere risico’s, tot lompe vormen van besturing en tot een onverschillige houding t.o.v. de werkvloer. “We moeten wel gegeven de concurrentie. Anderen doen het ook.” “En als het dan ook nog heel goed betaalt dan zijn we toch wel hardstikke gek als we niet meedoen.”

Zo ontstaan verschijnselen van decivilisatie, van graaierij, hebzucht en onverschilligheid. Ikonen van bestuurlijk gezag als commissaris Kok, Van der Hoeven, de Numico topman Bennink, bestuursvoorzitter Groenink en de RvC van ABNAmro hebben opvallend weinig gedaan om deze indruk te vermijden.

Tegendruk

Een beroep op  fatsoen en integriteit is volgens mij absoluut onvoldoende. Dwang van overheid, publieke opinie en klant is een noodzaak. Anders verandert er niets!

Is die dwang er? Een paar voorbeelden:
Nog maar een jaar geleden was er weinig drukte rondom de beloningen van topbestuurders. Er was in ieder geval nog het idee dat bestuurders daarvoor ook in staat waren tot bijzondere prestaties. De stemming is helemaal omgeslagen. Men vindt het niet alleen onterecht en onbegrijpelijk. Het gaat verder. Het wordt meer een meer bestempeld als pure hebzucht en ordinaire zakkenvullerij! Kortom, men pikt het niet meer. De kranten staan er vol van. Er is een toenemend beroep op de overheid om in te grijpen.

En er is meer:
Het arrogante gedrag van de top van de bankwereld wordt bij elk optreden aan de kaak gesteld. De stijl van de ervaren bestuurder die toch best wel enig zelfvertrouwen en verstand van de wereld mag uitstralen wordt plotseling gezien als zelfvoldaan en opgeblazen gedrag dat nergens op slaat. Dat zien we nu met name in de financiële wereld maar ook in andere sectoren kan dit te gebeuren.

Ook de politiek gaat tegendruk uitoefenen. Men begint zich te weren in de discussies over topstructuren en schaalvergroting. Fusies en nieuwe hoofdkantoren: men krijgt er de handen steeds moeilijker voor op elkaar. Politieke partijen stellen er vragen over in de kamer. VVD en PvdA hebben het over de ‘menselijke maat’ en proberen fusies in de zorg te blokkeren.

Ingrijpender nog is de wetgeving die in de maak is om toezichthouders en bestuurders te kunnen vervolgen wegens wanbeleid. In de nieuwe wet wordt de aansprakelijkheid van toezichthouders en bestuurders van ‘maatschappelijke ondernemingen’ geregeld. Het betreft dan niet alleen zorginstellingen maar ook bijvoorbeeld woningcorporaties.

Stop de verhuftering

Ik zie nog geen reden voor gerustheid. De drijfveer van poen en prestige en de achteloosheid m.b.t. de effecten van de bestuurlijke reflex  zijn symptomen van een wijdere beweging. Het is een maatschappelijk verschijnsel. De patserij op de miljonairsbeurs, het rondraggen in SUV’s en Hummers met de bijpassende hautaine en onverschillige houding, voorbeelden genoeg.  Gelukkig wordt dit steeds minder gezien als teken van succes en status en steeds meer als een symbool van ordinair proleterig gedoe. Dit mag zo zijn maar we zijn er nog lang niet. De verhuftering is overal tot en met het  agressieve tokkie gedrag aan de onderkant van de samenleving.

Organisaties worden in de tang genomen door twee processen die zich het duidelijkst afspelen aan de uiteinden van het maatschappelijk spectrum. Aan beide kanten spelen de krachten van verhuftering en spelbederf. Bij de extremen van het spectrum zijn zelfs sterke overeenkomsten te zien: Een grote voorliefde voor ‘bling bling’, opzichtig vertoon en gepats, graaien wat er te graaien valt. En een houding van “blame the other”: Wij kunnen er niets aan doen, het is de discriminatie, foute buren, iedereen doet er aan mee, de concurrentie, domme pech, de globalisering, de druk van de aandeelhouders. (Grenzen aan beter organiseren, 2007) Kortom: de verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag wordt stevig afgewezen. Het kenmerk bij uitstek van de ware hufter!

De huidige crisis bestempelen we als een economische. Ik vind het ook een maatschappelijke- en sociale crisis; het betreft immers de manier waarop we met anderen om denken te kunnen gaan, niet alleen binnen organisaties maar net zo goed op straat, in het verkeer, in de buurt, overal. We zitten dichter op elkaar en we zijn afhankelijker van elkaar dan ooit maar ons gedrag laat daar vaak weinig van zien.

Een keer ten goede?

De start van een betere manier van besturen ligt hoe dan ook bij de top. Krijgen we nu stevige discussies in de toppen van organisaties? En zal dit waar nodig leiden tot beter bestuur? Of is de reactie veeleer: “OK er is een boel rumoer en het gaat nu niet goed. Maar tja, dat hoort er nu eenmaal bij. Met een fikse sanering komen we er wel weer uit.” En men vervalt weer in de oude routines.

Maar dan hebben we hopelijk de raad van commissarissen of de raad van toezicht nog. Ook de rol van de aandeelhouders wil ik niet bij voorbaat uitsluiten. Ik denk  dan niet aan de korte termijn beleggers die uit zijn op snelle winst. Geholpen door de vergroting van de aandeelhouderszeggenschap hebben ze het omgekeerde gekregen van wat ze nastreven, namelijk een reusachtige daling van aandeelhouderswaarde. Ik denk wél aan de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Zij hebben alle belang bij lange termijn waardecreatie. Zij zijn in het bezit van enorme pakketten aandelen. Zij hebben de middelen om aan de weet te komen hoe het in feite toegaat in de ondernemingen waarin ze participeren. Ik ben benieuwd hoe zij de bakens nu denken te verzetten. Misschien heb ik niet goed opgelet maar ik heb hier nog niets over vernomen.

Een topbestuurder staat er niet alleen voor. Hij is omringd door collega’s die ook ideeën hebben. Echter de kans dat men elkaar blijft bevestigen in het oude patroon is groot. Wie zal erover beginnen als de topman er niet voor openstaat? De sociale dynamiek rond topbestuurders werkt doorgaans niet erg mee. Men wordt in het eigen team en door de wijdere sociale omgeving met teveel ontzag behandeld. Kritiek en afwijkende standpunten komen niet of omzichtig op tafel. De mensen in de onmiddellijke omgeving worden geselecteerd op hun constructieve opstelling, flexibiliteit en positieve grondhouding. Onbedoeld leidt dit al gauw tot diplomatieke meegaandheid met de baas.

De goede topbestuurder is wijs genoeg om dit door te hebben. Hij weet dat hier een kritieke risicofactor ligt en hij handelt ernaar. Daar ligt ook zijn verantwoordelijkheid. Alleen al zo’n stempel als ‘Keizer Cees’ alias de ‘Zonnekoning aan de Zaan’ doet zeker weten dat deze ongewenste sociale dynamiek totaal doorgeslagen is. Maar zag Van der Hoeven dit als een veeg teken? Als een gevaarlijke ontwikkeling? Ik betwijfel het. Misschien glorieerde hij er wel in. En trok er iemand aan de bel? Zei iemand tegen Cees dat dit duidde op een riskante zaak? Ik denk het niet. Men bleef ‘constructief’ d.w.z. men speelde het spel mee. Waar zijn overigens al degenen gebleven die toen meespeelden en deze dynamiek in stand hielden? Zijn zij ook niet medeverantwoordelijk voor het uiteindelijke debacle?

En Groenink, was hij blij met open gedachtewisselingen en wist hij op tafel te krijgen wat er echt speelde voordat hij de knoop doorhakte? U kunt het lezen in het boek van Jeroen Smit: De prooi. Blinde trots breekt ABNAMRO

Moeten we de verkiezingen en huldigingen als ‘manager van het jaar’ en andere evenementen om topbestuurders te verheffen niet afschaffen? Zolang we deze “sociale dynamiek” niet beheersen zijn de kwalijke gevolgen niet te overzien. Ik heb trouwens een goed alternatief. Ervoor in de plaats moet een prijs komen voor de bestuurder die het beste met kritiek en suggesties voor bestuurlijke vernieuwing kan omgaan. Daar kunnen we echt wat van leren.

Bestuurlijke evolutie

Elders heb ik de ontwikkeling van management vaardigheden beschreven als een historisch proces van bestuurlijke en organisatorische evolutie en civilisatie. We hebben een lange weg afgelegd. Tiranniek optreden, corruptie, hongerlonen, kinderarbeid, willekeur; het is in onze organisaties niet meer aan de orde van de dag. Het nam een beschavingsoffensief van vele generaties om deze problemen te bedwingen. Tegelijk zien we dat de ‘roofridders’ nog onder ons zijn. Neem de recente affaire Rochdale. Te gek voor woorden! En wat deed de RVC eigenlijk al die tijd?

We zien nu een impuls tot bezinning en bestuurlijke civilisatie. Dat klinkt mooi maar dat gaat niet van een leien dakje. We zullen nog heel wat  voorbeelden van decivilisatie en barbarisering voorbij zien komen

Willem Mastenbroek, hoofdredacteur ManagementSite.nl