Wereldwijd hebben landen een logistiek hartinfarct. Ze smoren in hun wegen en steden als de ‘kikker in het pannetje’ die verstart en niet uit het steeds hetere water springt. Wat houdt iedereen  toch verlamd in die steeds wurgender greep? Twee opvattingen. We vinden dat de toegang tot de wegen een goedkoop algemeen publiek recht moet zijn (iedereen een Volkswagen).  En we  denken dat goedkope logistiek de bron is van sterke economische waardegroei zonder maatschappelijke kosten. Het zichtbare gevolg is in enorme verdringing op de wegen, steeds meer, steeds langduriger en vooral steeds hardnekkiger verstoppingen met file-leed, gezondheidschade door fijnstof en smog , immense milieuschade en vele tientallen miljarden verloren uren per jaar. Maar erger is dat we blind lijken voor de onzichtbare (!) economische waardedaling (!) van goederen en diensten vanwege de te goedkope toegang.

De verspilling van publiek goed

Het dilemma van publieke goederen is berucht. Zonder goede bescherming van gratis goederen verdringt iedereen elkaar. Dat was al in de 17e eeuw bekend bij de weitjes in Engeland (the commons) waar de geitjes en koeien van de armen gratis mochten grazen. Deze commons werden altijd overbegraasd. Zonder begrenzingsysteem leidt het publieke goed altijd tot overbenutting. Van  overbevissing van de oceanen tot overbenutting van publieke zorgsystemen (WW, WAO etc.) tot overbenutting van ons wegenstelsel door onze eigen heilige koeien. De toegang tot het publieke goed moet dus beschermd worden met een waardesysteem waarvan we een juist waardebesef moeten hebben. De enige visie die de politiek nu hanteert is een dotterbeleid en het behoud van de financiële status quo. Rekeningrijden mag het rijden bijvoorbeeld niet duurder maken en mag vooral niet ten koste gaan van de eigen inkomsten. Inkomsten uit het logistiek systeem worden ook maar ten dele benut voor het systeem zelf. Dit denken demonstreert volledig laakbaar het ontbreken van een integraal waardebesef.

Het is een menselijke eigenschap om 'gewone zaken' zoals een toilet pas op te merken als ze niet functioneren. Het heten dissatisfiers. Een smerig toilet zie je wel; een schoon toilet zie je niet. Zo beleven we logistiek als een laagwaardig  voorwaarden scheppend kanaal zonder eigen intrinsieke maatschappelijke waarde. In plat Nederlands: logistiek wordt beleefd als een “riool”…