Geweldig! Antwoorden op vragen die ik mezelf al vele malen gesteld heb, helder en duidelijk verwoord. Dank.
Innovatie is belangrijk in de kenniseconomie. Bedrijven moeten nieuwe kennis ontwikkelen en toepassen om te kunnen concurreren. De creatieve inbreng van werknemers is daarbij onmisbaar. Maar als een innovatief idee volledig is toe te schrijven aan het initiatief van een werknemer, kan het bedrijf dan wel de rechten op de nieuwe kennis claimen?
- Wie krijgt de rechten op nieuwe kennis?
- De oplossing van de casus
- Exploitatie door de werknemer
- Conclusies
In kennisintensieve bedrijven zitten de hersenen van het bedrijf niet noodzakelijkerwijs in de directiekamer. Het is vaak het uitvoerend personeel dat verstand van zaken heeft en daardoor ook de motor vormt voor innovatie in het bedrijf. Werknemers worden gestimuleerd om creatief te zijn en met nieuwe ideeën te komen. Maar als een werknemer op eigen initiatief nieuwe kennis ontwikkelt, komt die kennis dan wel aan het bedrijf toe? De volgende casus illustreert het probleem:
|
Nienke Bokma is net afgestuurd in notarieel recht en gaat werken bij notariskantoor ‘Troelstra en Gramsma’ te Stiens. Op het kantoor houdt ze zich bezig met routinematig werk en tijdens haar studie heeft ze geleerd hoe ze hiervoor een kennissysteem zou kunnen ontwikkelen waarmee het werk efficiënter kan worden uitgevoerd. Ze heeft hier al een paar keer over gesproken met notaris Troelstra, maar deze ziet er weinig in: “Allemaal nieuwerwetse onzin. Daar hoort het notariaat zich niet mee bezig te houden.” Maar het idee blijft Nienke intrigeren en op een goede dag maakt ze een projectvoorstel om een simpel kennissysteem te schrijven. Mr. Troelstra toont het voorstel nauwelijks een blik waardig en zegt: “Je doet je beste maar meisje, als het werk waarvoor je hier bent aangenomen er maar niet onder lijdt.” De maanden daarna werkt Nienke aan het programma. Telkens als haar overige werkzaamheden het toelaten is ze tijdens werktijd aan het programmeren. Na vier maanden is het programma klaar. Als Nienke haar programma gaat gebruiken worden ook de andere medewerkers op het kantoor enthousiast. Al snel wordt het programma een belangrijk hulpmiddel op het kantoor. Ook andere notariskantoren tonen interesse voor het programma. Maar als Nienke besluit om licenties van het kennissysteem aan andere notariskantoren te gaan verstrekken komt dit ook mr. Troelstra ter ore. Hij roept Nienke op zijn kantoor en laat haar weten dat de rechten op het programma niet aan Nienke toekomen, maar aan het notariskantoor Troelstra en Gramsma. Nienke heeft het programma i&hellip |
- Log in om het gehele artikel en de reacties te lezen
- Nog geen account? Wordt gratis lid.
