Nederland wordt op dit moment in zijn ontwikkeling ernstig geremd door cultureel-historische ballast die in toenemende mate bijdraagt tot maatschappelijke stagnatie. Die komt tot uitdrukking door o.a. ontoereikend onderwijs, een vastzittende arbeids- en woningmarkt, een moeizaam functionerende zorgsector, onvoldoende integratie van onze etnische minderheden en een weinig stimulerend ondernemingsklimaat. Critici zullen na zo’n inleiding de neiging hebben om snel af te haken, met de opmerking ‘het gaat op dit moment toch prima met onze economie’, maar ook zij kunnen niet ontkennen dat de genoemde problemen steeds indringender zichtbaar worden.

Puntsgewijs wil ik de belangrijkste historisch gegroeide negatieve factoren noemen, die goed politiek leiderschap op dit moment in ernstige mate hinderen, om ze daarna kort uit te werken:

Consensus besluitvorming is in Nederland vooral zichtbaar geworden in de zeventiende eeuw. De zeven provinciën stemden onderling hun beleid af in de Staten Generaal. De handelsondernemingen VOC (Oostindische compagnie)  en WIC (West-Indische compagnie) hadden de ‘Heeren XVII’ en de ‘Heeren XIX’ als dagelijkse besturen. Niemand mocht domineren, alleen al niet omdat partijen als de Staten van Holland of de Amsterdamse Handelskamer daar voortdurend naar streefden. Uiteindelijk bleek in de achttiende eeuw, toen de pioniers en het marktleiderschap goeddeels verdwenen waren, dat deze structuren niet meer functioneerden. De beroemde Duitse socioloog Weber zou zeggen dat de charismatische leiders waren verdwenen en opgevolgd door feodalen, die uitsluitend hun eigen belang (en dat van hun achterban) in het oog hielden. Ze deden dat in colleges met ‘benoemde’ bestuurders, die elkaar onderling de bal toespeelden. Uiteindelijk ging zelfs de eens zo trotse VOC door wanbeheer failliet, De Fransen ‘bevrijden’ tenslotte ons land van de nietsnuttige regenten - inclusief stadhouder Prins Willem V - samen met de ‘Patriotten’.

Dezelfde…