Naar aanleiding van de AOW-discussie loopt de druk op de solidariteit tussen de generaties opnieuw flink op. De ‘baby-boomers’ worden ervan beticht de meest verwende generatie te zijn, die Nederland ooit heeft gehad. Begrijpelijk, maar dit mag geen reden zijn om te generaliseren en positief of negatief op leeftijd te discrimineren. Sterker nog, dat is – nu meer dan ooit – in hoge mate contraproductief.

De paradoxale uitdaging is om juist ook in de generatie van baby-boomers het kaf van het koren te scheiden en op zoek te gaan naar de nieuwe leiders die we van hoog tot laag nodig hebben.

1. Boomeritis: pluralisme en subjectiviteit trekken ongekend narcisme aan

De ‘baby-boomers’ zijn de eerste typische IK-generatie. Dat met name zij, en de in hun kielzog volgende generaties verwend zijn, hetgeen steeds meer maatschappelijke problemen met zich meebrengt, wordt niet alleen in Nederland gezien.
De Amerikaanse filosoof, natuurkundige en ontwikkelingspsycholoog Ken Wilber heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. Hij heeft een ziekelijk en uiterst bedrieglijk fenomeen ontdekt, dat hij “boomeritis” heeft genoemd. Naar de ‘baby-boomers’ bij wie het zich voor het eerst zo prominent heeft gemanifesteerd.

Boomeritis is volgens Wilber: “the deadly combination of a modern, liberal, egalitarian worldview and a deep unquestioned narcissism”. Vrij vertaald: “de giftige mix van pluralisme (bij ons vaak geassocieerd met de ‘linkse-kerk’) en narcisme”.

De post-moderne  – inmiddels algemeen aanvaarde opvatting – dat er geen algemeen geldende waarheid meer bestaat, speelt in op het narcisme dat in de (moderne) mens sluimert. Alles is betrekkelijk en subjectief bepaald; er bestaan geen externe (lees: objectieve) maatstaven.
Het gevaar dat nu ontstaat, is dat dit idee onbewust doorschiet in de volgende gedachte: “omdat toch alles relatief en subjectief is, ontkom ik er niet aan dat ‘ik en alleen ikzelf’ kan en ook moet bepalen, welke keuzes ik maak. En dat is een goede zaak, want in essentie (lees: in de dominante liberaal-humanistische ideologie) is de mens van nature goed.
Dus ook: ik ben goed. Niemand hoeft mij daarom te vertellen wat ik moet doen!
Elizabeth Debold schreef n.a.v. Wilbers boek “Boomeritis: a novel that will set you free”(2002) een uitgebreide recensie waarin zij ook ingaat op deze typische boomeritis-grondhouding: nobody tells me what to do!

Kort en goed: pluralisme en subjectiviteit trekken narcisme aan. Ik wil, dus ik kan, en dat is goed…..Tsjakka!!! Wij willen, dus het kan, en dat is goed……Tsjakka!!!

Voorbeelden:
[1] Het DSB-debacle, waar niet alleen Dirk Scheringa gevangen is geraakt in de euforie van het ‘ik-wil-dus-ik-kan-denken’, maar met hem ook vele andere – ook jongere – bestuurders, managers en medewerkers.
[2] Het verstarde ‘multi-culturele-denken’ waar Pim Fortuyn een streep door heeft getrokken.
[3] De opstelling van de vakbeweging in de AOW-discussie.

Het sluipende gevaar van een doorschietend narcisme, gebrek aan zelfkennis en zelfonderzoek. Het ligt overal op de loer. Het lijkt erop dat het in deze tijd niet vaak genoeg gezegd kan worden!

2. Paradox t.a.v. het langer doorwerken

Vele baby-boomers die in de ban zijn geraakt van ‘boomeritus’, zijn inmiddels te oud om nog op een effectieve manier te kunnen toekomen aan zelfonderzoek. Hierdoor is het in veel gevallen wenselijk dat zij juist niet langer doorwerken, en al helemaal niet in belangrijke posities.

Het DSB-debacle illustreert echter ook op een indringende wijze dat het een illusie is om te denken dat het probleem met het naar boven doorschuiven van de volgende generatie eenvoudig zal zijn opgelost.
In algemene zin geldt: wat in meer dan een halve eeuw is gegroeid, is niet in één generatie op te lossen.

Sterker nog, de paradox is juist dat de leiders van de nabije toekomst bij uitstek ook te vinden zijn onder de baby-boomers. Immers, wat wij nodig hebben, zijn geïnspireerde leiders met levenswijsheid, die zich niet laten verblinden door het “spel om poen en prestige”, en die een scherp ontwikkeld oog hebben voor de valkuil van “regelzucht en systeemdwang”.
Niet omdat ze nu als gevolg van de crisis ineens door schade en schande wijs zouden zijn geworden, maar omdat het ontwikkelen van zelfkennis en het je als een tweede natuur eigen maken van het in lastige omstandigheden en onder grote druk doen van zelfonderzoek bij uitstek een leerproces is van de lange adem.
Of anders gezegd: de ontwikkeling van doelbewust en integer leiderschap lukt alleen als je er bewust en op tijd in je leven mee begint, en er niet meer mee ophoudt.

Hoe dichter wij in de buurt van de huidige met baby-boomers gevulde bestuurs- en directiekamers van onze meest prominente organisaties en instellingen op zoek gaan naar mensen die voor zo’n levensweg hebben gekozen, hoe kleiner de kans dat wij ze zullen vinden.
Een kans die alleen nóg maar kleiner wordt, als we bovendien op leeftijd gaan selecteren of discrimineren en vervolgens terecht komen bij de aanstormende jongere vriendjes van de tot voor kort zo succesvolle baby-boomers.

Het roer moet radicaal om! Max Pam had gelijk toen hij gisteren in Buitenhof zei dat we naar een flexibele AOW moeten. Maar dat zal na het besluit van de regering, dat Bernard Wientjes in dezelfde uitzending van Buitenhof een “moedig besluit” noemde, nog wel even duren.

Deze column werd ingezonden door Lex van Haarlem. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›