Bolwerken
We kennen in onze westerse samenleving een aantal machtsbolwerken. Voorbeelden zijn religieuze lichamen (kerken), de medische sector (artsen, specialisten), juridische sector (advocatuur, rechters), overheid (milieu, OM etc.), belastingdienst, banken en media.
Een centraal probleem bij elk van deze bolwerken is de combinatie van macht en de concentratie daarvan in één sector van de maatschappij. Juist deze combinatie zorgt ervoor dat dit soort instellingen anderen grote schade kunnen toebrengen, vaak nog juist binnen de grenzen van bestaande wetgeving

Macht
Mijn definitie van “macht” is als een persoon of partij kan beschikken over wat anderen nodig hebben. Dat kunnen eenvoudige zaken als water, land of delfstoffen zijn, maar uiteindelijk gaat het vaak over de vertaling daarvan in geld.

Cultuur
Cultuur is een verzameling van gedragingen die in een regio gedurende een tijd “goed werken” en daarna tot een soort “norm” worden verheven. Zo kan een hand geven in de ene cultuur een teken van beschaving zijn, terwijl het in een andere cultuur not done is en helemaal niet een negatieve lading hoeft te dragen als je dat niet doet.

Een van de kenmerkende dingen aan cultuur is dat dingen veranderen in de tijd. Was het in de jaren 30-40 van de vorige eeuw “stoer” om te roken en te drinken, nu is dat “not done”.
Je chemische rommel gewoon op de vuilnisbelt dumpen kon zonder probleem en producten met schadelijke bijwerkingen produceren idem.

Na het einde van de tweede wereldoorlog brak een tijd aan van herstel. Dat werd wat later groei en de laatste 20-30 jaar werden gekenmerkt door materialisme. Ook opvattingen veranderden. Een koelkast was ooit een luxe artikel. Nu is het een eerste levensbehoefte.
Een ELB-tje. Bij die ELB horen nu ook een computer, breedbeeld digitale TV, plastic tuinbankstel en nog een hele berg apparaten, vaak met elkaar overlappende of zelfs absoluut onnodige functionaliteit.

Vraag en aanbod
Als van een goed te weinig aanbod is, gaat meestal de prijs omhoog. Dat is met alles zo, en ook met huizen. Als een tijd lang de prijzen consistent blijven stijgen wordt de verleiding groot om “boven je macht” te lenen. Hierbij wordt een wissel getrokken op het constant blijven van omstandigheden. Dat weten consumenten, maar ook banken en andere financiële instellingen. De overheid kijkt mee en grijpt (vaak te laat) in met wet- en/of regelgeving. Tot zover niets nieuws.

Rol van de media
Media blijken in toenemende mate invloed te kunnen uitoefenen op de gang van zaken. Ze zijn geen onderdeel van het proces, maar beïnvloeden wel degelijk. Een soort katalysator eigenlijk. Daarbij is niet alleen de distributie een krachtige factor, maar ook de identiteit van een medium (krant, TV zender etc.). In die hoedanigheid kunnen ze een proces dat al loopt soms makkelijk versnellen of wellicht ombuigen.

DSB
Nu de vraag: wie is hier schuldig? Wie is/wordt gedupeerd? De “hebberige” consument? De lijkenpikkende bankier? De slapende overheid? De “ouwe jongens krentenbrood” Raad van Commissarissen? De in confectie streepjespakken gestoken toezichthouders?

De hamvraag
Is het nou noodzakelijk dat de bank omviel? Ik denk van wel. Het gaat niet om de DSB. Het gaat om de tergend langzaam veranderende mentaliteit. Er zijn dingen die je gewoonweg niet doet, als je je moeders woorden nog herinnert. Maar sommigen vinden dat dingen WEL mogen, zolang de rechter je niet terugfluit.

Ik weet niet hoe het precies zit. Ik kijk naar de TV, zet het geluid af en kijk naar de koppetjes van Dirk Scheringa en zijn rechterhand. Dan vraag ik mezelf af “Zou je die mensen je spaarcentjes toevertrouwen“. Mijn antwoord is “neen, driewerf neen”. Dan zet ik het geluid weer aan en hoor WAT ze zeggen. Geoefend in juridisch / politiek gebrouwel komen nietszeggende woorden over hun lippen. Nog geen dubbeltje zou ik ze toevertrouwen.

Communicatie
Waar veel mensen, en dan bedoel ik u en ik, zich aan ergeren is het taalgebruik van functionarissen. Het “veralgemeniserende karakter”, de verzachtende, relativerende woorden, het vermijden van een duidelijke wijsvinger, het elkaar de hand boven het al dan niet beboterde hoofd houden, de politieke “correctheid” waarvan mijn eten soms spontaan terugkomt.

Ik denk dat Nederland in dit tijdgewricht zo’n ramp als nu met de DSB nodig heeft om te gaan beseffen dat de “gegroeide opvattingen” aan revisie toe zijn.

Groet,
Jos Steynebrugh
Marketing & Innovatie Consulent

Deze column werd ingezonden door Jos Steynebrugh. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›