“All’s fair in love and war”. And in mergers & acquisitions too, zouden we daaraan willen toevoegen. De liefde vormt een favoriete en communicatief prettige metafoor voor fusies en overnames. Wijzelf zien in onze adviespraktijk minstens evenveel voorbeelden die de minder politiek-correcte metafoor van oorlog rechtvaardigen.

 

In tegenstelling tot een goed huwelijk is er bij de meeste fusies geen liefde die alles overwint: de interne en externe omgeving zijn al snel na de aankondiging vijandig en het gevecht om macht en invloed is niet weg te denken. Zonder integratieplan sta je na een succesvolle verovering al snel net als de Amerikanen in minder dan geen tijd in Bagdad met de vraag: En toen….?

In dit artikel geven wij aan dat de basis voor elk integratieplan bestaat uit drie fasen: Veroveren, Beheersen en Oogsten.

Daar gaan we weer…

2006 is een topjaar in de waarde van fusies en overnames. Dat zal in 2007 misschien nog wel overtroffen gaan worden. Ook nu weer zullen er veel fusies en overnames worden aangekondigd, waarvan je je kunt afvragen of ze eigenlijk wel een goede match zijn. Zo liggen de mislukkingen van de vorige hausse, rond de eeuwwisseling, nog vers in het geheugen: Numico met GNC en Rexall Sundown, Ahold met US Food Service, KPN met Eplus, Hoogovens en British Steel, Getronics met Wang, Aegon met Transamerica…

Goede match of niet, zonder een zorgvuldige integratieaanpak zijn fusies en overnames gedoemd te mislukken. Je hebt de statistiek tegen je: ongeveer 70% van alle fusies en overnames creëert namelijk geen waarde, zo blijkt uit vele wetenschappelijke onderzoeken. Bedrijven als Sligro, Aalberts en DSM, tonen de laatste jaren aan dat een goede integratieaanpak loont en dat deze al begint in de fase van de verovering.

Drie belangrijke richtlijnen vergroten de kans op een succesvolle fusie of overname aanzienlijk:

  1. Het integratieplan moet klaar zijn voordat de deal wordt gesloten.
  2. Na de deal in 100 dagen feitelijke beheersing verkrijgen.
  3. Na 100 dagen stap voor stap gaan oogsten

1. Veroveren: Het integratieplan moet klaar zijn voordat de deal wordt gesloten

Veel fusies zijn vooral gebaseerd op vage strategische uitgangspunten of zelfs luchtkastelen. Legendarisch was de motivatie van de mislukte fusie tussen Bols en Wessanen: ‘Een jonge borrel met een blokje kaas!’ Zo wordt er wel meer onzin verkocht door bestuursvoorzitters die (uit liefde?, uit veroveringsdrang?) een fusie aankondigen als ‘a marriage made in heaven’ (Jürgen Schrempp, bij de fusie van Daimler-Benz en Crysler Corp.). Het realiteitsgehalte van de gedroomde fusie-synergie wordt pas duidelijk als je de integratie concreet plant. Dan blijkt vaak dat synergie helemaal niet bestaat, niet haalbaar is op korte termijn of ten koste zal gaan van de bestaande marktposities.

Ahold en Delhaize praten naar verluidt najaar 2006 met elkaar. Zonder een integratieplan is deze fusie niet te beoordelen. Welke kostenvoordelen kunnen worden bereikt? Wat moet daarvoor gebeuren in termen van winkelformules, huismerken, logistiek, ICT-systemen, het samenvoegen van hoofdkantoren, het centraliseren van inkoop. Wat gebeurt er in de Verenigde Staten, in Tsjechië en in de Benelux? Hoezeer een samenvoeging van supermarkten tot een chaos kan leiden als er geen doordacht plan aan ten grondslag ligt, heeft het drama Laurus overtuigend aangetoond en dat was nog maar op nationale schaal. Het vermijden van deze chaos betekent overigens nog niet dat er ook synergievoordelen worden behaald. In de pers overheerst het verhaal over machtsverhoudingen en persoonlijke achtergronden van de bestuurders. De synergie-analyse blijft onderbelicht, misschien omdat deze gewoon te ingewikkeld is. Journalisten kun je dat niet kwalijk nemen, maar bestuurders en aandeelhouders zouden voordat ze deze deal doorzetten een gedegen integratieplan moeten maken.

Bestuurders komen steeds minder vaak weg met ‘it looks good, it feels good and it adds up’. Er wordt steeds vaker door alle stakeholders van hen verwacht dat ze een overtuigend fusie- of overnameplan kunnen presenteren, waarin zij de strategische motivering voor de fusie of overname uit de doeken doen en concrete synergieën kunnen onderbouwen.

Een belangrijk, zij het minder publiek, onderdeel van het integratieplan is een analyse welke human dynamics te verwachten zijn. Hoe liggen de cultuurverschillen? Welke mensen hebben we voor een succesvolle integratie nodig? Hoe gaan we draagvlak bouwen?

Corus en Tata schijnen samen te willen gaan, maar hoe gaat een Indiaas familiebedrijf matchen met een veel groter, angelsaksisch aangestuurd bedrijf dat nog worstelt met de trauma’s van een vorige fusie? Accepteert het Engelse management Indiase overheersing? Wie moet verhuizen? Welke weerstand geeft het verplaatsen van werk? Wat is de roadmap en wat willen we daarover kwijt? Wat vertel je meteen en wat bewaar je tot de deal een feit is?

Veel fusies zijn het point of no return al voorbij voordat er een integratieplan ligt. Daarbij zijn dikwijls beperkende voorwaarden ingebouwd in de fusie- of overnameovereenkomst. Dit zien we relatief vaak terug bij fusies in de not-for-profitsector waarbij de besturen zich tijdens de onderhandelingen concentreren op het behoud van hun posities, het openhouden van vestigingen of het zelfstandig blijven van bepaalde onderdelen. Later blijkt in de integratie dat daardoor de mogelijkheden voor kostenbesparing of verbetering van de dienstverlening maar marginaal mogelijk zijn. Als je niet serieus naar een integratieplan kijkt vóórdat een besluit wordt genomen, is vaak de praktijk dat van de denkbare synergie in de eerste jaren bitter weinig terecht komt. Een tactische beslissing daarbij is hoe we de belangrijke eerste fase willen toonzetten: Geruststellend en voorzichtig of juist pro-actief en meeslepend. Dit hangt vaak af van het politiek klimaat waaronder de fusie tot stand komt. Wat de aanpak in de veroverfase betreft blijft ook de liefdesmetafoor toepasbaar. Wat verkies je: overdonderen of achterover leunen?

2. Beheersen: Na de deal in 100 dagen feitelijke beheersing verkrijgen

Na de deal is het zaak snel een effectieve besturing over het nieuwe geheel te installeren. Deze besturing bestaat uit een aantal elementen, waaronder startstructuur en benoemingen, bevoegdhedenverdeling, besturingsconcept, planning & controlcyclus, overlegstructuren, reviewprocedures, variabele beloning, en projectorganisatie. Als deze besturing niet in een maand of drie naar behoren functioneert is het momentum voorbij en vervalt het voordeel van de twijfel voor de directie die probeert het integratieproces te besturen. Er ontstaan crises, de lijken komen uit de kast en de organisatie wordt onzeker. Voorkom dit door de eerste 100 dagen goed voor te bereiden en slagvaardig uit te voeren.

Midden 2006 worden twee megafusies van zorgverzekeraars aangekondigd, die echter nog wel per 1 januari 2007 de nieuwe tarievenronde onder eigen merknaam in zullen gaan. Interessant is het dan om te zien hoe de verschuivingen in marktaandelen die hierdoor ontstaan, gaan uitwerken in de machtsbalans tussen de fusiepartners onderling. Een effectieve besturing over dat proces is voor de betrokken bestuurders prioriteit 1, want interne concurrentie bij pas gefuseerde partners is vaak minstens zo belangrijk voor betrokkenen als de externe concurrentie.

De cruciale vraag die hier speelt is: in hoeverre vertrouw je elkaar en in hoeverre controleer je elkaar? Machiavelli zei al: Je moet een veroverde stad ofwel onmiddellijk vernietigen, ofwel er zelf gaan wonen, ofwel laten besturen door een klein aantal bevriende personen die er voor zorgen dat het gebied met je bevriend blijft. De rollen moeten dus snel duidelijk worden. De portefeuilles van de directie dienen logisch verdeeld te worden met het devies in gedachten: Geen twee kapiteins op één schip.

Deze fase betekent ook kiezen voor de beste mensen, aangezien alles op alles gezet moet worden om een uittocht van goed personeel te voorkomen. Aanstormend talent bijvoorbeeld wil zich bewijzen en een belangrijk deel van de oude garde is nodig om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Wat doe je? Koop je de lastpakken onder de senioren af en ga je door met de constructieve types? Ga je verder met nieuwe sterren onder het firmament? Vergelijk het Nederlands elftal: ga je door met de oude rotten of verjong je drastisch? Als je niet duidelijk maakt wat je keuzes zijn blijf je zitten met de zwakste broeders en zusters. Headhunters zijn in opdracht van de concurrentie immers in verhoogde staat van paraatheid.

Een onmiddellijk aan te stellen integratiemanager moet snel de regie oppakken en het momentum helpen vasthouden dat door een deal ontstaat. Start de benodigde onderzoeken naar bijvoorbeeld de integratie van ICT of de arbeidsvoorwaarden. Laat het tempo niet vertragen door de OR, maar houd initiatief door een duidelijk spoorboekje en goed onderbouwde adviesaanvragen.

De integratiemanager is nodig als olie tussen de raderen en om snel te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Vergelijk dit met een oorlog: elk oorlogsplan kan na 1 dag de prullenmand in, maar je kunt niet zonder. Succesvolle overnemers, GE, private equity-spelers, Aalberts om er maar een paar te noemen, hebben zogenoemde 100 dagenplannen op de plank klaar liggen. Bedenk dus tijdig en in detail wat je gaat doen nà de champagne…

3. Oogsten: Na 100 dagen stap voor stap gaan oogsten

Synergie vergt vaak een meerjarige aanpak. Door het gewenste integratiemodel met tussenstappen te implementeren, wordt de continuïteit niet in gevaar gebracht. Synergie gaat niet zonder het opgeven van territorium. ‘Land voor Vrede’ geldt ook in fusies en overnames.

Neem bijvoorbeeld KPN dat Telfort heeft overgenomen, dat voorlopig volledig zelfstandig zegt te blijven doorgaan. Natuurlijk zal er een globaal plan voor verdere integratie zijn en wordt er op het daarvoor geschikte moment alsnog geïntegreerd. Vragen in dit plan zullen zijn: Hoe gaan we naar de markt toe, met één merk of meerdere? Met welke productmarktcombinaties en distributiekanalen gaan we verder? Voegen we processen en netwerken samen? Welk besturingsmodel verkiezen we? Ook zeer van belang aangezien ICT vaak een knelpunt is en veel tijd kost: hoe knopen we de computers aan elkaar?

Een nieuw gevoel van eenheid bouwen kost energie en afscheid nemen van een oude identiteit gaat niet ineens. Sterker nog, een nieuwe corporate identity heeft zijn tijd nodig, aangezien nieuwe tradities en rituelen pas na verloop van tijd waarde krijgen. In hoeverre moet je een nieuwe overkoepelende cultuur afdwingen? Moeten we verplicht inburgeren of naar elkaar toegroeien?

Onlangs heeft Deutsche Post besloten om al zijn overgenomen activiteiten verder te laten gaan onder de naam DHL. In Nederland is zo de merknaam Van Gend & Loos verdwenen na anderhalve eeuw. Dat heeft veel pijn gedaan, maar het is wel een noodzakelijke stap op weg naar een nieuwe corporate identity. Het zal alleen goed gaan als de organisaties ook daadwerkelijk één geïntegreerd geheel gaan vormen. Als Van Gend en Loos in wezen zijn eigen ding blijft doen, onder de nieuwe naam, dan zal deze nieuwe identiteit waarschijnlijk nooit geaccepteerd worden, tenzij DHL een supersterk merk wordt waar iedereen graag bij wil horen.

Een meerjarig programma is vaak nodig omdat het combineren van nieuwe producten, processen en ondersteunende systemen een behoorlijk complexe aangelegenheid kan zijn. Voor een substantieel integratietraject met zware IT-inspanningen is al gauw meer dan een jaar nodig. Maak hiervoor een fasering en gebruik logische momenten om het verandervermogen op de weg te houden. Stort jezelf ook niet te snel in weer een ander avontuur. Euronext bijvoorbeeld heeft eigenlijk nog niet eens de voordelen geoogst van het samenbrengen van de handelsplatformen in Amsterdam, Brussel en Parijs: Toch wordt er nu al weer gesproken van een mogelijke overname door de NYSE.

Tot slot

De drieslag ‘veroveren, beheersen, oogsten’ en termen als ‘100-dagenplan’ en  ‘integratiemanager’ suggereren wellicht iets te veel dat fusies en overnames voorspelbaar zijn, dat elke samenvoeging met eenduidige richtlijnen en een uitgewerkt plan kan worden aangepakt. Dat is niet onze boodschap. We zijn er wel van overtuigd dat een goede voorbereiding en een gestructureerde aanpak het mogelijk maakt betere resultaten te bereiken. Helaas zijn er nog te veel fusie- en overnameprocessen waarin alleen de deal zelf goed wordt voorbereid en gestructureerd wordt aangepakt. Als dezelfde aandacht en energie zou worden geïnvesteerd in het voorbereiden en uitvoeren van de integratie, zou er al veel gewonnen zijn om dat hatelijke succespercentage van fusies en overnames van slechts 30% wat op te krikken…

Over de auteurs

Dit artikel is gebaseerd op ‘Het Fusiehandboek, maak fusies en overnames tot een succes’, Maikel Batelaan is strategie-adviseur. Fred van Essen is coach van topmanagers en hun teams. Zij zijn oprichters van Business Transformatie Groep, gespecialiseerd in het veranderen van de onderneming als geheel, met opdrachtgevers in de top van het bedrijfsleven en not-for-profit. Zij schreven eerder onder meer ‘Tien manieren om fusies te verknoeien’ en ‘Tien strategische wetten om aan de weg te zetten’ en spreken regelmatig op congressen en seminars.

 

Eerder gepubliceerd in ManagementSite over fuseren:
Fuseren op hoofdlijnen of op blauwdruk
Er is overeenstemming over nut en noodzaak van fusie. En dan toch nog vastlopen in gekissebis.
Jan Bultsma
Alliantiemanagement
Het succesvol voeren van alliantie-onderhandelingen is al lastig genoeg. Vervolgens blijkt de praktijk van de alliantie één grote bananenschil.
Pieter Klaas Jagersma