Inleidingen over verandermanagement beginnen vaak met de zin ‘Ruim zeventig procent van veranderingsprocessen in Nederlandse organisaties loopt vroegtijdig vast of realiseert niet het beoogde resultaat’. Vervolgens wordt verwezen naar buitenlands onderzoek waar vergelijkbare of zelfs hogere percentages worden genoemd. Volgens Hans Strikwerda zeggen dit soort percentages echter meer over de onderzoekers dan van de bestudeerde veranderprocessen. Meestal vormt een dramatisch percentage de aanzet tot een aanpak die ons in vijf of zeven stappen naar het Walhalla leiden. Leest u wel eens: “Zeventig procent van de veranderprocessen leiden tot niets en dat is maar goed ook want het waren gewoon leuke ideeën met onhaalbare doelstellingen, onzinnige meetbare outputcriteria en weinig realistische stappenplannen?” Wij niet. Best bijzonder eigenlijk.

Kennis van zaken of gedachte werkelijkheid?

In het NRC van 9 september 2005 stond een interview met oud-staatssecretaris Rick van der Ploeg (PvdA). Hij woont tegenwoordig in Florence en is daar hoogleraar aan een Europees Universitair Instituut. Letterlijk met enige afstand gaf hij een reactie op de omroepplannen van staatssecretaris Van der Laan (Media, D66).  Met de ervaring die hij nu heeft zegt hij: ‘dat voorzichtiger omgegaan moet worden met wat er is’. Hier in Nederland wordt inmiddels massaal kritiek geuit op de omroepplannen. In termen van verandermanagement heet het gedrag van omroepmedewerkers ‘weerstand’, in goed Nederlands spreken we van onwil. Maar wat nou als het gewoon een onzinnig plan is? Is er dan sprake van weerstand of onwil of proberen betrokkenen de regering te behoeden voor een enorme blunder? Van der Ploeg denkt dat de staatssecretaris gevoelig zal zijn voor de kritiek. Het was immers niet haar plan maar die van de fractievoorzitters van de regeringspartijen. Later in het interview stelt Van der Ploeg: ‘...  de fractievoorzitters het samen hebben zitten bedisselen en die hebben er de ballen verstand van’. Van der Ploeg bedoelt: Ze hebben niet genoeg vakinhoudelijke kennis en kunnen dus geen verstandig besluit nemen. Zij die weten (omroepmedewerkers, Van der Laan) moeten zwijgen, zij die de macht hebben mogen spreken. Dat lijkt ons de kern van de zaak.