In het regeerakkoord van Balkende IV is afgesproken dat gedurende deze Kabinetsperiode het aantal ambtenaren met 10% zou afnemen. Om deze reductie te verzilveren moet in de jaren 2008 en 2009 per jaar één achtste van dat aantal arbeidsplaatsen ‘opgebracht’ worden, in 2010 een kwart en in het laatste jaar de helft van dat quotum. Ondanks het feit dat we nog steeds op schema zitten, is halverwege 2009 – met nog 2,5 jaar te gaan – nog geen 20% van die oorspronkelijke doelstelling bereikt! Er is dus nog flink wat werk aan de winkel.

Maar hoe wordt die 80% dan geïncasseerd? Er is in de afgelopen periode fors gestuurd op de aantallen fte’s en ieder onderdeel weet ook welk ‘fair chair’ men moet leveren om de totale doelstelling van die 12.500 fte’s te bereiken eind 2011. Maar dat is de papieren werkelijkheid. Dat is de bekende ‘kaasschaaf’ methode waarvan algemeen bekend is dat deze verre van succesvol is. Over de vraag wat deze reductie betekent voor de wijze van werken, voor de breedte en diepte van het assortiment of voor het serviceniveau wordt angstvallig gezwegen. En dat terwijl deze afslanking als een prachtige kans gebruikt zou kunnen worden om de aanwezige verkokering nou eens eindelijk goed te doorbreken. Om patroondoorbrekende interventies te realiseren. Om de noodzakelijke dwarsverbindingen te leggen. Om meer ketengericht te gaan werken. Kort en goed: om slimmer te gaan werken!

Het wonderlijke is dat er meer dan voldoende goede voorbeelden zijn waarvan veel te leren valt. Alles is immers al uitgevonden. Er zijn dus voldoende ‘best practices’ heel dicht bij huis. Kijk maar eens naar Rijkswaterstaat. De transitie naar het meest publieksgerichte overheidsbedrijf heeft niet alleen geleid tot echt tevreden (vaar)weggebruikers, tegelijkertijd is het personeelsbestand in de afgelopen vier jaar met meer dan 25% gereduceerd! Geheim van dit succes: een glasheldere visie met veel aandacht voor het wenkende perspectief, sterk management dat het karwei ook afmaakt en niet terugdeinst om lastige beslissingen te nemen en een programmatische veranderaanpak. Noodzaak om leaner en meaner te moeten worden, heeft hierbij natuurlijk geweldig geholpen: schaarste dwingt immers tot samenwerking! Maar ook iets verder weg zijn er voorbeelden waarvan veel te kopiëren valt. In dat verband zou het bijvoorbeeld aardig zijn om de hoofdkantoren en de hofhoudingen van een gemiddeld ministerie eens te vergelijken met die van greenfield organisaties zoals Easyjet of Ryanair. Wonderlijk eigenlijk dat we dat zo weinig doen? Waarom eigenlijk, wat weerhoudt ons? Volgens mij heeft het heel veel te maken met durf en lef: heb je als verantwoordelijk management het vermogen om over je eigen schaduw heen te springen, om onafhankelijk te kunnen denken over hoe je – gelet op het dienstenpakket dat je organisatie levert – het beste georganiseerd moet zijn. Met andere woorden: heb je het vermogen om als kalkoen een nuttige bijdrage te leveren aan het kerstfeest?

Deze column werd ingezonden door Dirk-Jan de Bruijn. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›