Managers omringen zich het liefst met gelijkgezinde medewerkers. In de publieke sector om hedendaagse problemen en uitdagingen zo het beste aan te kunnen gaan. In de profit-sector om de targets te halen. Het zijn echter de gedreven dissidenten die de nieuwe wegen ontdekken. Dit artikel laat zien hoe elke manager meer van zijn andersdenkende dan van zijn meest trouwe en gelijkgezinde medewerkers kan profiteren.

Genoeg Elvis, weinig Sam Philips

De dagelijkse column in de Volkskrant van Martin Bril ging op 6 juli 2004 over Elvis. De dag ervoor was het exact 50 jaar geleden dat Elvis Presley in de Sun Studio in Memphis, Tennessee, “That’s allright mama” opnam, volgens velen het begin van de rock ’n roll. Hieronder een fragment uit de column.

Eigenlijk hebben we het nummer te danken aan het geduld van Sam Philips, de eigenaar van Sun en producer. Hij herkende in de jonge Elvis iets wat veel van zijn zwarte artiesten ook hadden: simultaneously proud and needly, zelfbewust en beschaamd. De kunst was ze net zo lang te laten rotzooien (zie Karel Appel) tot ze durfden te doen waar ze van droomden. Elvis was in gezelschap van twee ervaren musici; de gitarist Scotty Moore en de bassist Bill Black. Om in de stemming te komen namen ze een paar versies van Harbour Lights op, een Bing Crosby-hit. Sam Philips was niet onder de indruk. De jongens gingen over op ‘I love you because’, een slappe country & westernballade. De baas in de controlekamer begon de moed al een beetje te verliezen. Pauze.
Terwijl Scotty en Bill een colaatje dronken, en Sam Philips nieuwe banden opzette, begon Elvis ineens gekkigheid uit te halen. “This song popped in my mind that I had heard years ago, and I started kidding with it’, zoals hij later verklaarde. Die song was ‘That’s allright mama’, een bluesnummer van Arthur Crudup. Bill Black nam zijn bas ter hand, Scotty snelde naar zijn gitaar. Sam Philips hoorde wat er gebeurde, zette onmiddellijk zijn bandrecorders aan en joeg de jongens van de ene versie naar de andere, tot hij de perfecte ‘take’ had. Van alle aanwezige was hij het meest opgewonden, geen wonder, want Sam Philips hóórde het voor het eerst. ‘This is where the soul of man never dies’, zou hij later zeggen.

In alle organisaties werken kleine ‘elvisjes’. Ze zijn…