Een bestuursvoorzitter van een groot bedrijf vraagt zijn MT-leden hoe de werkbeleving bij de mensen is. Hij krijgt erg tegenstrijdige antwoorden, en kan ze eigenlijk niet met elkaar in overeenstemming brengen. Hij vraagt een consultant om de dingen te onderzoeken. Die stelt na enige tijd vast dat niemand eigenlijk echt open is tegen de bestuursvoorzitter. Omdat hij het in het belang van de bestuursvoorzitter en het bedrijf acht, zegt hij dit tegen de bestuursvoorzitter. Die gelooft dit eerst niet, en glimlacht.
‘Ik heb een zeer goede relatie met de mensen in mijn bedrijf.’
‘Daar twijfel ik niet aan, maar ze zeggen niet alles. Ze zeggen zelfs niet veel.’
‘Hoe komt dat?’
‘Wat ik opmaak uit de gesprekken, is het vooral angst.’

Stereotype beeld, vind ik. Mensen zien bestuursvoorzitters een beetje als mediafiguren, als bekende Nederlanders. Dat praat niet makkelijk. Bovendien heeft zo’n man of vrouw macht. En in organisaties hoor je vaak dat ze heel snel hun oordeel vormen. Als iets incidenteel niet goed is, en de bestuursvoorzitter komt langs, wordt er gelijk een item van gemaakt.
Men vertoont vaak sociaal wenselijk gedrag als de grote baas langskomt. Ik noemde dit in een discussie met CSU-voorzitter van Hulten en Hema-voorzitter Van Zetten onlangs bij Business News Radio het ‘Ceaucescu-fenomeen’.
Ceaucescu werd in zijn omgeving, net als talloze andere leiders, alleen maar geconfronteerd met ‘ja-knikkers’ en mensen die hem vleiden. Dit is de reden waarom de Roemeense dictator op zijn balkon zo verrast reageerde toen hij al die scheldkanonnades over zich heen kreeg, aan het einde van zijn regiem.
Mensen projecteren van alles op leiders, dus ook op topmanagers en bestuursvoorzitters. Ze beleven zo iemand bijvoorbeeld als de koningin. Bovendien heeft hij de macht om je carriere om te gooien. En tenslotte willen de lagen direct onder hem of haar graag laten zien hoe goed ze zijn, hoezeer ze de boel onder controle hebben. Vandaar dat mensen heel weinig vertellen tegen bestuursvoorzitters.
Goed is dit niet. Beleidsmakers blijven hierdoor verstoken van relevante informatie, die hen uiteindelijk helpt bij de verbetering van bijvoorbeeld het productie- of salesproces en hierdoor van het resultaat. Cijfers geven onvoldoende informatie.
Vandaar dat het mij een goed idee lijkt dat bestuursvoorzitters zich wat vaker laten zien op de werkvloer. Eén keer per 2 weken, en dan echt gesprekken voeren, en mensen daartoe ook actief uitnodigen.
Zolang dit niet gebeurt, zal de bestuursvoorzitter niet voldoende kunnen vertrouwen op de ‘informatiestromen’ in zijn bedrijf. En is dat wat hij/zij wil?
(zie ook www.jongebazen.nl)

Deze column werd ingezonden door Bert Overbeek. Heeft u ook iets wat u bezig houdt? Plaats uw eigen column ›