Wat is het toch heerlijk om op een terras te zitten en mensen te bekijken. En uiteraard een mening over ze te hebben op basis van gezichtsuitdrukking, manier van lopen, kleding die wordt gedragen, parfum, gebruik van handen, etc. En dat is wat we eigenlijk de hele tijd doen. We interpreteren continu hetgeen we zien, horen, voelen, proeven en ruiken én bepalen voor onszelf dat dit de ‘werkelijkheid’ is. Onze werkelijkheid wel te verstaan.

Zo gaat dat ook met taal. We gebruiken taal om met elkaar te communiceren en gaan er dan van uit dat de ander begrijpt wat we bedoelen. Soms gaat dit goed, maar soms ook niet. Op zich is dat heel logisch, want taal is een ‘medium’ waarmee binnen onze hersenen nog van alles wordt gedaan. De gesproken of geschreven taal (externe wereld) wordt binnen onze hersenen (interne wereld) omgezet in betekenis en beeld én er wordt op basis van ervaringen een emotie aan gekoppeld. Bijvoorbeeld, als ik je vraag wat het woord ‘hond’ betekent, dan heb je daarbij direct een beeld paraat (bijvoorbeeld van een ‘pitbull’). Immers, onze hersenen denken in beelden. Als ik je vervolgens vraag een eenduidige definitie te geven van het woord ‘hond’ dan kom je daar best aardig ver mee. De vraag is echter of jouw definitie ook mijn hond omschrijft. Want als ik aan een hond denk dan komt bij mij het beeld van ‘Pablo’ op. Een zwart/witte cocker spaniel met grote hangoren en een klein staartje waar ik vroeger thuis mee ben opgegroeid.…