Roddelen: het werk van kwade tongen?

Waar mensen zijn, is roddel. Roddel in de vorm van gezellig geklets. Roddel in de vorm van lof of laster over derden. Het wordt niet vaak zo bezien, maar roddel is een manier om te overleven. Roddel is altijd een effectieve middel geweest om de band binnen een gemeenschap sterk te houden (vgl. Gluckman, 1963). Maar gaandeweg - in de vijftiende, zestiende eeuw - kreeg het woord "roddel" in het Westen een negatieve betekenis. Roddel werd meer en meer een daad van "kwade tongen"- van kwaadsprekers. Hoewel deze harde kwalificaties tegenwoordig wat zijn afgezwakt, behoort roddelen zeker niet tot de meest verheven menselijke activiteiten. Roddel op de werkvloer wordt al helemaal gezien als een treurige, onproductieve bezigheid. Sinds er kosten mee zijn gemoeid - financiële en sociale - onlokt roddel in organisaties reacties als: "Word je betaald om kwaad te spreken over je collega's?" of "Heb je niets beters te doen dan maar wat te kwebbelen?"

De socioloog Anton Zijderveld heeft over roddel in organisaties gepubliceerd. Volgens hem is deze vorm van roddel (i) geen onderdeel van het raamwerk van de formele organisatie en communicatie, (ii) niet in geschrifte neergelegd, maar "off the record", (iii) voornamelijk gericht op de privépersoon "achter" de werkrol. En (iv) heeft het doelwit van roddel geen verweer tegen de verspreide informatie. Hij of zij zijn afwezig als er wordt geroddeld en horen er niet over, of slechts indirect. Roddel gebeurt achter andermans rug. Als de "beroddelde" zich vertoont, stopt de conversatie onmiddellijk. En om het allemaal nog erger te maken: (v) de persoon die de roddel is begonnen, kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de verspreide informatie (Zijderveld (1979). Er is altijd de uitvlucht van: "Ik heb het niet gedaan."

Norbert Elias: gevestigden, buitenstaanders en roddel

Om een beter begrip te krijgen van roddel in organisaties, wenden we ons nu tot…