Verhalen die over adviseurs de ronde doen

De voornemens van de nieuwe regering leiden weer tot het snoeien in het ambtenarenapparaat. In het kielzog volgt de maatregel dat wederom gesneden moet worden in de kosten van extern advies. Met grote regelmaat is de afgelopen jaren het debat over het rendement van de adviesgulden opgelaaid. Ook adviseurs zetten regelmatig vraagtekens bij het nut en de noodzaak van hun adviezen. Overheid en politiek stellen dezelfde vragen. Geeft het Rijk niet teveel geld uit aan extern advies? Wordt de rijksoverheid door al dat uitbesteden niet te afhankelijk van externe adviseurs? Krijgt de zesde macht (adviesbranche) niet een te grote invloed op bijvoorbeeld het beleid van de rijksoverheid? Wordt er van de kant van de opdrachtgever wel op een effectieve manier omgegaan met de vraag om advies? Grosso modo zijn opdrachtgevers bij de overheid niet ontevreden over organisatieadvies, maar er hangt een negatieve ondertoon rondom een aantal vragen. In 2000 ontstond grote opwinding naar aanleiding van een Groen Links rapport over de ´staatsgreep van de zesde macht´; adviseurs zouden het land besturen. Tijd dus voor transparantie, het toetsen van suggesties en degelijk wetenschappelijk onderzoek.

Maar hoe zit het nu echt?

Na overleg tussen het College Secretarissen Generaal en een aantal Nederlandse adviesbureaus hebben 10 grote en middelgrote adviesbureaus besloten wetenschappelijk onderzoek te financieren naar de kwaliteit van organisatieadvieswerk bij de rijksoverheid. Dit vanuit de gezamenlijke behoefte aan meer helderheid over wat organisatieadviseurs doen en hoe opdrachtgevers en adviseurs denken over de kwaliteit van organisatieadvies. Alle (13) ministeries hebben aan het onderzoek meegewerkt. In het onderzoek hebben een drietal vragen centraal gestaan:

  1. Het in kaart brengen van soorten werk van organisatieadviseurs: wat doen ze en hoe kan dit gecategoriseerd worden?
  2. Wat zijn de verwachtingen en criteria die opdrachtgevers en adviseurs hanteren?
  3. Wat levert het op:…