Inleiding

Wat gebeurt er wanneer een patiënt naar de dokter gaat? Normaliter maakt hij enige dagen vooraf een afspraak, arriveert op het afgesproken tijdstip en zit dan in de wachtkamer. Wanneer de dokter hem ontvangt - regelmatig achter op schema - maakt hij een beoordeling van het probleem. Vervolgens wordt de patiënt doorverwezen naar een specialist, waarschijnlijk op een andere dag, in ieder geval gaat de patiënt naar een andere wachtkamer. De specialist zal een aantal testen moeten verrichten en heeft daar grote, gespecialiseerde laboratoriumapparatuur voor nodig. Een nieuwe afspraak, wachten en bezoek is nodig om de resultaten te bespreken. Als vervolgens het probleem helder is, wordt het tijd voor de behandeling. Waarschijnlijk gaat dit gepaard met een bezoekje aan de apotheek (met alweer een wachtrij) en een aantal bezoekjes bij de specialist om de ontwikkelingen te bespreken. En als een patiënt pech heeft, is er een ziekenhuisbehandeling nodig. Op dat moment stapt hij een wereld binnen van gespecialiseerde functies, ontkoppelde processen en, alweer, veel wachten.

De behandelingstijd is een fractie van de benodigde tijd om het gehele proces te doorlopen. De patiënt wacht of is op weg naar de volgende stap in de diagnose en behandeling. De heersende gedachte is dat al het doorverwijzen en wachten de prijs is voor het "efficiënt" gebruikmaken van de meest hoogwaardige gespecialiseerde verzorging. Als duur betaalde specialisten continu werken, dan zal de organisatie wel efficiënt zijn. Gemakshalve wordt vergeten dat medisch specialisten "aan het werk houden" ook een prijs heeft in de vorm van planning, coördinatie, administratie, transporten, baliepersoneel, fouten, overleg, wachtkamers en vooral wachtlijsten. Een prijs die inmiddels ondraaglijk en onbetaalbaar dreigt te worden voor patiënten, zorginstellingen en de samenleving als geheel. Daarom zou niet een continu werkproces van de specialist het streven moeten zijn, maar een continu…