In veel organisaties heeft men last van verschijnselen die worden verzameld onder de term ‘verandermoeheid’. Medewerkers hebben de vorige verandering nog maar net verwerkt, of de volgende komt er al weer aan. Managers zakt de moed al in de schoenen als ze denken aan de volgende verandering die ze moeten verdedigen. Maar met de ontwikkelingen in de omgeving kan men niet achterblijven, is de overtuiging. In onderstaande case treft u een illustratief voorbeeld aan. Hoe moet het management van deze verpleeghuisinstelling met de verandermoeheid omgaan? Reageer in de discussieruimte op de case en draag bij aan een openbaar debat. De auteur zal regelmatig op de reacties reflecteren.

Inleiding

Deze organisatie in de verpleeghuiszorg is volop in beweging. De instelling bestaat al zo’n tachtig jaar en heeft een sterke identiteit. Van oorsprong werd de identiteit gekenmerkt door religieuze waarden; tegenwoordig is deze gestoeld op een grondslag waarin de mens als individu centraal staat. Waar veel profit-organisaties met de grootste moeite pogen een waardengedreven cultuur te creëren, is die al van oorsprong leidend in deze zorginstelling. Inmiddels telt de organisatie drie locaties met in totaal zo’n 150 arbeidsplaatsen. Deze worden voor 50 procent vervuld door deeltijdmedewerkers. De instelling heeft een vierhoofdig managementteam, onder leiding van de algemeen directeur, tevens bestuurder.

‘We weten niet meer waarvoor we verantwoordelijk zijn.’

De organisatie wordt de laatste jaren gekenmerkt door een groot aantal veranderingen. Voor een deel zijn deze opgelegd door de overheid. Door middel van beleidstoetsingskaders worden richtlijnen gegeven ten aanzien van zaken als het type zorg dat dient te worden verleend en de bijbehorende kosten en kwaliteitseisen. Dergelijke beleidskaders worden in het algemeen stevig in het instellingsbeleid verankerd. Vanuit het MT worden dergelijke ontwikkelingen krachtig in de organisatie geïntroduceerd. Immers, beleid staat niet ter discussie.

Maar bij deze veranderingen kan het niet blijven. Nieuwe inzichten op het gebied van management en organisatie gaan aan de leden van het managementteam niet voorbij. Met name de algemeen directeur en het hoofd Zorg zijn nogal gecharmeerd van nieuwe managementinzichten. Zo lanceerden zij drie jaar geleden het plan om de organisatie te kantelen. Verschillende andere instellingen hadden laten weten hier goede resultaten mee te boeken. In een grootscheeps veranderingstraject, ondersteund door een handvol adviseurs, werden de bewonersgerichte werkprocessen als uitgangspunt verklaard. Dit proces is uiteraard niet zonder slag of stoot verlopen, maar dat is normaal bij veranderingen. De voortgang werd vooral verstoord door gelijktijdige beleidswijzingen als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving. Zo werd vanuit de overheid de aandacht sterk gevestigd op de wijze van bejegening van bewoners. Door middel van een diagnose-instrument is de organisatie doorgelicht op de kwaliteit van de bejegening. Hieruit kwam een aantal verbetermogelijkheden naar voren, die met het verzorgend personeel zijn doorgenomen.

Het lijkt allemaal mooi, maar de feiten liegen er niet om. De laatste jaren is zowel het verloop als het ziekteverzuim met enkele procenten toegenomen. De MT-leden zich voor een fors probleem geplaatst. De signalen vanuit het personeel over ‘verandermoeheid’ en ‘overbelasting’ gaan niet aan hen voorbij. Deels horen ze die terug uit de lijn, deels vanuit de ondernemingsraad en deels via directe memo’s door groepjes vertegenwoordigers van het personeel.

Het wordt steeds moeilijker om medewerkers in de gewenste veranderingen mee te krijgen. Veel van hen raken het overzicht kwijt: ‘We weten niet meer waarvoor we verantwoordelijk zijn.’ Als reactie op deze klacht is door de PZ-functionaris in overleg met de teamleiders en de medewerkers nog eens goed naar de functiebeschrijvingen gekeken, waarna enkele aanpassingen zijn doorgevoerd. Dit mag niet baten: ‘Als alles steeds verandert, moeten de functiebeschrijvingen ook steeds veranderen en niet slechts één keer.’ Er dreigt een gelaten sfeer te ontstaan.

Het MT zit met een behoorlijk probleem. Zeker nu er weer nieuwe interventies vanuit de overheid dreigen. ‘De organisatie kan het niet meer aan’, verzucht men. Ook de MT-leden zelf lijken het overzicht te verliezen. Men besluit een adviseur uit te nodigen die hen helpt met deze situatie om te gaan.

De vraag

Hoe kan de adviseur deze organisatie of dit MT het beste helpen? Uit welke stappen bestaat de aanpak?