Hedendaags taboe

Waarom deeltijd als onderwerp? Dát is nu wel uitgekauwd, zo lijkt het. Schijn bedriegt, want op deeltijd rust in de hogere functieregionen nog een levensgroot taboe. Zo groot zelfs, dat veel mensen er het zwijgen toe doen als zij minder willen werken, óók onder elkaar. Door de jaren heen viel het mij op dat, als een deeltijdverzoek door hoog opgeleide medewerkers werd afgewezen, deze mensen loyaal bleven. Dat wil zeggen loyaal aan hun werk én aan hun collega's, maar de loyaliteit aan hun werkgever was met één klap de bodem ingeslagen. Een high-potential vertelde mij in een exitinterview dat hij vertrok omdat hij vier dagen wilde werken, maar geen zin had om energie te steken in de interne discussie. Op voorhand wist hij al dat hij dit stigma nooit meer kwijt zou raken. Ik analyseerde de exitinterviews bij dit bedrijf en ontdekte dat de deeltijdonvriendelijke cultuur er voor één op de vijf mensen (mede) reden tot vertrek was.

Net als andere bedrijven streed deze werkgever mee in de competitie om de zo felbegeerde groep hoog opgeleiden te vinden en te binden. Ook deze werkgever bood goudgerande arbeidsvoorwaarden. Het vinden lukte, het binden níet, want de achterdeur stond wagenwijd open voor uitstroom. Het bedrijf had geen boodschap aan de behoefte van medewerkers aan een betere balans tussen werk en privé. Afwezigheid van mensen was 'lastig'.

De realiteit is, dat deze werkgever niet uniek is in Nederland in het dweilen met de kraan open. Een deeltijdonvriendelijke cultuur is voor een op de zeven mensen reden om op te stappen om hun deeltijdwens bij een andere werkgever te realiseren. De hedendaagse medewerker is immers allereerst loyaal aan zichzelf. En als werkgevers denken dat zij het arbeidsmarkttij weer mee hebben zullen zij bedrogen uitkomen, want de schaarste onder jonge hoog opgeleiden blijft.

In een masculiene cultuur is aanwezigheid heilig; leidinggeven is er alleen mogelijk door toezicht op input, op activiteiten, een overblijfsel uit het Scientific Management. Daarom kunnen veel werkgevers slecht uit de voeten met fysieke afwezigheid. Wie in zo'n cultuur carrière wil maken kiest eieren voor zijn geld en doet er het zwijgen toe over een deeltijdwens. Consequentie is wel dat werkgevers én werknemers, de heersende vooroordelen eensgezind in stand…